MijnFintool

Nieuws

Termijn belastingrente erfbelasting: “eerste dag van de negende maand” uitgelegd

Rechtbank Den Haag heeft beslist dat bij de uitleg van de termijn waarbinnen een verzoek tot (voorlopige) aanslag moet worden ingediend in artikel 30g, vierde lid, AWR de duidelijke wettekst leidend is, en niet een (niet eenduidige) passage uit de parlementaire toelichting.

In deze zaak draait het om een praktisch maar belangrijk punt bij nalatenschappen: wanneer voorkom je belastingrente bij erfbelasting door tijdig een verzoek om een (voorlopige) aanslag te doen? De inspecteur bracht € 4.211 belastingrente in rekening bij een voorlopige aanslag erfbelasting. De erfgename vond dat onterecht, omdat haar verzoek volgens de wet binnen de rente-vrije termijn was ontvangen. De kernvraag werd daarmee: hoe lees je “vóór de eerste dag van de negende maand na het overlijden” in art. 30g lid 4 AWR?

Feiten van de zaak

  • Erflaatster overlijdt in 2023. Twee zussen zijn erfgenaam.
  • De Belastingdienst nodigt één zus uit om vóór 13 januari 2024 aangifte erfbelasting te doen.
  • De gemachtigde dient een verzoek om een voorlopige aanslag in met dagtekening 26 januari 2024, ontvangen door de Belastingdienst op 31 januari 2024.
  • De inspecteur legt op 21 februari 2024 een voorlopige aanslag erfbelasting op en rekent daarbij € 4.211 belastingrente.
  • In geschil: was het verzoek op tijd volgens art. 30g lid 4 AWR?

Juridische vraag
Moet “vóór de eerste dag van de negende maand na het overlijden” worden uitgelegd als:

  1. vóór de eerste dag van de negende maand ná de overlijdensmaand (standpunt erfgename), óf
  2. binnen acht maanden na het overlijden (standpunt inspecteur)?

De uitkomst bepaalt of belastingrente mag worden berekend.

Uitspraak van de rechtbank

Wettekst is duidelijk → taalkundige uitleg wint

De rechtbank zegt: de tekst is helder. Taalkundig betekent:

“de eerste dag van de negende maand na het overlijden” = de eerste dag van de negende maand die volgt op de maand waarin het overlijden plaatsvond.

En: als de wetgever “acht maanden na overlijden” had bedoeld, had hij dat ook zo kunnen opschrijven (zoals in art. 45 SW, waar “acht maanden na het overlijden” wél letterlijk zo staat).

Parlementaire toelichting niet dwingend

De inspecteur beriep zich op een passage uit de Memorie van Toelichting (Kamerstukken 35 303, nr. 3) waarin wordt gesuggereerd dat het “binnen de aangiftetermijn” zou zijn.
Maar de rechtbank vindt:

  • die toelichting niet eenduidig;
  • en bovendien: bij een heldere wettekst hoeft de “adressaat” (de belastingplichtige) niet de wetsgeschiedenis in.

Gevolg: belastingrente vernietigd
Omdat het verzoek volgens de rechtbank tijdig was, is de belastingrente ten onrechte berekend. De rechtbank:

  • verklaart het beroep gegrond;
  • vernietigt de beschikking belastingrente;
  • kent proceskostenvergoeding toe en gelast vergoeding van griffierecht.

Bron: Rechtspraak

Modules & dossiers

Opvoerdatum

08 apr 2026

Laatst gewijzigd

16 apr 2026

Reacties

Er zijn (nog) geen reacties op dit artikel

Graag eerst inloggen om deze pagina te bekijken.

Permanent Actueel met Fintool?

Als professioneel financieel adviseur moet en wilt u bijblijven en dat het liefst in zo weinig mogelijk (kostbare) tijd. Dat kan nu met Fintool.nl! Meld u nu aan als abonnee en krijg toegang tot de Kennisbank, Rekenmodellen en Helpdesk.
Lees verder

Fintool bv © 2003/2026. Alle rechten voorbehouden.
Lees graag de leveringsvoorwaarden en het privacy reglement.

1
1