MijnFintool

Nieuws

Aanpassen box 3-verdeling tussen partners

Op 27 maart 2026 heeft de Hoge Raad een prejudiciële beslissing genomen over een vraag die in de box-3-herstelpraktijk vaak “ineens” opduikt: kunnen fiscale partners hun box-3-verdeling (de onderlinge verhouding/toerekening) nog wijzigen als de aanslag onherroepelijk is geworden door een collectieve uitspraak op bezwaar in de massaalbezwaarprocedure?

De inzet is praktisch: bij rechtsherstel (naar aanleiding van het Kerstarrest) wordt een nieuwe box-3-berekening gemaakt. Maar die berekening kan sterk afhangen van de partnerverdeling. Als je pas ná de vermindering goed ziet wat het effect is, wil je mogelijk alsnog schuiven.

Feiten van de zaak
In hoofdlijnen speelde het volgende:

  • Aan belanghebbende X en zijn fiscale partner zijn IB/PVV-aanslagen 2017 opgelegd.
  • De aanslag van de partner stond al onherroepelijk vast (7 mei 2018).
  • X maakte bezwaar tegen box 3; zijn bezwaar viel onder de massaalbezwaarprocedure (art. 25a AWR).
  • Er kwam een collectieve uitspraak op bezwaar (4 februari 2022) en daarna een individuele verminderingsbeschikking (dagtekening 21 juli 2022).
  • Direct daarna (22 juli 2022) vroegen X en partner om de box-3-grondslag volledig aan de partner toe te rekenen (aandeel X naar nihil) op basis van art. 2.17 lid 4 Wet IB 2001.
  • De inspecteur weigerde. De Rechtbank Den Haag stelde vervolgens prejudiciële vragen aan de Hoge Raad.

Juridische vraag
De kernvraag was: bestaat (en zo ja: tot wanneer) het recht om de partnerverdeling te wijzigen wanneer:

  1. de aanslag (voor het massaalbezwaaronderdeel) onherroepelijk wordt door een collectieve uitspraak op bezwaar (art. 25e AWR), en
  2. de cijfermatige gevolgen van die collectieve uitspraak pas duidelijk worden na de individuele verminderingsbeschikking?

Uitspraak van het Hof (Hoge Raad) – samenvatting en overwegingen

Antwoord: ja, wijziging kan alsnog
De Hoge Raad kiest voor een redelijke wetstoepassing: het zou niet logisch zijn dat belastingplichtigen in een massaalbezwaarprocedure minder gelegenheid hebben om hun toerekening te herzien dan belastingplichtigen die via een individuele procedure bij de Hoge Raad uitkomen.

Waarom is dit nodig?
Bij een strikte lezing zou het systeem ertoe leiden dat, doordat de collectieve uitspraak de aanslag “onherroepelijk maakt” voor het aangewezen deel, partners hun wijzigingsmogelijkheid kwijt zijn, terwijl de wetgever bij de aanpassing van de massaalbezwaarprocedure (vanaf 2016) kennelijk geen rekening heeft gehouden met dit effect.

De beslissende termijn: 6 weken ná de individuele vermindering
De Hoge Raad legt de termijn praktisch vast:

  • Als de inspecteur in de massaalbezwaarprocedure geheel of gedeeltelijk in het ongelijk is gesteld, mogen partners de verdeling wijzigen tot zes weken nadat de aanslag door de inspecteur ter uitwerking van de collectieve uitspraak is verminderd (art. 25e lid 4 AWR).

Belangrijke afbakening: ambtshalve vermindering geeft géén “tweede kans”
Na die termijn kan men nog wel om ambtshalve vermindering vragen, maar dat opent niet opnieuw de mogelijkheid om de partnerverdeling via art. 2.17 lid 4 Wet IB 2001 te wijzigen.

Bron: Rechtspraak

Modules & dossiers

Opvoerdatum

27 mrt 2026

Laatst gewijzigd

29 mrt 2026

Reacties

Er zijn (nog) geen reacties op dit artikel

Graag eerst inloggen om deze pagina te bekijken.

Permanent Actueel met Fintool?

Als professioneel financieel adviseur moet en wilt u bijblijven en dat het liefst in zo weinig mogelijk (kostbare) tijd. Dat kan nu met Fintool.nl! Meld u nu aan als abonnee en krijg toegang tot de Kennisbank, Rekenmodellen en Helpdesk.
Lees verder

Fintool bv © 2003/2026. Alle rechten voorbehouden.
Lees graag de leveringsvoorwaarden en het privacy reglement.

1
1