De Belastingdienst heeft de brochure “Waardering van verpachte gronden in box 3 – belastingjaar 2025” aangevuld met iets waar in de adviespraktijk echt behoefte aan was: naast de normwaarden op 1 januari 2025 staan er nu óók normwaarden op 31 december 2025 in de publicatie (maart 2026). Daarmee kunt u – waar relevant – niet alleen een beginwaarde bepalen, maar ook een eindwaarde om het (indirecte) rendement over 2025 te berekenen bij toepassing van werkelijk rendement in box 3.
Waar gaat deze brochure wel en niet over?
De normwaardering is bedoeld voor verpachte gronden in box 3 (Wet IB 2001) en alleen voor gronden die in gebruik zijn als grasland of akkerland.
Belangrijk: voor een reeks grondsoorten mag u de normwaarden niet gebruiken, zoals o.a. tuinland, glastuinbouw, boomgaard, boomkwekerij, bollenland, agrarisch bouwvlak (erf), gronden met stedelijke bestemming, infrastructuur, hobbymatig gebruik, recreatie, bos/houtwal, natuurterrein, water, uiterwaarden en (onder voorwaarden) dijk/dijkgrond.
Praktisch: als een perceel gemengd is (bijv. deels grasland, deels recreatie), moet u dat splitsen: alleen het deel dat kwalificeert kan onder de normwaardering vallen.
Niet-eindige pacht versus eindige pacht: bepaalt uw percentage
De brochure maakt onderscheid tussen:
Waarderingsmethodiek (peildatum 1 januari 2025):
Nieuw in maart 2026: normwaarden op 31-12-2025 (voor werkelijk rendement)
De aanvulling legt uit waarom die eindwaarden zijn toegevoegd: bij de aangifte IB 2025 mag u in box 3 uitgaan van werkelijk rendement in plaats van forfaitair rendement. Daarvoor heeft u bij verpachte gronden óók een eindwaarde per 31-12-2025 nodig om het indirecte rendement (waardeverandering) te bepalen. Tel daar het directe rendement (pachtopbrengst) bij op en u komt uit op het werkelijke rendement van de verpachte gronden.
Hoe is die eindwaarde bepaald?
De Belastingdienst geeft aan dat transacties uit de 1e helft van 2026 nog niet bekend zijn. Daarom is gewerkt met provinciale grondprijsontwikkeling uit het Kadaster-kwartaalbericht (2025-4) en die ontwikkeling is doorvertaald naar de landbouwgebieden.
Let op: de publicatie waarschuwt expliciet dat de normwaarden op 1 januari 2026 (belastingjaar 2026) kunnen afwijken van de normwaarden op 31 december 2025.
Praktische “routekaart” voor de aangifte: forfaitair of werkelijk?
In de praktijk komt het neer op drie stappen:
Stap 1 – Waarderen op peildatum (forfaitair stelsel / grondslag box 3)
Stap 2 – Wilt u “werkelijk rendement” toepassen? (tegenbewijs)
Stap 3 – Check of latere normwaarden gunstiger zijn
Kort rekenvoorbeeld
Stel: cliënt heeft 4 ha verpacht grasland in een landbouwgebied met normwaarde € 100.000/ha op 1-1-2025.
Past cliënt werkelijk rendement toe, dan is aanvullend nodig:
Adviespunten & valkuilen (waar het in dossiers vaak misgaat)
Bron: Belastingdienst
Fintool
info@fintool.nl
085 111 89 99