In de Staatscourant is op 20 februari 2026 een ministeriële regeling gepubliceerd waarmee de definitieve forfaitaire rendementspercentages voor 2025 in box 3 worden vastgesteld voor de categorieën banktegoeden en schulden. Daarnaast worden twee indexatie-omissies hersteld in de Wet LB 1964 en de Belastingwet BES.
Box 3 – 2025: definitieve forfaits banktegoeden en schulden
Banktegoeden (sparen)
Het forfaitaire rendement voor banktegoeden over 2025 wordt definitief vastgesteld op 1,37%. In de wet stond nog 1,44%; dat wordt nu vervangen.
Praktische betekenis: voor cliënten met relatief veel spaargeld in box 3 pakt dit (iets) gunstiger uit: de forfaitaire grondslag (het veronderstelde rendement) wordt lager.
Schulden
Het forfaitaire rendementspercentage voor schulden over 2025 wordt definitief vastgesteld op 2,70%. In de wet stond nog 2,61%; dat wordt nu vervangen.
Praktische betekenis: omdat schulden in box 3 met een forfaitaire rente “aftrekken” in de rendementsberekening, leidt een hoger schuldenpercentage doorgaans tot een hogere forfaitaire aftrek (en dus een lagere box 3-heffing), voor zover er box 3-schulden zijn.
Hoe komen deze percentages tot stand?
De regeling licht toe dat de percentages volgen uit de wettelijk voorgeschreven rekenwijze (art. 10.6ter Wet IB 2001): op basis van DNB-reeksen over januari t/m november 2025, met november dubbel gewogen (zowel bij banktegoeden als bij schulden).
Terugwerkende kracht en inwerkingtreding: let op de jaarschijf
De regeling treedt in werking op 21 februari 2026 (de dag na uitgifte van de Staatscourant). Belangrijker voor de adviespraktijk: artikel I (de box 3-percentages) werkt terug tot en met 1 januari 2025. Wat betekent dit concreet?
Reparatie indexatie-omissies: Wet LB 1964 en Belastingwet BES
Naast box 3 corrigeert de regeling twee indexatiepunten die “abusievelijk” niet waren meegenomen:
Wet LB 1964 – artikel 31, lid 1, onderdeel d
Het bedrag in art. 31 Wet LB 1964 wordt alsnog geïndexeerd van € 438 naar € 451, met terugwerkende kracht tot 1 januari 2026.
In de toelichting wordt dit geduid als een omissie in de bijstellingsregeling directe belastingen 2026.
Belastingwet BES – artikel 6.22 (o.a. omzetgrens KOR in de ABB)
De bedragen in art. 6.22 Belastingwet BES worden:
Adviespunten voor de praktijk (checklist)
Box 3-positie 2025 nalopen
Voorlopige aanslag/voorlopige teruggaaf 2025
Bij grotere vermogens kan een kleine procentuele bijstelling toch merkbaar zijn. Overweeg herijking als de voorlopige aanslag nog op de oude percentages staat.
Communicatie
Leg cliënten uit dat het hier gaat om de jaarlijkse “definitieve vaststelling” achteraf, mét terugwerkende kracht, zoals de wet dat voorschrijft.
Bron: Overheid
Fintool
info@fintool.nl
085 111 89 99