De hersteloperatie box 3 is in volle gang. Met de Kamerbrief “Voortgang tegenbewijsregeling box 3” (18 december 2025) en de bijbehorende beslisnota’s geeft de staatssecretaris een eerste tussenstand over het formulier Opgaaf Werkelijk Rendement (OWR), de verwerking bij de Belastingdienst en de knelpunten rond belastingrente en buitenlands vastgoed.
In dit artikel zetten we de belangrijkste punten voor de adviespraktijk op een rij en lichten we uit waar u nu extra alert op moet zijn.
Stand van zaken hersteloperatie en OWR-formulieren
Sinds de openstelling op 10 juli 2025 kunnen belastingplichtigen via het formulier OWR tegenbewijs leveren tegen het forfaitair rendement in box 3. Het formulier is speciaal ontwikkeld naar aanleiding van de reeks box-3-arresten van de Hoge Raad en de Wet tegenbewijsregeling box 3.
Ingediende formulieren en communicatie
De doelgroep bestaat uit belastingplichtigen met aangiften vanaf 2017 waarvan de aanslagen op 24 december 2021 nog niet onherroepelijk vaststonden (of nog niet waren opgelegd) én die tijdig bezwaar maakten of nog een verzoek om ambtshalve vermindering kunnen indienen.
Gefaseerde verwerking
De Belastingdienst is in het najaar van 2025 gestart met de geautomatiseerde verwerking van de formulieren, te beginnen met de jaren vanaf 2017.
Let op: bij de verwerking doorlopen formulieren eerst een toetsingsproces op formele criteria (o.a. bezwaartermijnen en ontvankelijkheid) voordat inhoudelijk het werkelijke rendement wordt berekend.
Verjaring en belastingrente: waarom krijgt uw klant soms geen rente?
Een belangrijk punt in de Kamerbrief is de uitleg over belastingrente in het kader van de tegenbewijsregeling. De hoofdregel blijft dat alleen belastingrente wordt vergoed als het OWR-formulier is ontvangen vóórdat de definitieve aanslag wordt opgelegd.
Verjaring dwingt Belastingdienst tot opleggen aanslagen
Om verjaring te voorkomen moet de Belastingdienst binnen drie jaar na afloop van het belastingjaar een definitieve aanslag opleggen (verlengd met eventueel uitstel voor het doen van aangifte). Omdat veel aangiften waren aangehouden in afwachting van de tegenbewijsregeling, zijn in 2025 vlak voor verjaring grote aantallen aanslagen alsnog opgelegd:
Belastingplichtigen kunnen voor deze jaren nog steeds een OWR-formulier indienen, maar voor reeds opgelegde aanslagen wordt géén belastingrente vergoed, ook al leidt het tegenbewijs tot een vermindering.
Geen verruiming rente: juridische en budgettaire redenen
De staatssecretaris heeft expliciet bekeken of de rente-regels verruimd kunnen worden in het kader van het herstel. Conclusie:
Daarmee blijft de huidige lijn gehandhaafd: tijdige indiening voor de datum van de definitieve aanslag is cruciaal voor het recht op belastingrente.
Praktijktips voor de adviseur
Buitenlands vastgoed, voorkoming dubbele belasting en het OWR-formulier
Een apart knelpunt doet zich voor bij belastingplichtigen met onroerende zaken in het buitenland. In deze gevallen speelt de aftrek ter voorkoming van dubbele belasting een belangrijke rol.
Hoe wordt de aftrek berekend bij tegenbewijs?
Onder de tegenbewijsregeling box 3 wordt de voorkoming van dubbele belasting berekend volgens de verhouding:
buitenlands werkelijk rendement / totaal werkelijk rendement × verschuldigde belasting.
Onder het forfaitaire stelsel wordt in de teller het buitenlandse forfaitaire rendement gebruikt en in de noemer het totale forfaitaire rendement. De overstap naar werkelijk rendement kan de voorkoming dus zowel verhogen als verlagen.
Hoe werkt de aanslagsoftware (ABS) in de praktijk?
Het Aanslag Belasting Systeem (ABS) vergelijkt de aanslag op basis van:
ABS kiest altijd de laagste aanslag en wijkt daarmee in een aantal specifieke situaties af van de letter van de wet.
Er zijn twee relevante scenario’s:
a. Werkelijk rendement lager dan forfaitair – volgens de wet zou het lagere werkelijke rendement moeten worden toegepast, ook als dit door de gewijzigde voorkoming tot een hogere aanslag leidt. ABS doet dat niet en laat het forfaitaire (gunstigere) resultaat staan.
b. Werkelijk rendement hoger dan forfaitair – wettelijk is er dan geen toegang tot de tegenbewijsregeling. Maar als het hogere werkelijke rendement, na voorkoming, tóch tot een lagere aanslag leidt, volgt ABS die lagere aanslag alsnog.
In beide gevallen kan het verzamelinkomen hoger worden vastgesteld dan strikt op basis van de wet het geval zou zijn, terwijl de aanslag box 3 lager uitvalt.
Gevolgen voor toeslagen en andere inkomensafhankelijke regelingen
Een hoger verzamelinkomen kan nadelig doorwerken in:
De Belastingdienst/Toeslagen is verplicht binnen acht weken na gewijzigde fiscale gegevens een aangepaste toeslagbeschikking te geven; uitvoeringstechnisch kan men niet “wegkijken” van het hogere verzamelinkomen.
Geen ICT-aanpassing, wel voorlichting en maatwerk
Een technische aanpassing van ABS wordt ontraden, onder meer omdat:
Ook aanpassing van de wet zelf ligt niet voor de hand, omdat de huidige regeling een codificatie is van Hoge-Raad-jurisprudentie en wijziging juist onbedoelde nadelen kan geven voor toeslaggerechtigden. De gekozen route is daarom:
Wat betekent dit voor uw adviespraktijk?
Voor klanten met buitenlands vastgoed is extra zorgvuldigheid vereist:
Fouten in het toetsingsproces en herstel
Ondanks uitgebreide testen bleken in de beginfase van de verwerking 240 burgers ten onrechte een afwijzing van hun OWR-formulier te hebben gekregen. Zij zijn actief benaderd en kunnen alsnog een opgaaf indienen; het toetsingsproces is aangepast en uitgebreid doorgelicht, onder andere via zogeheten productietoets-dagen waarbij alle betrokken directies samen het proces doorlopen. Voor de praktijk is van belang:
Ondersteuning door Belastingdienst en stakeholders
De Belastingdienst biedt verschillende vormen van ondersteuning bij het invullen van het OWR-formulier:
Daarnaast is er regelmatig overleg met banken, verzekeraars, fiscaal dienstverleners en belangenorganisaties (Consumentenbond, Bond voor Belastingbetalers, VEB). Zij zijn ook betrokken geweest bij een gebruikersdag OWR en webinars over herstel box 3.
Voor intermediairs blijven de Intermediairdagen een kanaal waar de Belastingdienst toelichting geeft en vragen beantwoordt.
Vervolg: impactanalyse en herijking uitvoeringstoets
Twee trajecten lopen nog:
Voor adviseurs betekent dit dat het beleidsbeeld nog kan schuiven, met name rond uitvoerbaarheid en eventuele aanvullende maatregelen.
Praktische aandachtspunten
Voor uw dossiercheck en klantgesprekken:
Bron: Rijksoverheid
Fintool
info@fintool.nl
085 111 89 99