De Tweede Kamer heeft op 26 februari 2026 een motie aangenomen waarin de regering wordt verzocht om in het nieuwe box 3-stelsel in te zetten op achterwaartse verliesverrekening van ten minste één jaar (carry-back). Daarbij moet het kabinet – als het budgettair knelt – aanvullende dekkingsopties in het brede vermogensdomein aan de Kamer voorleggen en uiterlijk bij de Voorjaarsnota met een voorstel komen.
Waar gaat deze motie precies over?
In box 1, box 2 en de vennootschapsbelasting bestaat al de mogelijkheid om verliezen (onder voorwaarden) te verrekenen met andere jaren. De Kamer vindt dat een heffing op werkelijk rendement in box 3 – met potentieel sterk fluctuerende rendementen – kan leiden tot een onevenwichtige belastingdruk over de tijd als verliezen alleen voorwaarts kunnen worden meegenomen. Daarom wil de Kamer een vergelijkbare “tijdsgemiddelde” systematiek: ten minste 1 jaar terugwentelen. (Motie Eerdmans & Bikker)
Waarom is dit relevant (en tegelijk gevoel
In de beleids- en uitvoeringsdiscussie rond box 3 is verliesverrekening al vaker een “hete aardappel” geweest. In eerdere uitwerkingen van het nieuwe stelsel is verliesverrekening met jaren in het verleden juist geschrapt vanwege complexiteit en uitvoeringslasten (o.a. herziening van oude aanslagen).
Daarnaast is in recente communicatie rond de implementatie van box 3 (richting 2028) meermaals benadrukt dat nieuwe structuurwijzigingen de planning kunnen raken; “carry-back” wordt daarbij expliciet als voorbeeld genoemd van een wijziging die niet zomaar “een knop” is.
De motie maakt daarom twee dingen tegelijk duidelijk:
Praktische aandachtspunten voor advies- en dossiervorming
Als carry-back (minimaal 1 jaar) in het nieuwe box 3-stelsel daadwerkelijk wordt ingevoerd, zijn dit de punten om alvast in het vizier te houden:
Andere aangenomen moties bij het debat over de regeringsverklaring (selectie)
Naast box 3 zijn er meerdere moties aangenomen met impact op het brede sociaal-economische domein:
Fintool
info@fintool.nl
085 111 89 99