Inleiding: waar gaat het over?
Een aanbieder van een verzilverproduct koopt de woning van een oudere consument, maar de levering vindt pas plaats na overlijden van die consument. De koopsom wordt ondertussen in maandelijkse termijnen uitgekeerd. In deze zaak vordert de aanbieder later ontbinding en schadevergoeding, omdat blijkt dat de consument juridisch slechts voor de helft eigenaar was: de andere helft zat nog in de onverdeelde nalatenschap van zijn overleden echtgenote. De rechtbank draait het perspectief om: de consument krijgt gelijk en de overeenkomst houdt geen stand.
Feiten van de zaak
- De consument (weduwnaar) verkoopt zijn woning aan de aanbieder voor € 540.000. Levering is gekoppeld aan een opschortende voorwaarde, waaronder zijn overlijden.
- De aanbieder betaalt de koopsom uit als € 4.500 per maand gedurende 10 jaar; maar bij eerder overlijden stoppen de betalingen volledig.
- De aanbieder heeft al 3 termijnen (€ 13.500) betaald.
- Na het sluiten blijkt: de consument was niet volledig beschikkingsbevoegd. De helft van de woning was door het overlijden van zijn vrouw in de nalatenschap gevallen; er was wel een keuzelegaat, maar dat was niet notarieel geëffectueerd (de man was zich daar niet van bewust).
Juridische vraag (de centrale vraag)
De kernvraag is: kan de aanbieder de overeenkomst ontbinden en schadevergoeding krijgen, of is de overeenkomst vernietigbaar (waardoor ontbinding juist níet meer kan), omdat:
- sprake is van wederzijdse dwaling over beschikkingsbevoegdheid, én/of
- de aanbieder oneerlijke/misleidende handelspraktijken gebruikte, én/of
- de aanbieder het transparantievereiste schond door de economische gevolgen onvoldoende uit te leggen?
Uitspraak van de rechtbank (samenvatting + belangrijkste overwegingen)
Vernietiging wegens wederzijdse dwaling (hoofdroute)
De rechtbank oordeelt dat beide partijen uitgingen van dezelfde onjuiste veronderstelling: dat de man volledig beschikkingsbevoegd was. Daarmee is voldaan aan wederzijdse dwaling (art. 6:228 lid 1 onder c BW).
Cruciaal: de rechtbank legt het risico van die dwaling bij de aanbieder (de professionele partij), omdat van haar mocht worden verwacht dat zij vóór het sluiten onderzoek deed naar beschikkingsbevoegdheid. De rechtbank noemt expliciet dat het Kadaster eenvoudig raadpleegbaar was en dat de aanbieder dat níet had gedaan.
Ook het argument “de notaris zou het later wel checken” helpt de aanbieder niet: de notaris was door de aanbieder aangewezen en bovendien pas ingeschakeld ná het sluiten; de aanbieder had dus zélf eerder moeten checken.
Ten overvloede: misleidende handelspraktijk (reclame/aanbevelingen)
De rechtbank wijst er (ten overvloede) op dat uitingen over “aanbevelingen” door de Consumentenbond en media misleidend kunnen zijn. De aanbieder gebruikte o.a. een presentatie met een citaat in de trant van “het beste sale-and-leaseback-product…”, maar kon de herkomst/juistheid daarvan onvoldoende onderbouwen; terwijl de bewijslast voor zulke mededelingen bij de aanbieder ligt (art. 6:193j lid 1 BW).
De rechtbank maakt daarbij een belangrijk punt: de doelgroep is (bejaarde) ouderen met een koopwoning; dit kan een kwetsbaardere groep zijn die sterker vertrouwt op autoriteiten zoals de Consumentenbond. Dat maakt ongenuanceerde of onjuiste “aanbevelingsclaims” eerder misleidend.
Ten overvloede: schending transparantievereiste (economische gevolgen)
Ook (ten overvloede) vindt de rechtbank dat niet aan het transparantievereiste is voldaan: de consument moet niet alleen de tekst begrijpen, maar ook op basis van duidelijke criteria de economische gevolgen kunnen overzien. Concreet in deze constructie:
- Bij overlijden na bijvoorbeeld 5 jaar hoeft de aanbieder nog maar de helft van de koopprijs te betalen. Dat moet duidelijk worden uitgelegd.
- De aanbieder beschikte (o.a. via een CBS-kansberekening in haar eigen stukken) over heel specifieke info: de statistische kans dat de man na 10 jaar nog leeft en dus de hele koopsom ontvangt was slechts 19,41%. Dit was hem niet medegedeeld, terwijl het volgens de rechtbank een “belangrijk gegeven” is.
Gevolgen: geen ontbinding, wel ongedaanmaking/terugbetaling
Omdat vernietiging betekent dat de overeenkomst geacht wordt nooit te hebben bestaan (art. 3:53 BW), kan ontbinding niet meer. Ook schadevergoeding uit wanprestatie strandt. Wat blijft over:
- De al betaalde € 13.500 is onverschuldigd betaald en moet door de consument worden terugbetaald.
- Proceskosten: gecompenseerd.
Praktische tips
-
Check eigendom en beschikkingsbevoegdheid vóórdat je tekent of adviseert
Zeker bij alleenstaande ouderen kan een deel van de woning in een nalatenschap zitten. In deze zaak rekent de rechtbank het de professionele partij aan dat het Kadaster niet is geraadpleegd. -
Vertaal “juridisch klopt” naar “economisch begrijpelijk”
Zet bij SALB/verzilverconstructies zwart-op-wit (en in gewone taal) wat er gebeurt bij overlijden na 1, 3, 5 jaar, en wat “stoppen van termijnen” praktisch betekent. De rechtbank benadrukt dat de consument de economische gevolgen moet kunnen overzien; bv. na 5 jaar slechts 50% uitbetaling. -
Bewijs je aanbevelingsclaims – of gebruik ze niet
“Aanbevolen door…” is extra gevoelig bij kwetsbare doelgroepen. De rechtbank vindt dat de aanbieder onvoldoende kon onderbouwen dat de Consumentenbond de gebruikte claim had gedaan, en merkt de doelgroep (ouderen) als extra gevoelig voor dergelijke autoriteitsclaims.
https://www.knb.nl/actueel/nieuws/wees-alert-op-verzilverproducten/
Impact voor financieel adviseurs
“Verzilverproduct” = niet alleen financieel, óók erfrechtelijk/juridisch
Deze uitspraak laat zien dat één ontbrekende stap (beschikkingsbevoegdheid niet zeker) een hele transactie kan laten klappen. Voor adviseurs betekent dit:
- Bij elke verzilverconstructie: eigendomsstructuur, overlijden partner, nalatenschap, legaat, executele/boedelverdeling zijn geen bijzaak, maar randvoorwaarden.
- In de Wft-praktijk vertaalt dat naar: juist klantbeeld, doorvragen op burgerlijke staat, overlijden partner, testament/levenstestament en (bij twijfel) doorverwijzen (notaris/estate planner).
Transparantie = scenario’s + kansen + “wat als ik vroeg overlijd?”
De rechtbank vindt het relevant dat de aanbieder zélf de overlevingskans (19,41%) kon berekenen maar dit niet deelde. Voor adviseurs: als je een product bespreekt met r”, moet je structureel óók bespreken:
- wanneer betalingen kunnen stoppen,
- welk deel van de waarde feitelijk wordt uitgekeerd bij overlijden na X jaar,
- hoe dit zich verhoudt tot alternatieven (hypotheek/opeethypotheek, verkoop en huur, familieoplossingen, etc.).
Marketing en “aanbevolen door…”: extra kritisch bij kwetsbare klanten
De uitspraak is een waarschuwing dat autoriteitsclouderen extra zwaar wegen en sneller misleidend kunnen zijn. In jouw praktijk betekent dat: gebruik alleen aantoonbare claims, en leg altijd vast waarom iets passend is (niet “omdat het aanbevolen is”).
Bron: De Rechtspraak