In deze uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam (17 februari 2026, ECLI:NL:GHAMS:2026:385) draait het om een klassiek “scheidingsdossier” dat jarenlang blijft doorsudderen: de ex-echtgenoten zijn al in 2013 gescheiden, maar de gemeenschappelijke woning is nooit (juridisch) verdeeld. Als de woning uiteindelijk in 2024 voor een veel hogere prijs wordt verkocht, ontstaat ruzie: welke waarde telt voor de verdeling? De (oude) waarde uit 2018 of de (hoge) verkoopprijs uit 2024?
De kern is dus de peildatum voor waardering bij verdeling: hoofdregel is “waarde ten tijde van de verdeling”, maar daarvan kan worden afgeweken als redelijkheid en billijkheid dat eisen.
Feiten van de zaak: wat is er gebeurd?
De belangrijkste gebeurtenissen op een rij:
Juridische vraag: wat moest het hof beslissen?
De centrale vraag: Moet voor de verdeling worden uitgegaan van de waarde van de woning:
Daarbij speelt ook een praktisch-juridisch punt: op het moment van de procedure in eerste aanleg was de woning al aan een derde geleverd, zodat het geschil feitelijk draait om de verdeling van de verkoopopbrengst.
Uitspraak van het hof: wat is beslist en waarom?
Hoofdregel
Het hof herhaalt de hoofdregel:
Bij verdeling van een gemeenschapsgoed geldt in beginsel de waarde ten tijde van de verdeling, tenzij de redelijkheid en billijkheid een andere peildatum rechtvaardigen (het hof verwijst naar HR 12 februari 1999, NJ 1999/551).
Waarom hier tóch peildatum 2018?
Het hof vindt dat er in dit specifieke geval reden is om van de hoofdregel af te wijken en de waarde van 2018 te nemen. De dragende gedachte:
Conclusie: de man mocht gerechtvaardigd vertrouwen dat in 2018 al was afgesproken dat de woning aan hem zou worden toebedeeld tegen € 154.000, en daarom is 8 mei 2018 de juiste peildatum op grond van redelijkheid en billijkheid.
Uitkomst
De grieven van de vrouw falen; het vonnis wordt bekrachtigd en proceskosten worden gecompenseerd.
Praktische tips
Impact voor financieel adviseurs
Deze uitspraak is geen “hypotheekrecht”-uitspraak, maar raakt financieel adviseurs in de praktijk wél direct, omdat echtscheiding en woningverdeling bijna altijd samenhangen met:
Wat je hieruit meeneemt voor advisering:
Een “deal op papier” is niet genoeg—de uitvoering bepaalt je risico.
Als de feitelijke verdeling niet wordt afgerond, kan jaren later de discussie terugkomen (hier zelfs na verkoop aan een derde, met depot bij notaris).
Maak het vermogensplaatje scenario-proof (waarde stijgt óf daalt).
In 2018 werd gesproken vanuit een mogelijke onderwaarde/risico’s; in 2024 blijkt er forse overwaarde (verkoop € 390.000). Juist bij grote marktbewegingen is het cruciaal om te bepalen wie het marktrisico draagt vanaf welk moment.
**Signaleer “juridischeen adviseur kan het financiële deel doen, maar bij discussie over peildata, verrekening, finale kwijting, gebruiksvergoeding of verdelingsvorderingen hoort vaak een familierechtadvocaat/notaris aan tafel. Dat past ook bij de vakbekwaamheidslijn: ken je grenzen en verwijs door (zie leerdoelen hieronder). toetstermen)
Bron: De Rechtspraak
Fintool
info@fintool.nl
085 111 89 99