De Rechtbank Noord Holland heeft uitspraak gedaan in deze zaak over de vraag of een als bedrijfsruimte verkocht appartementsrecht tóch (deels) als woning kwalificeert voor het 2%-tarief overdrachtsbelasting.
Inleiding
Een koper verwerft in augustus 2024 een appartementsrecht dat in de stukken (koopakte/splitsing) als bedrijfsruimte wordt aangeduid. Zij betaalt overdrachtsbelasting naar het algemene tarief (10,4%) en verbouwt het object vervolgens tot woning. In beroep stelt zij dat het woningtarief van 2% van toepassing is.
De kern: moet je kijken naar het label “bedrijfsruimte” en het feitelijke gebruik, of naar de objectieve bouwkundige kenmerken van het bouwwerk op het moment van levering?
Feiten van de zaak
De relevante feiten op een rij:
Juridische vraag
De rechtbank formuleert het geschil als volgt:
Is de verkrijging (op grond van art. 14 lid 2 WBR) belast tegen 2%, omdat het verkregen appartementsrecht (geheel of gedeeltelijk) een woning is?
Daaronder zit een praktische deelvraag die in veel dossiers terugkomt:
Als het object gemengd is (deels winkel/kantoor, deels wonen): kun je dan splitsen en voor een deel het 2%-tarief toepassen?
Uitspraak van de rechtbank
Juridisch toetsingskader
De rechtbank sluit aan bij de lijn van de Hoge Raad (2017): zo objectief mogelijk toetsen aan kenmerken van het bouwwerk zelf, met als ankerpunt het oorspronkelijke ontwerp/doel. Is het later verbouwd, dan behoudt het zijn “aard van woning” alleen als niet meer dan beperkte aanpassingen nodig zijn om het weer geschikt te maken voor bewoning.
Belangrijk: feitelijke bewoning of de intentie van de koper is niet doorslaggevend; beslissend is de feitelijke toestand op het tijdstip van verkrijging.
Toepassing op deze feiten
Geen badkamer? Toch woning
Het ontbreken van een badkamer doet niet af aan woningkwalificatie, mede omdat dit bij de bouw in 1921 kennelijk ook zo was (centrale badvoorzieningen).
Steun in HR “tandartspraktijk”
De rechtbank verwijst expliciet naar HR 24 februari 2017 (ECLI:NL:HR:2017:294): zelfs als keuken/badkamer zijn verwijderd in verband met verbouwing, kan het nog steeds een woning zijn, zolang terugbouw beperkt is.
Conclusie en berekening
De rechtbank verklaart het beroep gegrond: 70% woning (2%), 30% niet-woning (10,4%). De verschuldigde overdrachtsbelasting wordt berekend op:
Bron: De Rechtspraak
Fintool
info@fintool.nl
085 111 89 99