Op 19 februari 2026 heeft Kifid-uitspraak GC 2026-0171 (bindend) gedaan over een inboedelverzekering met buitenshuisdekking en de vraag of een verzekeraar (via de gevolmachtigde) dekking mag weigeren met een beroep op de “normale voorzichtigheid” wanneer de schadeoorzaak brand(stichting) is.
Inleiding
De kern van deze zaak is herkenbaar in de praktijk: iemand laat (kostbare) spullen in een geparkeerde auto liggen, de auto brandt uit door brandstichting, en vervolgens ontstaat discussie over de vraag of de verzekerde “wel voorzichtig genoeg” is geweest. De relevante juridische vraag: kan de verzekeraar dekking voor brandschade aan buitenshuis meeverzekerde inboedel weigeren op basis van een voorzichtigheids-/preventieclausule die (feitelijk) bedoeld is om diefstalrisico te beperken?
Feiten van de zaak
Juridische vraag
De centrale juridische vraag die Kifid moet beantwoorden is: Valt de claim (verlies van eigendommen door brand in een geparkeerde auto buiten de woning) onder de buitenshuisdekking, of mag de gevolmachtigde dekking weigeren omdat niet aan de “normale voorzichtigheid” is voldaan? Daaronder zitten twee deelvragen die in de praktijk vaak beslissend zijn:
Uitspraak van Kifid – samenvatting & overwegingen
Uitleg van polisvoorwaarden: eerst lezen wat er stáát
De commissie benadrukt dat bij dekking het uitgangspunt is wat partijen in de polisvoorwaarden zijn overeengekomen, en dat consumentenvoorwaarden doorgaans objectief worden uitgelegd (woordkeus, context van de hele set voorwaarden).
“Normale voorzichtigheid” = hier een diefstal-preventieclausule, niet een brandclausule
De doorslaggevende overweging:
Kort gezegd: je kunt een diefstal-preventiestok niet gebruiken om een brandclaim te slaan. De commissie voegt daar praktisch aan toe dat consument er in beginsel ook niet op bedacht hoefde te zijn dat de auto (met spullen) zou afbranden; en dat hij door geen maatregelen te nemen niet “een verhoogd risico op brandschade” heeft geaccepteerd (behoudens tegenbewijs).
Redactioneel commentaar (“zelfs open en bloot in het zicht, dan nog dekking”) komt inhoudelijk dicht in de buurt van wat Kifid hier zegt over de on-toepasselijkheid van deze voorzichtigheidsclausule op brand. Wel blijft er altijd ruimte dat een verzekeraar zich in een andere polis op andere uitsluitingsgronden beroept (bijv. opzet/roekeloosheid, of een specifieke branduitsluiting). In deze voorwaarden speelde dat hier niet beslissend.
Bewijs: geen gespecificeerde politielijst? Toch voldoende aannemelijk
De commissie vindt dat consument voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat de geclaimde spullen bij de brand verloren zijn gegaan. Dat het proces-verbaal geen uitgewerkte lijst bevat, wordt hem niet tegengeworpen; mede omdat de claim grotendeels aansluit bij het pv en CED een onderbouwde begroting maakte.
Schadebedrag: wél dekking, maar met een maximum voor kostbaarheden
De commissie volgt de gevolmachtigde op één punt: kostbaarheden zijn gemaximeerd tot € 7.500,-, waardoor het Rolex-horloge niet volledig wordt vergoed als het meer waard was. Uitkomst (gedeeltelijk toegewezen):
Fintool
info@fintool.nl
085 111 89 99