Op 18 februari 2026 is in de Staatscourant een ministeriële regeling gepubliceerd waarmee de Regeling minimumloon en minimumvakantiebijslag wordt gewijzigd. Kern: Nederland legt – ter implementatie van Richtlijn (EU) 2022/2041 betreffende toereikende minimumlonen – vast welke indicatieve referentiewaarden als richtsnoer worden gebruikt bij de beoordeling van de toereikendheid van het wettelijk minimumloon (WML).
Wat verandert er precies?
In artikel 2 van de Regeling minimumloon en minimumvakantiebijslag worden twee indicatieve referentiewaarden vastgesteld:
De regeling (op basis van EU-wetgeving) borgt dat het WML wordt beoordeeld aan de hand van een absolute maatstaf (levensonderhoud) én een relatieve maatstaf (positie in de loonverdeling).
Belangrijk: richtsnoer, geen automatische verhoging
De toelichting benadrukt dat deze referentiewaarden als richtsnoer dienen in het proces rond het minimumloon (evaluaties, consultatie sociale partners, besluitvorming). Dat betekent niet dat de percentages automatisch “gehaald” móéten worden, maar lidstaten moeten zich wel inspannen om de waarden te bereiken.
Achtergrond: hoe wordt het minimumloon vastgesteld?
Volgens de toelichting wordt het minimumloon in Nederland periodiek bezien via:
De nieuwe referentiewaarden worden expliciet onderdeel van die “brede overweging”.
Inwerkingtreding
De regeling treedt in werking daags na publicatie in de Staatscourant. Bij publicatie op 18 februari 2026 is dat in de praktijk 19 februari 2026.
Wat betekent dit voor de adviespraktijk?
1) Doorwerking naar uitkeringen en inkomensafhankelijke regelingen blijft relevant
In de toelichting wordt opnieuw onderstreept dat het WML “doorwerkt” in allerlei regelingen: stijgt het minimumloon, dan stijgen onder meer bijstand en AOW mee. Hoewel deze regeling het WML niet meteen verhoogt, kan het toetsingskader (128%/50%) wel de politieke en beleidsmatige druk beïnvloeden bij komende evaluaties.
Praktische tip: neem bij langjarige scenario’s (scheiding, alimentatie, pensioenplanning, budgetadvies) een gevoeligheidsanalyse op: wat als WML (en gekoppelde uitkeringen) sneller stijgt dan “alleen indexatie”?
2) Koppeling aan levensonderhoud: fiscaliteit en toeslagen tellen mee in het “netto besteedbaar inkomen”
Opvallend is dat de 128%-maatstaf uitgaat van netto besteedbaar inkomen inclusief regelingen (zoals heffingskortingen en toeslagen) en dat noodzakelijke kosten zijn gebaseerd op Nibud-minimumvoorbeeldbegrotingen. De toereikendheid van het minimumloon wordt dus niet puur als “bruto loon” bekeken, maar in samenhang met het fiscale en toeslagenstelsel.
Praktische tip: bij advies aan minimumloonverdieners (of klanten dichtbij die grens) blijft het cruciaal om inkomenseffecten van toeslagen en heffingskortingen integraal mee te nemen; in dit Europese kader is dat expliciet onderdeel van de beoordeling.
3) Voor werkgevers/HR: gesprek over loongebouw en secundaire effecten
De referentiewaarden gaan over het minimumloon, maar in de praktijk kan een (beleidsmatige) verhoging doorwerken in cao’s en het loongebouw. Voor werkgevers is dat relevant bij budgettering en arbeidsvoorwaardenstrategie.
Fintool
info@fintool.nl
085 111 89 99