Volgens een uitspraak van Rechtbank Gelderland (11 februari 2026, ECLI:NL:RBGEL:2026:995) kwalificeren twee door een dga bij zijn eigen BV afgesloten leningen niet als eigenwoningschuld, omdat bij het “oversluiten” contractueel opnieuw een looptijd van 360 maanden werd afgesproken, waardoor – opgeteld met de al verstreken looptijd van de oorspronkelijke banklening – de maximale 360-maandstermijn uit de wet wordt overschreden.
Inleiding
De eigenwoningrente is alleen aftrekbaar als de lening kwalificeert als eigenwoningschuld. Deze zaak is leerzaam omdat hij laat zien dat bij het oversluiten (ook binnen de “eigen” sfeer, zoals een lening bij de eigen BV) niet alleen de besteding en aflossingswijze tellen, maar vooral óók de contractuele looptijd. De kern: mag je bij een vervangende lening opnieuw 30 jaar afspreken, of moet je aansluiten bij de resterende looptijd van de oude lening? De rechtbank kiest duidelijk positie: de contracttekst is beslissend.
Feiten van de zaak
Juridische vraag
Is de rente op de leningen IV en V (bij de eigen BV) aftrekbaar als eigenwoningrente, omdat deze leningen kwalificeren als eigenwoningschuld?
Uitspraak van het Hof (rechtbank) en belangrijkste overwegingen
Rechtskader: voorwaarden eigenwoningschuld
De rechtbank zet eerst het kader neer: rente is alleen aftrekbaar als het gaat om renten van schulden die behoren tot de eigenwoningschuld.
Daarvoor geldt o.a. dat er een contractuele verplichting moet zijn om:
Belangrijk extra punt bij vervanging/oversluiten:
Als een schuld tijdens de looptijd wordt vervangen door een nieuwe schuld, mag de looptijd van die nieuwe contractuele verplichting maximaal de resterende looptijd van de oude schuld zijn.
Toepassing: “reset” naar 30 jaar mag niet
De rechtbank vindt dat leningen IV en V feitelijk een voortzetting zijn van de oorspronkelijke banklening.
Maar in de BV-contracten is opnieuw een looptijd van 360 maanden opgenomen zonder rekening te houden met de verstreken jaren sinds 2015. Daardoor wordt de totale looptijd langer dan 360 maanden en wordt niet voldaan aan art. 3.119c lid 3 Wet IB 2001.
Vervroegde aflossing in 2022 helpt niet
Belanghebbende stelde: “Maar ik heb in 2022 alles afgelost, dus uiteindelijk is de 360 maanden niet overschreden.”
De rechtbank verwerpt dat: voor de kwalificatie telt de contractuele verplichting, niet wat er feitelijk later gebeurt. Vervroegd aflossen maakt de onjuiste contractuele looptijd in 2019/2020 niet ongedaan.
Gevolg: renteaftrek geweigerd, beroep ongegrond
De inspecteur mocht daarom de renteaftrek weigeren voor 2019 (navordering) en 2020 (aanslag). De beroepen zijn ongegrond.
Bron: Rechtspraak
Fintool
info@fintool.nl
085 111 89 99