De handreiking van het Verbond van Verzekeraars voor beveiligingsmaatregelen bij grondgebonden zonnestroominstallaties is herzien, met enkele opvallende uitbreidingen die in de praktijk direct impact kunnen hebben op preventie-eisen, polisvoorwaarden en het beveiligingsplan van exploitanten.
Handreiking HBg Z versie 2026: wat is er nieuw en waarom is dit relevant?
De kern van de handreiking blijft hetzelfde: snelle detectie, betrouwbare doormelding en adequate reactie om diefstal (met name van kabels) en vandalisme te beperken. Maar in de versie 2026 worden een paar onderwerpen explicieter en praktischer uitgewerkt.
Nu óók toepasbaar op zonnestroominstallaties op water
Nieuw is dat de handreiking expliciet aangeeft dat deze “ook van toepassing kan zijn” op zonnestroominstallaties op water (bijvoorbeeld drijvende zonneparken). De redenering is helder: het beveiligingsprincipe blijft gelijk (detectie–doormelding–reactie), maar de locatiecontext verandert. Denk aan bereikbaarheid, recreatief gebruik van water en afwijkende aanvalsroutes.
Praktische implicatie: exploitanten van zonneparken op water moeten eerder rekening houden met maatwerk en overleg met betrokken partijen (zoals grondeigenaar/gemeente), juist omdat water ook een “toegangsweg” kan zijn.
Drones als aanvullende maatregel voor alarmverificatie en opvolging
De handreiking beschrijft drones als waardevolle aanvulling wanneer reactietijden van bewakingsdiensten (te) lang zijn, zeker bij grote of lastig bereikbare locaties. Drones kunnen na een alarmmelding het terrein verkennen en real-time beelden naar de meldkamer sturen, zodat sneller kan worden vastgesteld of er echt sprake is van een incident (alarmverificatie).
Belangrijk is de positionering: drones zijn aanvullend en vervangen geen primaire detectiemiddelen. De handreiking benoemt bovendien dat drone-inzet geïntegreerd moet zijn in het PAC/VTC-ecosysteem en moet voldoen aan geldende EU-drone regels.
Waarom dit telt voor verzekeraars en polisvoorwaarden
Extra aandacht voor reactietijd (en het ‘keten-denken’)
De handreiking benadrukt dat beveiliging faalt als één schakel zwak is. Daarom is “reactietijd” een terugkerend thema: hoe sneller verificatie en opvolging, hoe beter. Dit komt o.a. terug in:
Wat staat er (nog meer) in: O-B-E-R als kapstok
De handreiking sluit aan bij de bekende indeling Organisatorisch, Bouwkundig, Elektronisch en Reactie (O-B-E-R) en verwijst naar VRKI 2.0 als methodiek om maatregelen te structureren. Een paar punten die in de praktijk vaak ‘beslis-critical’ zijn:
Organisatorisch: contracten, verantwoordelijkheden en dekkingsgevolgen
Bouwkundig: perimeter, kabels en (bij water) toegankelijkheid
Elektronisch: dubbele detectie, doormelding en bedrijfszekerheid
Reactie: protocollen, verificatie en maatwerk (incl. drones)
Blik vooruit: relatie met (toekomstige) wetgeving “kritieke entiteiten”
Interessant is dat de handreiking expliciet verwijst naar de komst van wetgeving rond weerbaarheid van kritieke entiteiten (CER/Wwke) en de verwachting dat dit in 2026 doorwerkt naar eisen voor fysieke beveiliging van kritieke infrastructuur, waaronder energie. Waarom dit in dossiers terugkomt: beveiligingskeuzes worden daarmee niet alleen een verzekerings- of operationele afweging, maar ook steeds vaker een governance- en compliance-onderwerp.
Checklist voor adviseur / exploitant: “wat wil de verzekeraar straks zien?”
Bron: Verbond van Verzekeraars
Fintool
info@fintool.nl
085 111 89 99