MijnFintool

Nieuws

Eigen woning aanhouden bij vertrek naar het buitenland: 'tijdelijk' moet je kunnen bewijzen

Een in Nederland wonende Amerikaanse belastingplichtige vertrekt voor werk naar Zweden, houdt haar Nederlandse koopwoning onverhuurd aan en wil die woning (op verzoek) in box 1 blijven behandelen via de zogenoemde uitzendregeling van art. 3.111 lid 6 Wet IB 2001. De Rechtbank Zeeland-West-Brabant gaat daar niet in mee: het verblijf in Zweden is volgens de rechtbank niet (voldoende aannemelijk) tijdelijk, waardoor de Nederlandse woning geen eigen woning (meer) is en de eigenwoningfaciliteiten (zoals renteaftrek) vervallen.

De casus in het kort

  • Belanghebbende (Amerikaanse nationaliteit) was inwoner van Nederland tot 30 juni 2022 en is sinds 15 juni 2020 eigenaar van een woning in Nederland.
  • Vanaf 30 juni 2022 woont en werkt zij in Zweden; zij huurt daar een woning (contract eerst 1 jaar, daarna verlengd) en heeft een arbeidscontract voor onbepaalde tijd.
  • De Nederlandse woning wordt in 2023 niet aan derden ter beschikking gesteld en er is geen andere eigen woning.

Het juridisch kader: art. 3.111 lid 6 Wet IB 2001 (uitzendregeling)
De hoofdregel is bekend: een woning is alleen een eigen woning (box 1) als deze de belastingplichtige als hoofdverblijf ter beschikking staat. Bij uitzending (binnen- of buitenland) kan dat knellen, omdat de woning in Nederland leegstaat terwijl het hoofdverblijf tijdelijk elders is.

Daarvoor is art. 3.111 lid 6 Wet IB 2001 bedoeld: een woning die minstens één jaar eigen woning was en sindsdien “tijdelijk als hoofdverblijf niet anders dan tijdelijk ter beschikking staat”, kan op verzoek tóch als eigen woning blijven gelden, mits o.a.:

  • de woning niet aan derden ter beschikking wordt gesteld, en
  • er geen andere woning als eigen woning wordt behandeld.

De kern van de uitspraak: 'tijdelijk' is een echte drempel
De rechtbank is opvallend duidelijk over de (lastige) wettekst: de formulering is “niet direct helder”, maar uit de wetsgeschiedenis volgt volgens de rechtbank dat lid 6 is bedoeld voor tijdelijke uitzending. Met andere woorden: het woord “tijdelijk” in de wet is er juist om situaties met een permanent karakter uit te sluiten. Vervolgens draait de zaak om bewijs en feiten:

  • Onbepaalde-tijd arbeidscontract in Zweden;
  • Langdurige huur van een woning in Zweden (met verlenging);
  • Weinig inzicht in de feitelijke situatie door belanghebbende, terwijl de bewijslast bij haar ligt.

Conclusie rechtbank: niet aannemelijk dat het verblijf in Zweden slechts tijdelijk is → Nederlandse woning geen eigen woning onder art. 3.111 lid 6 → geen recht op eigenwoning-aftrekposten.

Waarom dit belangrijk is voor de adviespraktijk
Deze uitspraak onderstreept iets wat in dossiers met internationale mobiliteit vaak misgaat: het is niet genoeg dat de Nederlandse woning leeg blijft en niet wordt verhuurd. De echte 'make or break' zit in het tijdelijke karakter van het verblijf elders – en dat moet je onderbouwen. Praktisch betekent dit (in de regel):

Valt de woning uit box 1, dan komt de woning (voor zover NL heffingsrecht bestaat) eerder in beeld als box 3-bezitting (met alle gevolgen van dien), en vervallen box 1-faciliteiten zoals hypotheekrenteaftrek. (Hoe dit exact uitwerkt hangt uiteraard ook samen met binnenlandse/buitenlandse belastingplicht en de individuele situatie.)

Dossier-aanpak: zo maak je 'tijdelijk' wél verdedigbaar
Wie art. 3.111 lid 6 wil benutten bij (buitenlandse) uitzending doet er goed aan vooraf een bewijsdossier op te bouwen. Denk aan indicaties zoals:

  • Tijdelijk arbeidscontract of duidelijke einddatum / projectduur;
  • Repatriation-clausule (terugkeerafspraak) of schriftelijke werkgeversverklaring dat de uitzending tijdelijk is;
  • Tijdelijk karakter van huisvesting in het buitenland (bijv. korte(re) huurtermijnen, expat-housing);
  • Aantoonbare, concrete terugkeerplannen (schoolinschrijving kinderen in NL na periode, beëindiging buitenlandse verplichtingen na einddatum, etc.);
  • Feitelijke binding met NL (maar: binding alléén is meestal niet genoeg als de buitenlandse inrichting 'permanent' oogt).

Deze uitspraak laat zien dat een combinatie van onbepaalde tijd werken + structurele woninghuur in het buitenland al snel richting 'permanent' kantelt, tenzij je overtuigend kunt aantonen waarom het toch tijdelijk is.

Bron: Rechtspraak

Modules & dossiers

Opvoerdatum

05 jan 2026

Laatst gewijzigd

08 jan 2026

Reacties

Er zijn (nog) geen reacties op dit artikel

Graag eerst inloggen om deze pagina te bekijken.

Permanent Actueel met Fintool?

Als professioneel financieel adviseur moet en wilt u bijblijven en dat het liefst in zo weinig mogelijk (kostbare) tijd. Dat kan nu met Fintool.nl! Meld u nu aan als abonnee en krijg toegang tot de Kennisbank, Rekenmodellen en Helpdesk.
Lees verder

Fintool bv © 2003/2026. Alle rechten voorbehouden.
Lees graag de leveringsvoorwaarden en het privacy reglement.

1
1