Een in Nederland wonende Amerikaanse belastingplichtige vertrekt voor werk naar Zweden, houdt haar Nederlandse koopwoning onverhuurd aan en wil die woning (op verzoek) in box 1 blijven behandelen via de zogenoemde uitzendregeling van art. 3.111 lid 6 Wet IB 2001. De Rechtbank Zeeland-West-Brabant gaat daar niet in mee: het verblijf in Zweden is volgens de rechtbank niet (voldoende aannemelijk) tijdelijk, waardoor de Nederlandse woning geen eigen woning (meer) is en de eigenwoningfaciliteiten (zoals renteaftrek) vervallen.
De casus in het kort
Het juridisch kader: art. 3.111 lid 6 Wet IB 2001 (uitzendregeling)
De hoofdregel is bekend: een woning is alleen een eigen woning (box 1) als deze de belastingplichtige als hoofdverblijf ter beschikking staat. Bij uitzending (binnen- of buitenland) kan dat knellen, omdat de woning in Nederland leegstaat terwijl het hoofdverblijf tijdelijk elders is.
Daarvoor is art. 3.111 lid 6 Wet IB 2001 bedoeld: een woning die minstens één jaar eigen woning was en sindsdien “tijdelijk als hoofdverblijf niet anders dan tijdelijk ter beschikking staat”, kan op verzoek tóch als eigen woning blijven gelden, mits o.a.:
De kern van de uitspraak: 'tijdelijk' is een echte drempel
De rechtbank is opvallend duidelijk over de (lastige) wettekst: de formulering is “niet direct helder”, maar uit de wetsgeschiedenis volgt volgens de rechtbank dat lid 6 is bedoeld voor tijdelijke uitzending. Met andere woorden: het woord “tijdelijk” in de wet is er juist om situaties met een permanent karakter uit te sluiten. Vervolgens draait de zaak om bewijs en feiten:
Conclusie rechtbank: niet aannemelijk dat het verblijf in Zweden slechts tijdelijk is → Nederlandse woning geen eigen woning onder art. 3.111 lid 6 → geen recht op eigenwoning-aftrekposten.
Waarom dit belangrijk is voor de adviespraktijk
Deze uitspraak onderstreept iets wat in dossiers met internationale mobiliteit vaak misgaat: het is niet genoeg dat de Nederlandse woning leeg blijft en niet wordt verhuurd. De echte 'make or break' zit in het tijdelijke karakter van het verblijf elders – en dat moet je onderbouwen. Praktisch betekent dit (in de regel):
Valt de woning uit box 1, dan komt de woning (voor zover NL heffingsrecht bestaat) eerder in beeld als box 3-bezitting (met alle gevolgen van dien), en vervallen box 1-faciliteiten zoals hypotheekrenteaftrek. (Hoe dit exact uitwerkt hangt uiteraard ook samen met binnenlandse/buitenlandse belastingplicht en de individuele situatie.)
Dossier-aanpak: zo maak je 'tijdelijk' wél verdedigbaar
Wie art. 3.111 lid 6 wil benutten bij (buitenlandse) uitzending doet er goed aan vooraf een bewijsdossier op te bouwen. Denk aan indicaties zoals:
Deze uitspraak laat zien dat een combinatie van onbepaalde tijd werken + structurele woninghuur in het buitenland al snel richting 'permanent' kantelt, tenzij je overtuigend kunt aantonen waarom het toch tijdelijk is.
Bron: Rechtspraak
Fintool
info@fintool.nl
085 111 89 99