Bevestig uw aanmelding

U ontvangt nu een e-mailbericht van waaruit u uw aanmelding moet bevestigen. Zonder deze bevestiging ontvangt u niet dagelijks actuele en praktische informatie. Doe het gelijk even!

Stuur mij dagelijks actuele en praktische informatie
Bekijk alle diensten
4 sep 2018 Nieuws

Ontruiming voormalige gemeenschappelijke woning

In een kort geding heeft een voorzieningenrechter een uitspraak gedaan over een vordering van 'eiser' om zijn ex-partner te veroordelen tot ontruiming van hun voormalige gemeenschappelijke woning.
  • Dagelijkse e-mail nieuwsbrief
  • Kennisbank met 1000+ artikelen
  • Rekenmodellen en downloads
  • Persoonlijk archief
  • Inclusief Permanent Actueel module!!

Afspraken convenant

Partijen zijn overeengekomen dat de echtelijke woning aan [adres] in [plaats 1] tot uiterlijk september 2024 gezamenlijk eigendom blijft. De vrouw heeft als enige het recht om tot uiterlijk september 2024 in de echtelijke woning te wonen. Indien voor deze datum wordt verdeeld of verkocht zal dit met de instemming van zowel de man als de vrouw zijn.

In januari 2024 wordt een traject opgestart om de woning te verdelen of te verkopen. In geval van verkoop wordt de verkoopprijs bepaald door een door partijen gezamenlijk aangestelde onafhankelijk beëdigde taxateur en zijn de kosten van de verkoop voor rekening van de man. Als er op 1 september 2024 geen koopovereenkomst is gesloten en er is geen zicht op verdeling, wordt de woning gedwongen verkocht.

Samenwonen

Medio februari 2018 heeft de man vernomen dat de ex-vrouw zal gaan samenwonen in [plaats 2] en dat zij de woning zal verlaten. De man heeft aan de ex-vrouw te kennen gegeven dat hij de woning met zijn echtgenote wenst te gaan bewonen. Partijen hebben sedertdien hierover verschillende malen met elkaar contact gehad blijkens een overgelegde chronologische weergave van Whatsapp-contacten.

Aanvullende vordering door ex-vrouw

Op 14 juni 2018 heeft de advocaat namens de ex-vrouw de volgende e-mail aan de man gestuurd:
“(…) [ex-vrouw] heeft zich opnieuw tot mij gewend. Zij heeft mijn advies gevraagd inzake uw wens om de echtelijke woning te gaan bewonen. Op dit moment heeft mijn cliënte op grond van de overeenkomst van 4 oktober 2017 het recht om de echtelijke woning nog tot september 2024 te blijven bewonen. Gezien de hoogte van de door haar te betalen hypotheekrente is dit uiteraard een afspraak die, gezien de waarde van de woning, een financiële waarde vertegenwoordigt.

Vordering ex-vrouw

"... Daarnaast beroept de vrouw zich op dwaling, omdat het door haar voortijdig prijsgegeven woonrecht een financiële waarde vertegenwoordigt en zij voorts het risico loopt, indien haar partner zou komen te overlijden, dat zij zonder woonruimte komt te zitten."

Voorzieningenrechter

De voorzieningenrechter veroordeelt de vrouw om binnen drie dagen na betekening van dit vonnis de woning aan [adres] te [plaats 1] te verlaten met al het hare en de haren en de woning ter gebruik aan de man ter beschikking te stellen, met dien verstande dat deze veroordeling niet eerder dan per 1 september 2018 ten uitvoer kan worden gelegd.

Bodemprocedure

Op 23 mei 2018 heeft de man – in verband met de overeen te komen leveringsdatum van het appartement – de vrouw gevraagd een definitieve verhuisdatum te noemen, waarop de vrouw expliciet als datum 1 september 2018 heeft genoemd. Gelet op het voorgaande is voldoende aannemelijk dat de vrouw haar recht om tot uiterlijk september 2024 als enige in de woning te mogen verblijven op 23 mei 2018 uitdrukkelijk per 1 september 2018 heeft prijsgegeven. Aan deze verklaring is de vrouw gebonden juist omdat de vrouw wist dat de man en zijn echtgenote op basis van haar mededeling de verkoop van het appartement in gang konden en zouden zetten en zij het appartement op 25 mei 2018 daadwerkelijk hebben verkocht. De vrouw kan mede om die reden niet achteraf alsnog voorwaarden aan haar vertrek stellen. Weliswaar stelt zij dat zij steeds mondeling voorwaarden heeft gesteld aan haar vertrek, maar zij heeft deze stelling niet onderbouwd, zodat de voorzieningenrechter daaraan voorbijgaat. Ook het aanbod van de vrouw om getuigenbewijs leveren wordt gepasseerd, nu de procedure in kort geding zich niet voor nadere bewijslevering leent. Dat dient te gebeuren in een eventuele bodemprocedure.


Bron: Rechtspraak.nl

Downloads

Downloads zijn alleen beschikbaar als u bent ingelogd. Log graag in of neem een abonnement.

Rubrieken

Dossiers

Opvoerdatum

4 sep 2018

Laatst gewijzigd

4 sep 2018

Adresgegevens

Fintool
Vlinderweg 2 | Unit 0.24
2623 AX Delft

Telefoon 085 - 111 89 99
Telefax 085 - 111 88 80
E-mail: info@fintool.nl

Fintool bv © 2003/2017. Alle rechten voorbehouden.
Lees graag de leveringsvoorwaarden en het privacy reglement.