Het wetsvoorstel dat hospitaverhuur aantrekkelijker moet maken, ligt bij de Tweede Kamer. De beoogde inwerkingtreding is 1 januari 2027. De kern: hospitaverhuur moet juridisch en praktisch beter uitvoerbaar worden, onder meer door een tijdelijk huurcontract van maximaal vijf jaar en ruimere opzeggingsmogelijkheden voor de hospita. Daarmee wordt een belangrijke belemmering voor woningeigenaren en kredietverstrekkers aangepakt. Maar fiscaal blijft een wezenlijk aandachtspunt bestaan.
D66 heeft Kamervragen gesteld over de fiscale behandeling van familiehypotheken en de rol daarvan bij de maximale leencapaciteit van huizenkopers. Aanleiding is de zogenoemde schenk-leenconstructie: ouders verstrekken een lening aan hun kind voor de eigen woning en schenken vervolgens jaarlijks een bedrag terug, waarmee rente en soms ook aflossing feitelijk worden gecompenseerd. De vragen zijn op 14 juli 2026 ingezonden door de Kamerleden Oosterhuis en Schoonis.
Kan een koopovereenkomst voor een woning worden vernietigd wanneer een oudere verkoper zijn woning voor een zeer laag bedrag verkoopt aan buren die hem regelmatig helpen?
Mijn klant heeft een eigen woning. Daarop rust een EWS. De rente is dus aftrekbaar. De klant heeft een partner. Kan die partner de rente aftrekken van haar belastbare inkomen?
Uit de nieuwste kwartaalcijfers van het CDFD blijkt dat het slagingspercentage voor initiële Wft-examens opnieuw laag blijft. In de periode april tot en met juni 2026 werden 4.840 initiële examens afgelegd. Daarvan werd 45,2% succesvol afgerond. Bij de PE-examens ligt het beeld duidelijk anders: van de 911 afgelegde PE-examens werd 86,7% met succes afgerond.
Meneer A en mevrouw B gaan in 2026 samen een woning kopen. A en B zijn ongehuwd. En ze blijven ook ongehuwd. A en B hebben elk een eigen woning, met een eigenwoningschuld.
A heeft sinds 2010 een bestaande eigenwoningschuld (BEWS) van €100.000 aflossingsvrij. Die schuld bestaat nog. Het is zijn eerste en enige eigenwoningschuld. Meneer verkoopt nu zijn woning voor €420.000 en lost daarmee de BEWS af.
B heeft sinds 2016 een eigenwoningschuld. Het is haar eerste eigenwoningschuld. Het is een annuïteitenhypotheek. Die was oorspronkelijk €300.000 en is door annuïtaire aflossingen nu nog €236.000. Zij verkoopt haar woning voor €480.000 en lost daarmee haar eigenwoningschuld af.
Ze kopen gezamenlijk een woning van €900.000 en willen de woning financieren met een maximale eigenwoningschuld. Ze willen daarbij via een draagplichtovereenkomst het eigenwoningverleden gescheiden houden.
Hoe moet je vaststellen hoe hoog de maximale eigenwoningschuld op deze woning is en hoe die in verschillende leningdelen moet worden opgebouwd met een draagplichtovereenkomst?
Meneer A en mevrouw B gaan in 2026 samen een woning kopen. A en B zijn ongehuwd. En ze blijven ook ongehuwd. A en B hebben elk een eigen woning, met een eigenwoningschuld.
A heeft sinds 2010 een bestaande eigenwoningschuld (BEWS) van €100.000 aflossingsvrij. Die schuld bestaat nog. Het is zijn eerste en enige eigenwoningschuld. Meneer verkoopt nu zijn woning voor €420.000 en lost daarmee de BEWS af.
B heeft sinds 2016 een eigenwoningschuld. Het is haar eerste eigenwoningschuld. Het is een annuïteitenhypotheek. Die was oorspronkelijk €300.000 en is door annuïtaire aflossingen nu nog €236.000. Zij verkoopt haar woning voor €480.000 en lost daarmee haar eigenwoningschuld af.
Ze kopen gezamenlijk een woning van €900.000. Ze kiezen voor de wettelijke regeling.
Hoe moet je vaststellen hoe hoog de maximale eigenwoningschuld op deze woning is en hoe die in verschillende leningdelen moet worden opgebouwd?
Meneer A en mevrouw B gaan in 2026 samen een woning kopen. Voordat ze dat gaan doen, huwen ze in beperkte gemeenschap van goederen.
A en B hebben voordat ze gehuwd waren elk een eigen woning gehad, met een eigenwoningschuld.
A heeft sinds 2010 een bestaande eigenwoningschuld (BEWS) van €100.000 aflossingsvrij. Die schuld bestaat nog. Het is zijn eerste en enige eigenwoningschuld. Meneer verkoopt nu zijn woning voor €420.000 en lost daarmee de BEWS af.
B heeft sinds 2016 een eigenwoningschuld. Het is haar eerste eigenwoningschuld. Het is een annuïteitenhypotheek. Die was oorspronkelijk €300.000 en is door annuïtaire aflossingen nu nog €236.000. Zij verkoopt haar woning voor €480.000 en lost daarmee haar eigenwoningschuld af.
Ze kopen gezamenlijk een woning van €900.000. Hoe moet je vaststellen hoe hoog de maximale eigenwoningschuld op deze woning is en hoe die in verschillende leningdelen moet worden opgebouwd?
Ook bij aanvullende zorgverzekeringen moet duidelijk zijn dat het belang van de klant wordt meegenomen bij de ontwikkeling van producten. Dit begint met een goede inrichting en uitvoering van het product approval and review process (PARP). De Autoriteit Financiële Markten (AFM) deed bij ontwikkelaars van aanvullende zorgverzekeringen onderzoek naar de naleving van de PARP-vereisten. We hebben gezien dat de basis voor een goed PARP aanwezig is, maar er blijft ruimte voor verbetering. We geven daartoe enkele aandachtspunten, want een goed PARP vormt de basis voor producten waarin het klantbelang centraal staat.
De Eerste Kamer heeft op 7 juli 2026 de Wet meer zekerheid flexwerkers aangenomen. Daarmee is de politieke besluitvorming over een belangrijk onderdeel van het arbeidsmarktpakket afgerond. De wet moet werknemers met een flexibel arbeidscontract meer zekerheid geven over inkomen en werktijd. De belangrijkste boodschap voor de praktijk: de meeste onderdelen gaan pas in per 1 januari 2028. Dat geeft werkgevers, intermediairs en adviseurs tijd om contractvormen, personeelsplanning en eventuele cao-afspraken tegen het licht te houden.
Fintool
info@fintool.nl
085 111 89 99