In Kifid-uitspraak GC 2026-0247 gaat het om een hypotheekadviseur die in het voortraject te optimistisch communiceerde over de leencapaciteit (incl. starterslening) én vervolgens onvoldoende regie voerde op het proces (o.a. geen uitstel vragen bij de verkoper), waarna de klant door een gemiste overdrachtsdatum een contractuele boete moest betalen.
Het CDFD meldt dat de Wft-PE-examens per 1 april 2026 zijn geactualiseerd: nieuwe wet- en regelgeving en andere relevante ontwikkelingen zijn verwerkt, en ook de initiële examens zijn aangepast zodat de vragen actueel blijven. Tegelijk doet het CDFD een oproep aan de markt om nu al nieuwe ontwikkelingen aan te dragen voor de PE-examens vanaf 1 april 2027
Op 27 maart 2026 heeft de Hoge Raad een prejudiciële beslissing genomen over een vraag die in de box-3-herstelpraktijk vaak “ineens” opduikt: kunnen fiscale partners hun box-3-verdeling (de onderlinge verhouding/toerekening) nog wijzigen als de aanslag onherroepelijk is geworden door een collectieve uitspraak op bezwaar in de massaalbezwaarprocedure?
De inzet is praktisch: bij rechtsherstel (naar aanleiding van het Kerstarrest) wordt een nieuwe box-3-berekening gemaakt. Maar die berekening kan sterk afhangen van de partnerverdeling. Als je pas ná de vermindering goed ziet wat het effect is, wil je mogelijk alsnog schuiven.
De leegwaardenratio (LWR) bepaalt dat verhuurde woningen niet voor de volledige WOZ-waarde hoeven te worden opgevoerd in box 3 van de inkomstenbelasting en in de Erf- en Schenkbelasting. Het percentage waarmee de WOZ-waarde wordt gecorrigeerd, hangt af van de verhouding tussen huur en waarde. Per 2023 is de LWR gewijzigd. Dit onderzoek richt zich op de vraag hoe particuliere verhuurders deze actualisatie ervaren en in hoeverre zich volgens hen knelpunten, onbedoelde effecten of afwijkingen van beleidsaannames voordoen.
In ECLI:NL:OGEAC:2025:328 botsten een erfgename/begunstigde en een levensverzekeraar over de stelling dat een overlijdensrisicoverzekering tussentijds was geëindigd omdat een halfjaarpremie niet tijdig was betaald. Het gerecht oordeelt dat de verzekering niet tussentijds is geëindigd, omdat verzekeraar niet voldeed aan de dwingend rechtelijke eis van art. 7:980 BW: een juiste mededeling ná de vervaldag met een termijn van ten minste één maand.
Fintool
info@fintool.nl
085 111 89 99