Het CPB schetst in de Concept-Macro Economische Verkenning 2027 een gemengd beeld. De Nederlandse economie blijft groeien, maar de inflatie blijft hoger dan eerder verwacht. De doorsnee koopkracht stijgt in 2026 nog licht, maar daalt in 2027. Tegelijkertijd loopt het overheidstekort op en stijgt de staatsschuld verder.
Volgens de kerngegevens groeit het bbp met 1,4% in 2026 en 1,2% in 2027. De consumptie van huishoudens blijft positief, met een groei van 1,1% in 2026 en 0,9% in 2027. Dat is opvallend, omdat de koopkrachtontwikkeling juist verslechtert: +0,6% in 2026 en -0,3% in 2027. De verklaring ligt onder meer in de opgebouwde buffers van huishoudens. De individuele spaarquote lag in 2025 op 5,5% van het beschikbaar huishoudinkomen en blijft volgens de raming in 2026 en 2027 nog steeds boven 4%. Daardoor kunnen huishoudens hun consumptie deels op peil houden door minder te sparen of in te teren op eerder opgebouwd spaargeld.
Inflatie blijft rond 3%
De inflatie blijft volgens het CPB hardnekkig. Voor 2026 wordt gerekend met 3,3% cpi-inflatie en voor 2027 met 2,8%. De geharmoniseerde inflatie komt uit op 3,0% in 2026 en 2,6% in 2027. Daarmee blijft de inflatie hoger dan in eerdere ramingen verwacht. De oorzaak ligt vooral bij hogere energie- en brandstofprijzen, mede door internationale conflicten en onzekerheid rond energieproducerende regio’s.
De infographic bij de cMEV vat dit kernachtig samen: energie- en brandstofprijzen zorgen voor hoge inflatie, terwijl de internationale onzekerheid groot blijft. Tegelijkertijd houden uitvoer, overheidsuitgaven en buffers van huishoudens de economische groei op peil.
Voor adviseurs is vooral van belang dat “inflatie” niet alleen een macro-economisch cijfer is. Hogere prijzen werken door in besteedbaar inkomen, woonlasten, leencapaciteit, indexatie van inkomensgrenzen en de betaalbaarheid van financiële verplichtingen. In eerdere Fintool-publicaties is al toegelicht dat CPB-koopkrachtcijfers statisch zijn: persoonlijke gebeurtenissen zoals baanverlies, scheiding, gezinsuitbreiding of pensionering worden daarin niet meegenomen.
Koopkracht: 2026 nog plus, 2027 min
De doorsnee koopkracht stijgt in 2026 nog met 0,6%. In 2027 slaat dit om naar een daling van 0,3%. Het CPB wijst erop dat de cao-lonen nog steeds stevig stijgen, maar dat deze stijging in 2027 onvoldoende is om de hoog blijvende inflatie en de lastenverzwaring in box 1 volledig te compenseren.
De cao-loonontwikkeling bij bedrijven neemt af van 4,2% in 2026 naar 3,8% in 2027. De loonvoet bedrijven stijgt met 4,5% in 2026 en 4,3% in 2027. De reële lonen blijven daardoor positief, maar voor de koopkracht van huishoudens telt ook het fiscale beleid mee. Met name de hogere tarieven in box 1 en beperkte indexatie van schijfgrenzen, aftrekposten en heffingskortingen drukken het netto-inkomen.
Voor de adviespraktijk betekent dit dat inkomensgroei niet automatisch gelijkstaat aan meer financiële ruimte. Bij hypotheekadvies, consumptieve verplichtingen en pensioenplanning blijft het relevant om naar netto besteedbaar inkomen en huishoudspecifieke lasten te kijken.
Overheidstekort en staatsschuld lopen op
Het EMU-saldo verslechtert volgens de kerngegevens van -1,6% bbp in 2025 naar -2,8% in 2026. In 2027 verbetert het tekort naar -2,1%, maar blijft het duidelijk negatief. De EMU-schuld loopt op van 44,7% bbp in 2025 naar 46,1% in 2026 en 46,5% in 2027. Daarmee blijft de schuldquote wel onder de Europese 60%-grens, maar de richting is stijgend.
Het CPB noemt hogere uitgaven aan defensie, sociale zekerheid en rente als belangrijke oorzaken. Daar staan lastenverzwaringen tegenover, maar die zijn niet voldoende om de stijgende uitgaven volledig te dekken. Voor huishoudens betreft dit onder meer lastenverzwaring in box 1; voor bedrijven een hogere Aof-premie.
De vraag is daarmee niet alleen of de economie groeit, maar ook hoe houdbaar de overheidsfinanciën zijn bij structureel hogere uitgaven. In een eerdere Fintool-publicatie over de Voorjaarsraming werd al gewezen op de spanning tussen noodzakelijke publieke investeringen en de financierbaarheid van overheidsuitgaven.
Consumptie blijft overeind door buffers
De consumptie van huishoudens neemt volgens het CPB niet af. Dit is mede te verklaren doordat huishoudens in eerdere jaren relatief veel hebben gespaard. De individuele spaarquote bedroeg 4,3% in 2024 en 5,5% in 2025. Voor 2026 en 2027 verwacht het CPB respectievelijk 4,2% en 4,3%.
Dat betekent niet dat alle huishoudens over voldoende buffers beschikken. Gemiddelden kunnen verhullen dat lage inkomens, huurders met hoge energielasten of huishoudens met weinig liquide vermogen kwetsbaarder zijn. Het CPB pleit daarom niet voor generieke koopkrachtsteun bij hoge energieprijzen, maar voor gericht beleid en investeringen in verduurzaming. De raming noemt het Noodfonds Energie als voorbeeld van gerichte ondersteuning.
Voor de eigenwoningpraktijk is dit relevant. Verduurzaming kan de kwetsbaarheid voor toekomstige energieprijsschokken verkleinen. Tegelijkertijd vraagt financiering van energiebesparende maatregelen om een zorgvuldige beoordeling van leencapaciteit, bestedingsruimte en terugverdientijd.
Bron: CPB
Fintool
info@fintool.nl
085 111 89 99