De Belastingdienst wijst werknemers erop dat zij vanaf 1 januari 2027 netto minder kunnen ontvangen als hun werkgever een uitkering samen met ander loon uitbetaalt. Het gaat om situaties waarin de werkgever nu nog arbeidskorting toepast over een uitkering die fiscaal niet als arbeidsinkomen zou moeten meetellen. Krijgt de werknemer de uitkering rechtstreeks van UWV, dan verandert er volgens de Belastingdienst niets.
Achtergrond: arrest Hoge Raad en reparatie via samenvoegbepaling
De wijziging volgt op het arrest van de Hoge Raad van 15 november 2024 over de ongelijke behandeling van WGA-gerechtigden. Een WGA-uitkering die rechtstreeks door UWV wordt betaald, telt niet mee voor de arbeidskorting. Wordt dezelfde uitkering via de werkgever betaald en met loon samengevoegd, dan kon de arbeidskorting in de praktijk wél over die uitkering worden toegepast. De Hoge Raad achtte dit onderscheid in strijd met het discriminatieverbod, maar liet de keuze voor rechtsherstel aan de wetgever.
Het kabinet kiest ervoor de ongelijkheid weg te nemen door de arbeidskorting niet uit te breiden naar alle betrokken uitkeringen, maar juist te beperken: werkgevers mogen vanaf 2027 geen arbeidskorting meer toepassen over socialezekerheidsuitkeringen die zij doorbetalen. Volgens de toelichting bij de wijzigingsregeling sluit dit aan bij het uitgangspunt dat de arbeidskorting is bedoeld voor inkomen uit arbeid en niet voor socialezekerheidsuitkeringen.
Welke uitkeringen noemt de Belastingdienst?
De Belastingdienst noemt onder meer de volgende uitkeringen als zij via de werkgever worden betaald in combinatie met loon uit werk of een aanvulling:
De Belastingdienst geeft aan dat de werkgever hierdoor meer loonheffing moet inhouden. Het netto-effect hangt af van de hoogte van de uitkering en het overige loon. Het extra in te houden bedrag kan volgens de Belastingdienst oplopen tot maximaal ongeveer 31% van het bruto-uitkeringsdeel dat in het totale loon is begrepen.
Let op IACK
Een tweede aandachtspunt is de inkomensafhankelijke combinatiekorting. Heeft de belastingplichtige op 1 januari 2027 een kind jonger dan 12 jaar en ontvangt hij of zij de IACK via de aangifte inkomstenbelasting, dan telt de uitkering die via de werkgever wordt ontvangen niet meer mee voor de berekening van de IACK. Dit kan betekenen dat het recht op IACK lager uitvalt of geheel vervalt. Bij een voorlopige aanslag adviseert de Belastingdienst om deze begin 2027 aan te passen.
Voor toeslagen noemt de Belastingdienst geen gevolgen van deze wijziging. Dat betekent echter niet dat het besteedbaar inkomen gelijk blijft: het netto loon kan wel dalen door de hogere inhouding loonheffing.
Adviespraktijk: voorkom verrassingen in besteedbaar inkomen
Voor financieel adviseurs is dit vooral relevant bij klanten met gedeeltelijke arbeidsongeschiktheid die nog werken en waarbij de uitkering via de werkgever loopt. Denk aan WGA-, IVA-, WAO- of Wajong-situaties waarin het netto inkomen nu mede wordt bepaald door toepassing van arbeidskorting over het samengestelde loon. Vraag bij inkomensinventarisaties vanaf 2026 expliciet na:
De Belastingdienst adviseert werknemers om de werkgever te vragen het nettoloon vanaf 2027 door te rekenen. Voor hypotheek- en inkomensadvies is dat geen formaliteit: een daling van netto besteedbaar inkomen kan doorwerken in betaalbaarheid, nazorg en klantverwachtingen.
Conclusie
De wijziging per 2027 is geen nieuwe uitkeringstechnische beoordeling, maar een fiscale correctie op de loonheffingsverwerking. De kern is dat de uitkering niet langer mag “meeliften” in de arbeidskorting doordat zij via de werkgever wordt betaald. Voor de klant kan het verschil echter aanzienlijk zijn. Juist daarom is het verstandig om in 2026 al netto inkomensprognoses op te vragen en bij lopende adviezen niet uitsluitend uit te gaan van de huidige loonstrook.
Bron: Belastingdienst
Fintool
info@fintool.nl
085 111 89 99