De Europese Commissie heeft in oktober 2005 een eerste aanzet gedaan voor de Richtlijn Overdraagbaarheid aanvullende pensioenen, die de overdraagbaarheid van aanvullende pensioenen moet verbeteren. Werknemers die binnen de EU van baan wisselen, ondervinden (te) vaak problemen met het 'meenemen' van hun pensioen - niet alleen tussen de lidstaten, maar ook binnen de landsgrenzen en dat belemmert de arbeidsmobiliteit.
Het Parlement heeft vorige week ingestemd met het richtlijnvoorstel, waarin onder meer een voorstel is opgenomen om een minimumleeftijd van 25 jaar in te stellen waarop een werknemer pensioen moet gaan opbouwen. De Raad van Ministers heeft vorige maand al over de richtlijn vergaderd, waarbij het niet tot een stemming kon komen vanwege de dreiging van Nederland om een veto uit te spreken. Nederland heeft aangegeven niet met het voorstel te kunnen instemmen, omdat de richtlijn dusdanig is ingeperkt dat deze geen bijdrage levert aan het verhogen van de arbeidsmobiliteit, terwijl dát nu juist het doel van de richtlijn is. Nederland was het ook niet eens met de passage over de zogenaamde 'slapende' pensioenen (pensioenen die bij de overstap naar een andere werkgever achterblijven bij de oude pensioenuitvoerder). Deze passage is juridisch gezien voor meerdere interpretaties vatbaar, en dat kan tot (grote) problemen leiden.
Omdat de Raad van Ministers niet akkoord is met het richtlijnvoorstel, zal de Europese Commissie het voorstel moeten aanpassen, waarna het opnieuw langs de Raad en het Parlement moet.
Bron: Verzekerd!, juli 2007
Fintool
info@fintool.nl
085 111 89 99