De meeste woningeigenaren kunnen hun woonlasten nog steeds betalen, maar onder de oppervlakte neemt de financiële kwetsbaarheid toe. Dat blijkt uit de zesde Woonlastenmonitor van Nationale Hypotheek Garantie (NHG). Vooral jongere woningeigenaren en huishoudens met een benedenmodaal inkomen ervaren druk. Daarnaast nemen de zorgen over energiekosten toe en krijgt een groeiende groep de komende periode te maken met een nieuwe hypotheekrente.
Minder financiële ruimte
Van de woningeigenaren geeft 56% aan geen moeite te hebben met het betalen van de woonlasten. Bij de vorige meting was dit nog 59%. Vooruitkijkend verwacht 48% ook de komende twaalf maanden geen moeite te krijgen met de woonlasten, tegenover 51% bij de vorige meting. Dat betekent niet dat sprake is van een brede betalingsproblematiek. NHG constateert juist dat betalingsproblemen niet verder zijn toegenomen. Wel zijn er signalen dat huishoudens minder financiële ruimte hebben om tegenvallers op te vangen. Het aandeel woningeigenaren dat een onverwachte uitgave ter grootte van één maandinkomen gemakkelijk kan betalen, is bijvoorbeeld gedaald van 65% naar 61%. Tegelijk maakt inmiddels één op de vier woningeigenaren met een hypotheek zich zorgen over de eigen financiële situatie. Bij de vorige meting was dat nog één op de vijf.
Voor de adviespraktijk is dat onderscheid relevant. Een klant hoeft vandaag nog geen betalingsachterstand te hebben om financieel kwetsbaar te zijn. Een beperkte buffer kan er immers voor zorgen dat een hogere energierekening, noodzakelijke woningreparatie of stijgende hypotheeklast sneller tot problemen leidt.
Jongeren en lagere inkomens kwetsbaarder
Achter de gemiddelden bestaan grote verschillen. Van de huishoudens met een benedenmodaal inkomen geeft 35% aan moeite te hebben met het betalen van de woonlasten. Onder woningeigenaren van 18 tot en met 34 jaar is dat zelfs 38%. Dat maakt de ontwikkeling ook relevant voor periodiek hypotheekonderhoud. Bij jonge huiseigenaren is vaak sprake van een relatief recent aangekochte woning, een hogere oorspronkelijke loan-to-value en tegelijkertijd minder tijd om een financiële buffer op te bouwen. Het bekijken van alleen de actuele hypotheeklast geeft dan een onvolledig beeld. Voor de adviseur ligt er een duidelijke aanleiding om naast de hypotheek ook te kijken naar de totale huishoudbegroting en de beschikbare liquiditeitsbuffer.
Energiekosten worden steeds belangrijker
De energierekening ontwikkelt zich ondertussen steeds nadrukkelijker tot een woonlastenrisico. Inmiddels maakt 33% van de woningeigenaren zich zorgen over de hoogte van de energiekosten. Bij de vorige twee metingen bedroeg dat respectievelijk 27% en 22%. Tegelijk neemt de wens om de woning te verduurzamen toe. Van de woningeigenaren wil 22% in de komende twaalf maanden verduurzamingsmaatregelen treffen om de energiekosten te verlagen. Bij de vorige meting was dat 19%. Opvallend is echter dat minder woningeigenaren daadwerkelijk hebben verduurzaamd: 11% tegenover 13% bij de vorige meting. Er lijkt daarmee een kloof te bestaan tussen de wens om de energielasten structureel te verlagen en de financiële mogelijkheid om daadwerkelijk maatregelen te treffen.
Dat onderwerp krijgt vanaf 2027 extra betekenis binnen NHG. Bij aankoop van een grondgebonden woning met energielabel E, F of G wordt bij een NHG-hypotheek in beginsel standaard €20.000 extra financieringsruimte voor energiebesparende maatregelen meegenomen. De koper kan het budget vervolgens binnen twee jaar inzetten. Voor adviseurs wordt daarmee de koppeling tussen financiering, verduurzaming en toekomstige woonlasten steeds nadrukkelijker onderdeel van het hypotheekadvies.
Meer rentevaste perioden lopen af
Ook de hypotheekrente verdient aandacht. Bij 8% van de woningeigenaren loopt de rentevaste periode binnen een jaar af. Bij de vorige meting was dat 6%. Een renteherziening hoeft op zichzelf niet tot betalingsproblemen te leiden. Een klant heeft gedurende de verstreken jaren bijvoorbeeld mogelijk al een deel van de hypotheek afgelost, terwijl ook het inkomen kan zijn gestegen. Het risico zit vooral in een stapeling van ontwikkelingen. Een hogere hypotheekrente kan samenvallen met hogere energielasten en een kleinere financiële buffer. Juist dan kan een op zichzelf beheersbare stijging van de hypotheeklast het beschikbare maandbudget merkbaar onder druk zetten. Daar ligt een praktisch aanknopingspunt voor hypotheekadviseurs: wacht niet tot de nieuwe rente daadwerkelijk wordt aangeboden, maar breng eerder in beeld wat verschillende renteniveaus met de maandlast en het besteedbaar inkomen doen.
De nieuwe Woonlastenmonitor onderstreept daarmee opnieuw dat betaalbaarheid meer is dan de vraag of een hypotheek volgens de wettelijke leennormen verstrekt kan worden. Voor bestaande klanten zijn bijvoorbeeld vier vragen relevant:
Dat is vooral van belang omdat financiële problemen zich meestal niet van de ene op de andere dag voordoen. De Woonlastenmonitor laat juist zien dat er eerst andere signalen zichtbaar worden: minder financiële ruimte, meer zorgen en minder vermogen om tegenvallers op te vangen. Voor financieel adviseurs zit de meerwaarde daarom niet uitsluitend in het oplossen van betalingsproblemen, maar juist in het vroegtijdig signaleren daarvan. Een periodiek gesprek over renteherziening, buffers, energielasten en verduurzaming kan voorkomen dat een klant pas aanklopt wanneer de betaalbaarheid daadwerkelijk onder druk staat.
Bron: NHG, Woonlastenmonitor november 2026.
Trefwoorden: Woonlastenmonitor, NHG, woonlasten, hypotheekrente, financiële buffer
Fintool
info@fintool.nl
085 111 89 99