Nieuwbouwprojecten hebben al met de nodige uitdagingen te maken. Daar kwam deze zomer een opmerkelijk risico bij: wat gebeurt er als de kwaliteitsborger die tijdens de bouw toezicht moet houden, wordt geschorst? Het antwoord is voor opdrachtgevers en aannemers weinig geruststellend. Zonder bevoegde kwaliteitsborger mag in beginsel niet worden doorgebouwd.
Drie sets Kamervragen over de schorsing van kwaliteitsborgers geven inmiddels een beter beeld van de omvang en gevolgen. Circa 1.250 bouwprojecten zijn door de schorsingen geraakt. Een deel daarvan moest daadwerkelijk worden stilgelegd. Inmiddels is de situatie voor het grootste deel opgelost, maar de kwestie legt wel een kwetsbaarheid van het stelsel van de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb) bloot.
Waarom werden kwaliteitsborgers geschorst?
Onder de Wkb wordt bij bouwwerken in gevolgklasse 1 een private kwaliteitsborger ingeschakeld om te controleren of het bouwwerk aan de bouwtechnische voorschriften voldoet. In 2026 werden meerdere kwaliteitsborgers geschorst. Niet alle schorsingen hielden verband met de kwaliteit van hun werkzaamheden. Bij één grote kwaliteitsborger – en later bij een tweede borger waaraan projecten zouden worden overgedragen en waarbij dezelfde personen betrokken waren – speelde het onvoldoende uitvoeren van de kwaliteitsborging echter wel een rol. De minister benadrukt dat een schorsing in zo'n situatie juist onderdeel is van het toezichtstelsel: wanneer de kwaliteit en veiligheid onvoldoende worden geborgd, moet kunnen worden ingegrepen. Dat klinkt logisch. Het gevolg voor een lopend bouwproject kan echter groot zijn.
Zonder kwaliteitsborger: bouwstop
De minister is duidelijk over de juridische consequentie. Er geldt een wettelijk verbod op bouwen zonder kwaliteitsborger. Wanneer een kwaliteitsborger is geschorst en daardoor ook lopende projecten niet meer mag afronden, mag de bouw op grond van de Woningwet niet worden voortgezet. Pas wanneer de schorsing wordt opgeheven óf een andere kwaliteitsborger het project heeft overgenomen, kan de bouw verder. Een gemeente kan eventueel toestaan dat nog beperkte werkzaamheden plaatsvinden om schade als gevolg van het stilleggen te voorkomen. Overname door een andere kwaliteitsborger is bovendien niet simpelweg een kwestie van het dossier doorsturen. De nieuwe borger moet eerst vaststellen wat de stand van de kwaliteitsborging op het moment van de schorsing was. Als de eerdere borging onvoldoende is geweest, kunnen aanvullende controles nodig zijn en moet mogelijk een nieuw borgingsplan worden opgesteld. Vertraging is daardoor niet altijd te voorkomen.
1.250 projecten geraakt, maar grootste deel hervat
De eerste berichtgeving sprak over mogelijk 1.300 stilvallende projecten. Uit de antwoorden blijkt dat circa 1.250 bouwprojecten gevolgen ondervonden van de schorsing. Een deel daarvan was nog in voorbereiding; andere projecten lagen daadwerkelijk stil. Op 23 september 2026 bepaalde de rechter in kort geding dat de schorsing van de grootste betrokken kwaliteitsborger gedeeltelijk moest worden beëindigd. Lopende projecten mochten in afwachting van een bodemprocedure weer worden hervat. Van de bouwprojecten die tussen 25 augustus en 23 september stillagen, was vervolgens ongeveer 85% hervat door de oorspronkelijke kwaliteitsborger. De resterende projecten zijn of worden door andere kwaliteitsborgers overgenomen. De soep wordt daarmee uiteindelijk minder heet gegeten dan aanvankelijk werd gevreesd. Maar voor de betrokken projecten was wel degelijk sprake van vertraging.
Zijn er voldoende andere kwaliteitsborgers?
Volgens de minister wel. Er zijn inmiddels ruim 70 kwaliteitsborgers actief. Uit onderzoek en de monitoringsrapportages over 2024 en 2025 zijn volgens de minister geen capaciteitsproblemen gebleken. Ook de Vereniging KwaliteitsBorging Nederland (VKBN) verwacht dat voldoende capaciteit aanwezig is om projecten van een uitgevallen kwaliteitsborger over te nemen. De minister acht aanvullende maatregelen om de capaciteit of continuïteit te waarborgen daarom op dit moment niet noodzakelijk. Wel wordt met de TloKB en de sector gesproken over de vraag hoe kan worden voorkomen dat een toekomstige schorsing opnieuw zoveel projecten tegelijk raakt. Een algemene noodvoorziening was bij invoering van de Wkb niet getroffen. Wel was voorzien dat een kwaliteitsborger kan wegvallen en dat een andere borger het project dan overneemt. Dat een schorsing in één keer zo'n grote omvang zou krijgen, was volgens de minister niet voorzien.
En wie betaalt de rekening?
Dit is wellicht het minst aantrekkelijke onderdeel voor opdrachtgevers en aannemers. De overheid neemt de schade door vertraging of extra controles niet voor haar rekening. Wie uiteindelijk met de kosten wordt geconfronteerd, hangt af van de contractuele afspraken tussen aannemer, opdrachtgever en kwaliteitsborger.
In beginsel komen de vertraging en extra kosten terecht bij de partij die opdrachtgever van de kwaliteitsborger is. Die partij kan vervolgens proberen de schade op de geschorste kwaliteitsborger te verhalen. Of dat daadwerkelijk lukt, hangt onder meer af van de overeenkomst en de omstandigheden van het geval. De minister ziet hierin vooralsnog geen aanleiding voor een tijdelijke compensatieregeling. Er waren op het moment van beantwoording volgens haar geen signalen van aanzienlijke financiële schade die zo'n regeling noodzakelijk zouden maken. Dat betekent in de praktijk dat schade die contractueel niet kan worden verhaald uiteindelijk bij de betrokken opdrachtgever, aannemer of andere contractpartij kan blijven liggen.
Fintool
info@fintool.nl
085 111 89 99