Het wettelijk minimumloon (WML) wordt per 1 januari 2027 opnieuw geïndexeerd. Het onafgeronde aanpassingspercentage bedraagt 2,053% ten opzichte van 1 juli 2026. Na de wettelijk voorgeschreven afronding komt het bruto minimumuurloon voor werknemers van 21 jaar en ouder uit op € 15,29 per uur. Per 1 juli 2026 bedroeg dit nog € 14,99. Door de afronding bedraagt de feitelijke stijging van het minimumuurloon daarmee 2,00%.
Naast de reguliere indexatie verandert per 1 januari 2027 ook de staffel van het wettelijk minimumjeugdloon. Vooral voor 16- tot en met 20-jarigen leidt dit tot een aanzienlijk grotere loonstijging dan alleen uit de halfjaarlijkse indexatie zou volgen.
Indexatie op basis van contractloonontwikkeling
De Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag koppelt de ontwikkeling van het minimumloon aan de ontwikkeling van de contractlonen. Voor de aanpassing per 1 januari 2027 wordt uitgegaan van de helft van de door het CPB voor 2027 geraamde contractloonstijging, vermeerderd met het zogenoemde na-ijleffect over 2026. De berekening luidt:
0,5 × 3,711% = 1,856%, vermeerderd met een na-ijleffect van 0,197 procentpunt. Daarmee komt het onafgeronde aanpassingspercentage uit op 2,053%.
Het bruto minimumuurloon stijgt hierdoor van € 14,99 naar € 15,29.
Ter vergelijking: per 1 januari 2026 steeg het minimumuurloon van € 14,40 naar € 14,71. Dat was door afronding een stijging van 2,15%. Vervolgens steeg het minimumuurloon per 1 juli 2026 van € 14,71 naar € 14,99, een stijging van circa 1,90%.
Nieuwe minimumjeugdloonstaffel vanaf 2027
Per 1 januari 2027 worden niet alleen de bedragen geïndexeerd, maar wijzigen ook de percentages waarmee het minimumjeugdloon wordt afgeleid van het reguliere minimumloon. Deze verhoging van de staffel was eerder al aangekondigd en krijgt nu concreet zijn beslag.
| Leeftijd | Staffel t/m 2026 | Staffel vanaf 2027 | Minimumuurloon 1-1-2027 |
|---|---|---|---|
| 21 jaar en ouder | 100% | 100% | € 15,29 |
| 20 jaar | 80% | 87,5% | € 13,38 |
| 19 jaar | 60% | 75% | € 11,47 |
| 18 jaar | 50% | 62,5% | € 9,56 |
| 17 jaar | 39,5% | 50% | € 7,65 |
| 16 jaar | 34,5% | 40% | € 6,12 |
| 15 jaar | 30% | 30% | € 4,59 |
Voor een deel van de jongeren is de loonstijging daardoor veel groter dan 2%. Zo ontvangt een 19-jarige per 1 januari 2027 minimaal € 11,47 per uur, tegenover € 8,99 per 1 juli 2026. Bij een 18-jarige stijgt het minimumuurloon van € 7,50 naar € 9,56. De extra stijging wordt vooral veroorzaakt door de hogere jeugdloonpercentages. Ook voor werknemers met een arbeidsovereenkomst in het kader van de beroepsbegeleidende leerweg (bbl) vervallen de afwijkende jeugdloonstaffels. Vanaf 1 januari 2027 gelden voor hen dezelfde bedragen als in bovenstaande tabel.
Gevolgen voor sociale uitkeringen
De indexatie van het WML is niet alleen relevant voor werknemers. Artikel 14 WML koppelt het minimumloon en diverse sociale uitkeringen aan de contractloonontwikkeling. De hoogte van onder meer uitkeringen op grond van de Participatiewet en sociale verzekeringen zoals AOW en Anw wordt daardoor eveneens periodiek aangepast.
Daarbij moet onderscheid worden gemaakt tussen het minimumuurloon en het referentiemaandloon. Sinds de invoering van het wettelijk minimumuurloon in 2024 is het referentiemaandloon niet meer bepalend voor het minimumloon waarop een werknemer recht heeft. Het bedrag wordt echter nog wel gebruikt bij de vaststelling en indexatie van verschillende uitkeringen.
Het referentiemaandloon stijgt per 1 januari 2027 van € 2.337,00 naar € 2.385,00 bruto per maand. Volgens de toelichting bedraagt deze stijging, ten opzichte van 1 juli 2026, 2,05%.
Dat betekent dat ook de aan het minimumloon gekoppelde uitkeringsbedragen per 1 januari 2027 worden aangepast. Voor de uiteindelijke bruto- en nettobedragen van bijvoorbeeld AOW, Anw en bijstand zijn de afzonderlijke rekenregels en uitkeringsbedragen per 1 januari 2027 bepalend. Het is daarom zuiverder om niet zonder meer te stellen dat ieder netto-uitkeringsbedrag exact 2,053% hoger wordt.
Bron: Rijksoverheid
Fintool
info@fintool.nl
085 111 89 99