MijnFintool

Nieuws

Standpunt gepubliceerd over de samenloop van de zesmaandsgoedkeuring en een eigenwoningreserve

De Kennisgroep onroerende zaken heeft een vraag beantwoord over de zogenoemde zesmaandsgoedkeuring voor verbouwingsleningen als rekening moet worden gehouden met een eigenwoningreserve en een deel van de kosten van de verbouwing in het volgende kalenderjaar wordt gemaakt.

Aanleiding
Een belastingplichtige heeft bij de verkoop van zijn oude eigen woning een eigenwoningreserve gerealiseerd. Aan het begin van het volgende kalenderjaar (hierna: jaar 1) koopt hij een nieuwe eigen woning. Daarna resteert een eigenwoningreserve van € 50.000. Aan het einde van jaar 1 besluit hij de woning te verbouwen. De verbouwingskosten bedragen € 80.000 en hij sluit hiervoor een lening af. Een deel van de verbouwingskosten, € 30.000, wordt nog in jaar 1 gemaakt. Het overige deel van de verbouwingskosten, € 50.000, wordt gemaakt aan het begin van het volgende kalenderjaar (hierna: jaar 2), maar binnen zes maanden na het afsluiten van de lening.

Vraag

  1. Wordt voor het bepalen van de hoogte van de maximale eigenwoningschuld na het afsluiten van de lening uitgegaan van de volledige verbouwingskosten van € 80.000?
  2. Wordt voor het bepalen van de hoogte van de eigenwoningreserve aan het einde van jaar 1 uitgegaan van de volledige verbouwingskosten van € 80.000?

Antwoord

  1. Ja. Op basis van de goedkeuring van onderdeel 3.2 van het besluit van de Minister van Financiën van 10 juni 2010 (Stcrt. 2010, 8462) (hierna: het besluit) wordt het bedrag van € 80.000 in zijn geheel aangemerkt als schuld die is aangegaan voor verbetering of onderhoud van de woning. De maximale eigenwoningschuld is na het afsluiten van de lening daardoor € 30.000 (€ 80.000 minus eigenwoningreserve van € 50.000).  
  2. Nee. Voor het bepalen van de hoogte van de eigenwoningreserve moet worden uitgegaan van de in dat jaar daadwerkelijk gemaakte kosten van verbetering of onderhoud. Aan het einde van jaar 1 is dat € 30.000. De eigenwoningreserve van € 50.000 neemt in jaar 1 daardoor af met € 30.000 naar € 20.000. In jaar 2 neemt de resterende eigenwoningreserve van € 20.000 verder af tot nihil.

Beschouwing

1. Maximale eigenwoningschuld

In artikel 3.119a, tweede lid, onderdeel b en derde lid, onderdeel a, van de Wet inkomstenbelasting 2001 (hierna: Wet IB 2001) is opgenomen dat de eigenwoningschuld voor een verbouwing maximaal kan zijn de kosten van verbetering of onderhoud van de woning verminderd met de eigenwoningreserve. De belastingplichtige financiert de verbouwing van € 80.000 vooraf. Bij financiering vooraf is niet direct duidelijk of en in hoeverre het geleende bedrag daadwerkelijk aan de verbouwing wordt besteed. Daarom is in onderdeel 3.2 van het besluit goedgekeurd dat gedurende een periode van zes maanden na het afsluiten van de lening voor een verbouwing de rente en kosten van de lening steeds volledig in aftrek komen, mits is voldaan aan het oogmerkvereiste. Op basis van deze goedkeuring wordt het bedrag van € 80.000 in zijn geheel aangemerkt als schuld die is aangegaan voor verbetering of onderhoud van de woning. De maximale eigenwoningschuld na het afsluiten van de lening is € 30.000 (de kosten van verbetering of onderhoud (€ 80.000) verminderd met de eigenwoningreserve (€ 50.000)). Uiteraard geldt in dit verband dat de lening ook aan de overige voorwaarden van artikel 3.119a, eerste lid, Wet IB 2001 moet voldoen om te kunnen kwalificeren als eigenwoningschuld. Het deel van de lening dat geen eigenwoningschuld is, € 50.000, is een box 3-schuld.

2. Afname eigenwoningreserve

Door de verbouwing van de woning neemt de eigenwoningreserve van de belastingplichtige op grond van artikel 3.119aa, tweede lid, onderdeel c, Wet IB 2001 af met het bedrag van de in het kalenderjaar gemaakte kosten voor verbetering of onderhoud van de woning. Deze afname van de eigenwoningreserve sluit aan bij de daadwerkelijk gemaakte kosten voor verbetering of onderhoud van de woning. De zesmaandsgoedkeuring van onderdeel 3.2 van het besluit staat hier los van, omdat deze betrekking heeft op de eigenwoningschuld. De resterende eigenwoningreserve van € 50.000 in jaar 1 neemt af met € 30.000 tot € 20.000. In jaar 2 neemt de resterende eigenwoningreserve van € 20.000 verder af met maximaal € 20.000 en wordt nihil. De eigenwoningreserve kan immers niet verder afnemen dan tot nihil.

Reacties

Er zijn (nog) geen reacties op dit artikel

Graag eerst inloggen om deze pagina te bekijken.

Professionele onderbouwing van jouw klantdossier

Combineer de snelheid van onze specifiek op Nederlandse wet- en regelgeving getrainde AI met de diepgaande expertise van vakspecialisten. Fintool biedt de zekerheid van een altijd vakkundig onderbouwd dossier.
Lees verder

Fintool bv © 2003/2026. Alle rechten voorbehouden.
Lees graag de leveringsvoorwaarden en het privacy reglement.

1
1