De Commissie van Beroep van Kifid komt tot een opvallend andere uitkomst dan de Geschillencommissie in een zaak over forse schade aan elektrische apparatuur en installaties in een woning. Waar eerder geen dekking werd aangenomen, moet a.s.r. de schade van € 103.856 alsnog vergoeden, vermeerderd met wettelijke rente.
De uitspraak is interessant voor schadeadviseurs, maar vraagt om een zorgvuldige lezing. De conclusie is nadrukkelijk niet dat schade door kortsluiting voortaan toch onder een woonhuisverzekering valt. Beslissend is juist dat de Commissie van Beroep onderscheid maakt tussen kortsluiting en piekspanning.
Nuldraad brandt door, apparatuur krijgt 380/400 volt
Op 5 mei 2024 ontstond brand in de meterkast van de woning. De nuldraad, die op de hoofdschakelaar was aangesloten, brandde door of smolt. Volgens het deskundigenonderzoek was mogelijk sprake van een slecht bevestigde verbinding, die bij stroomafname steeds warmer werd.
Na het verbreken van de nuldraad ontstond een zogenoemde ‘zwevende nul’. Daardoor kwam op aangesloten apparatuur geen normale spanning van circa 220 volt te staan, maar 380 à 400 volt. Onder meer cv-installaties, een warmtepomp, zwembadinstallatie, keukenapparatuur, elektrische jaloezieën en aandrijvingen van deuren en poort raakten beschadigd.
De consument claimde € 103.856 op zijn woonhuisverzekering met Topdekking.
Geschillencommissie: uitsluiting van toepassing
De polisvoorwaarden bepaalden bij de dekking voor brand onder meer:
“Wij vergoeden geen schade door kortsluiting in en het doorbranden van apparatuur zonder verdere schade aan het woonhuis.”
De Geschillencommissie volgde de verzekeraar. Volgens die commissie was alleen elektrische apparatuur beschadigd en was geen verdere schade aan het woonhuis zelf aangetoond. De verzekeraar mocht daarom een beroep doen op de uitsluiting. De vordering werd op 19 januari 2026 afgewezen.
Dat oordeel past ook bij een situatie die schadeadviseurs regelmatig tegenkomen: kortsluiting in bijvoorbeeld een meterkast of apparaat, met uitsluitend schade aan de betreffende elektrische apparatuur, kan door de polisvoorwaarden van dekking zijn uitgesloten.
Commissie van Beroep: dit was geen schade dóór kortsluiting
In beroep wordt de zaak anders benaderd. De Commissie van Beroep stelt op basis van de deskundigenrapporten eerst vast dat sprake was van brand in de meterkast waardoor de nuldraad is doorgebrand of gesmolten. Schade door brand is volgens de betreffende voorwaarden in beginsel gedekt. Vervolgens komt de uitsluiting aan bod. En daar zit het beslissende verschil.
Volgens de Commissie van Beroep is de schade aan de apparatuur niet ontstaan door kortsluiting, maar door piekspanning. De deskundigen spraken consequent over overspanning van 380 of 400 volt als oorzaak van het defect raken van de apparaten. Piekspanning en kortsluiting zijn technisch verschillende verschijnselen.
De tekst van de uitsluiting laat volgens de Commissie geen ruimte om schade door piekspanning zonder meer gelijk te stellen aan schade door kortsluiting.
Ook polis als geheel wijst op dekking
De Commissie van Beroep kijkt bovendien naar de verzekeringsvoorwaarden als geheel. Daarin ziet zij een extra aanwijzing dat piekspanningsschade niet onder deze uitsluiting valt. Piekspanning kan bijvoorbeeld ook optreden bij blikseminslag. Schade door blikseminslag was binnen dezelfde verzekering gedekt, zonder een vergelijkbare uitsluiting voor de daaruit voortvloeiende piekspanning.
Ook het argument dat de uitsluiting van toepassing zou zijn zodra apparatuur simpelweg ‘doorbrandt’, houdt geen stand. Dan zou aan de voorafgaande woorden “door kortsluiting in” feitelijk geen betekenis meer toekomen. Volgens de Commissie is zo'n uitleg naar objectieve maatstaven niet aanvaardbaar.
Geen algemene dekking voor kortsluitingsschade
Voor de adviespraktijk is juist deze nuance belangrijk. De uitspraak verandert niet automatisch de dekking bij de veel vaker voorkomende situatie waarin daadwerkelijk kortsluiting ontstaat en alleen het apparaat of elektrische onderdeel zelf beschadigd raakt. Als de polis voor die situatie een uitsluiting kent, kan die uitsluiting nog steeds gewoon van toepassing zijn. Deze zaak is bijzonder doordat de technische oorzaak en schadeontwikkeling uit elkaar moeten worden gehouden:
brand in de meterkast → doorbranden nuldraad → zwevende nul → piekspanning → schade aan apparatuur.
De uiteindelijke schadeoorzaak voor de getroffen apparatuur was daarmee piekspanning en niet kortsluiting. Juist daarom kon de hier gebruikte kortsluitingsuitsluiting niet worden toegepast. Dat onderscheid voorkomt dat uit deze uitspraak de te ruime conclusie wordt getrokken dat ‘Kifid vindt dat meterkastschade toch altijd verzekerd is’.
Andere verweren verzekeraar slagen evenmin
De verzekeraar voerde nog verschillende andere argumenten aan. Zo zou de consument bewijsmateriaal - de doorgebrande nuldraad - hebben laten verdwijnen. De Commissie vindt echter aannemelijk dat de draad zich in een verzegeld gedeelte van de installatie bevond waaraan een medewerker van netbeheerder Stedin werkzaamheden had uitgevoerd. Niet bleek dat de consument zelf bewijs had verwijderd.
Ook het gebruik van een bijgebouw voor een voorgenomen B&B leidde niet tot afwijzing. Op de schadedatum was de B&B nog niet daadwerkelijk in bedrijf. En zelfs als dat wel zo zou zijn geweest, zou volgens de Commissie sprake zijn geweest van beperkt zakelijk gebruik dat binnen deze voorwaarden niet aan dekking in de weg stond.
De Commissie vernietigt daarom de eerdere beslissing. a.s.r. moet € 103.856 betalen, met wettelijke rente vanaf 12 juli 2024. Daarnaast worden de bijdrage voor het beroep en een vergoeding voor rechtsbijstand toegewezen. De uitspraak van 10 september 2026 is een bindend advies.
Betekenis voor de adviseur
Voor schadeadviseurs zit de praktische waarde vooral in het zorgvuldig vaststellen van de technische schadeoorzaak voordat op basis van een bekende uitsluitingsclausule conclusies worden getrokken.
‘Doorgeschoten’, ‘doorgebrand’, ‘kortsluiting’ en ‘overspanning’ worden in de dagelijkse praktijk gemakkelijk door elkaar gebruikt. Verzekeringsrechtelijk kan dat verschil echter beslissend zijn. Een technisch expertiserapport verdient daarom bijzondere aandacht: niet alleen wat is beschadigd, maar vooral waardoor die concrete schade is ontstaan.
Voor hypotheekadviseurs die tevens schadeverzekeringen adviseren, sluit dit aan bij een bredere boodschap uit eerdere zaken: behandel de woonhuisverzekering niet als formaliteit naast de financiering. Veranderingen aan de woning, het gebruik én specifieke dekkingsbeperkingen kunnen bij schade grote financiële gevolgen hebben.
Bron: Kifid
Fintool
info@fintool.nl
085 111 89 99