MijnFintool

Nieuws

Kifid: Hogere rente voor aflossingsvrij leningdeel bij renteverlenging toegestaan

Een consument klaagde bij Kifid over een renteverschil tussen zijn aflossingsvrije hypotheek en een annuïtaire hypotheek. Bij het afsluiten van de hypotheek in 2006 maakte Achmea volgens partijen nog geen onderscheid in rente tussen beide hypotheekvormen. Bij de nieuwe rentevaste periode lag het aangeboden rentetarief voor het aflossingsvrije leningdeel ongeveer 0,3 procentpunt hoger dan het tarief voor een annuïtaire hypotheek. De consument vond dat onredelijk en vorderde hetzelfde tarief als voor een annuïtaire hypotheek. Kifid wees de vordering af.

Geen blijvende koppeling tussen hypotheekvormen
Het feit dat in 2006 voor een aflossingsvrije en een annuïtaire hypotheek hetzelfde rentetarief gold, betekent niet dat de geldverstrekker deze tariefverhouding ook bij latere rentevaststellingen ongewijzigd moet laten. Uit het dossier bleek niet dat Achmea had afgesproken dat voor beide hypotheekvormen altijd hetzelfde rentetarief zou gelden. Daarmee ontbrak de contractuele basis voor de vordering van de consument.

Kifid herhaalt daarbij het uitgangspunt dat een geldverstrekker in beginsel beleidsvrijheid heeft bij het bepalen van rentetarieven en voorwaarden voor een nieuwe rentevaste periode. Die vrijheid is niet onbeperkt, maar wordt pas begrensd als sprake is van misbruik van bevoegdheid, strijd met wet- of regelgeving, of gebruik van die vrijheid dat naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is.

Achmea had toegelicht dat zij bij een nieuwe rentevaste periode uitgaat van haar actuele rentetarieven en rentebeleid. Daarbij maakt zij onderscheid tussen verschillende hypotheekvormen. Ook stelde Achmea dat de consument hetzelfde renteaanbod kreeg als andere klanten met een vergelijkbaar aflossingsvrij leningdeel. De consument had onvoldoende feiten en omstandigheden aangevoerd waaruit bleek dat Achmea de grenzen van haar beleidsvrijheid had overschreden.

Beleidsvrijheid betekent niet: willekeur
Voor de adviespraktijk is vooral van belang dat Kifid de gewijzigde tariefstructuur op zichzelf accepteert. Marktomstandigheden, regelgeving, toezichtseisen en acceptatiebeleid kunnen in de loop der tijd wijzigen. Dat kan ertoe leiden dat een aanbieder nieuwe tariefdifferentiaties invoert, ook voor bestaande klanten bij een renteverlenging.

Dat betekent echter niet dat iedere renteopslag zonder meer houdbaar is. De aanbieder moet het beleid kunnen uitleggen en consistent toepassen. Een klant die kan aantonen dat hij anders wordt behandeld dan vergelijkbare klanten, dat de contractstukken een andere verwachting rechtvaardigen, of dat het tariefverschil disproportioneel is, kan nog steeds een aanknopingspunt hebben. In deze zaak was daarvan geen sprake.

Stijgend renteverschil kan tot meer klachten leiden
In de markt is voorstelbaar dat het renteverschil tussen aflossingsvrije en annuïtaire leningdelen verder oploopt. Aflossingsvrije leningdelen kennen immers een ander risicoprofiel: de schuld daalt niet contractueel gedurende de looptijd, waardoor restschuld-, herfinancierings- en einddatumrisico’s nadrukkelijker in beeld blijven. De Kifid-uitspraak maakt duidelijk dat een klant niet met succes kan klagen enkel omdat het verschil er vroeger niet was.

Voor adviseurs ligt hier wel een communicatieve taak. Bij renteverlenging is het raadzaam om expliciet te benoemen dat verschillende leningdelen verschillende tarieven kunnen krijgen. Zeker klanten met een combinatie van annuïtair, lineair en aflossingsvrij kunnen verrast worden als zij op één hypotheek meerdere rentepercentages zien. Dat verrassingseffect maakt de klacht nog niet kansrijk, maar kan wel tot onvrede leiden.

Praktische aandachtspunten
Controleer bij renteverlenging of in de oorspronkelijke offerte, hypotheekvoorwaarden of latere correspondentie iets is vastgelegd over tariefgelijkheid tussen leningdelen. Ontbreekt zo’n afspraak, dan is het uitgangspunt dat de aanbieder haar actuele rentebeleid mag toepassen.

Leg daarnaast vast dat een renteverschil tussen hypotheekvormen niet automatisch onredelijk is. De relevante toets is niet of het verschil in het verleden bestond, maar of de aanbieder binnen de grenzen van redelijkheid, billijkheid en geldende regelgeving blijft.

Tot slot: wijs klanten erop dat het einde van de rentevastperiode ook een natuurlijk moment is om de aflossingsvrije positie opnieuw te beoordelen. Niet alleen vanwege het rentetarief, maar ook vanwege looptijd, betaalbaarheid na pensioen, einde renteaftrek en de vraag of gedeeltelijke aflossing of omzetting wenselijk is.

Bron: Kifid

 

 

Modules & dossiers

Opvoerdatum

18 sep 2026

Laatst gewijzigd

17 sep 2026

Reacties

Er zijn (nog) geen reacties op dit artikel

Graag eerst inloggen om deze pagina te bekijken.

Professionele onderbouwing van jouw klantdossier

Combineer de snelheid van onze specifiek op Nederlandse wet- en regelgeving getrainde AI met de diepgaande expertise van vakspecialisten. Fintool biedt de zekerheid van een altijd vakkundig onderbouwd dossier.
Lees verder

Fintool bv © 2003/2026. Alle rechten voorbehouden.
Lees graag de leveringsvoorwaarden en het privacy reglement.

1
1