MijnFintool

Nieuws

Tweede Kamer wil plan B voor box 3-vastgoed: vermogenswinstbelasting apart invoeren als Wwr strandt.

De Tweede Kamer verzoekt de regering om het realisatieregime voor onroerende zaken uit de Wet werkelijk rendement box 3 (Wwr) gereed te houden, zodat dit als zelfstandig wetsvoorstel kan worden ingediend als de Wwr uiteindelijk geen doorgang vindt.

Dat is fiscaal interessant. In het huidige Wwr-voorstel wordt voor het grootste deel van box 3 uitgegaan van een vermogensaanwasbelasting: ook niet-gerealiseerde waardestijgingen worden jaarlijks belast. Voor onroerende zaken geldt juist een vermogenswinstregime: de waardestijging wordt in beginsel pas belast bij realisatie, bijvoorbeeld bij verkoop. De motie wil juist dát onderdeel overeind houden als het bredere nieuwe box 3-stelsel strandt. De indiener motiveert dat onder meer met het argument dat hiermee belastingheffing over papieren waardestijgingen van vastgoed — en daarmee potentiële liquiditeitsproblemen en gedwongen verkoop — wordt voorkomen.

Wat betekent dit concreet?
Er is nog geen afzonderlijke vastgoedbelasting ingevoerd. Een aangenomen motie wijzigt de Wet IB 2001 niet. Het kabinet wordt gevraagd een afzonderlijk wetsvoorstel voorbereid te houden. Pas wanneer de Wwr niet doorgaat én het kabinet vervolgens zo'n wetsvoorstel indient én Tweede en Eerste Kamer daarmee instemmen, ontstaat daadwerkelijk een apart regime. De mogelijke ontwikkeling wordt daarmee wel interessant:

huidige situatie → mogelijk twee sporen

  • overige box 3-bezittingen blijven voorlopig onder het bestaande/overbruggingsregime of krijgen later een andere vorm van werkelijkrendementsheffing;
  • box 3-vastgoed krijgt afzonderlijk een vermogenswinstbelasting, waarbij de waardestijging in beginsel bij verkoop wordt afgerekend.

Dat zou een wezenlijke systeemwijziging zijn. Vastgoed zou dan niet meer uitsluitend jaarlijks worden belast op basis van een forfaitair rendement of jaarlijkse vermogensaanwas, maar er ontstaat tevens een fiscale claim op de sinds de relevante startwaarde ontstane vermogenswinst.

Een belangrijk aandachtspunt wordt dan vanzelfsprekend de step-up/startwaarde. Bij invoering van zo'n los vastgoedregime moet worden bepaald vanaf welke waarde de toekomstige vermogenswinst wordt berekend. Ook kosten, verbeteringen, verliesverrekening, overlijden, emigratie, schenking, overgang tussen boxen en de behandeling van schulden moeten zelfstandig worden geregeld. In het bestaande Wwr-wetsvoorstel is veel daarvan al uitgewerkt; juist daarom stelt Hoogeveen dat het vastgoedregime relatief snel afzonderlijk zou kunnen worden ingevoerd.

Nog een belangrijke nuance: de Wwr is op dit moment niet formeel van tafel. De officiële planning gaat nog steeds uit van een nieuw box 3-stelsel per 1 januari 2028 en het wetsvoorstel ligt bij de Eerste Kamer. Het kabinet onderzoekt daarnaast verbeteringen en de verdere ontwikkeling richting een vermogenswinstbelasting.

Bron: Rijksoverheid

Modules & dossiers

Opvoerdatum

13 sep 2026

Laatst gewijzigd

14 sep 2026

Reacties

Er zijn (nog) geen reacties op dit artikel

Graag eerst inloggen om deze pagina te bekijken.

Permanent Actueel met Fintool?

Als professioneel financieel adviseur moet en wilt u bijblijven en dat het liefst in zo weinig mogelijk (kostbare) tijd. Dat kan nu met Fintool.nl! Meld u nu aan als abonnee en krijg toegang tot de Kennisbank, Rekenmodellen en Helpdesk.
Lees verder

Fintool bv © 2003/2026. Alle rechten voorbehouden.
Lees graag de leveringsvoorwaarden en het privacy reglement.

1
1