Hogere energieprijzen, onzekerheid en terughoudende consumenten en bedrijven drukken de groei. De effecten op inflatie zijn vooralsnog gematigd, blijkt uit de Voorjaarsraming. De belangrijkste ontwikkelingen in 5 cijfers.
1. Inflatie is dit jaar met 2,7% hoger dan verwacht
De inflatie komt in 2026 naar verwachting uit op 2,7%. Dat is lager dan in 2025, maar iets hoger dan we verwachtten in december. Huishoudens hebben te maken met hogere kosten. Dit is voor een belangrijk deel te wijten aan duurdere energie. Een inflatiepiek zoals tijdens de energiecrisis in 2022 blijft uit. Toen waren gasprijzen extreem hoog en draaide de economie op volle kracht. Nu is de economische groei lager en koelt de arbeidsmarkt af. Daardoor stijgen prijzen en lonen minder snel dan toen. Voor de komende jaren verwachten we een inflatie van 2,3% in 2027 en 2,4% in 2028. Maar de duur en intensiteit van de oorlog in het Midden-Oosten en de daarmee verband houdende gevolgen voor de energieprijzen blijft een belangrijke onzekerheid. Daarom hebben we in de raming ook twee scenario’s opgenomen: Wat als energieprijzen langer hoog blijven en de onzekerheid toeneemt?
De overheid zorgt dit jaar nog wel voor economische groei door meer uit te geven, onder meer aan zorg en defensie.
Vanaf 2027 herstelt de economie zich geleidelijk. De groei loopt dan op naar 1,2% en later naar 1,3%. Dat herstel hangt samen met dalende energieprijzen en meer vertrouwen, terwijl ook de wereldhandel aantrekt.
3. Begrotingstekort komt dit jaar met 3,3% boven Europese norm
Het begrotingstekort stijgt in 2026 naar 3,3% van het bruto binnenlands product en overschrijdt daarmee de Europese norm van 3%. Een belangrijke oorzaak is een eenmalige uitgave van 8,2 miljard euro voor de hervorming van het militair pensioenstelsel. Daarnaast zijn onze verwachtingen voor de economische groei verslechterd. Het tekort daalt weer naar ongeveer 2,6% in 2027 en 2,3% in 2028. Toch blijft de budgettaire ruimte beperkt. Op langere termijn verslechteren de overheidsfinanciën verder, mede door voornemens uit het regeerakkoord. De geplande extra uitgaven aan onder meer defensie, klimaat, stikstof en woningbouw buiten de kabinetsperiode zijn niet volledig gedekt. De overheidsschuld blijft gedurende deze kabinetsperiode ruim onder de Europese grens van 60%, maar loopt daarna naar verwachting fors op. Om de noodzakelijk publieke investeringen en de financierbaarheid van de overheidsuitgaven in balans te houden, moeten keuzes worden gemaakt.
4. Huizenprijzen stijgen gematigd met 3-4% per jaar
De prijzen van koopwoningen stijgen de komende jaren met 3% tot 4% per jaar. Dat is duidelijk minder dan in eerdere jaren. De prijsstijging wordt afgeremd door hogere hypotheekrentes en een lager consumentenvertrouwen. De stijgende rente drukt de leencapaciteit van huishoudens. Omdat ook de lonen stijgen, blijft de leencapaciteit toch toenemen. De huizenprijs stijgt ongeveer net zoveel als de leencapaciteit, waardoor de betaalbaarheid niet verbetert.
Het aanbod van woningen verandert naar verwachting ook. Aan de ene kant komen er minder nieuwbouwwoningen bij door minder vergunningen, grotere onzekerheid en hogere rente. Tegelijkertijd verkopen beleggers meer huurwoningen (uitponden), wat zorgt voor iets ruimer aanbod op de koopmarkt, maar voor minder aanbod van huurwoningen. De betaalbaarheid van koopwoningen blijft relatief laag.
5. Loongroei vlakt af naar 4,0%
De loonstijging bij bedrijven komt in 2026 uit op 4,0%. Dat is lager dan in eerdere jaren. De arbeidsmarkt is iets minder krap dan in voorgaande jaren. In 2027 en 2028 neemt de loongroei verder af.
De werkloosheid stijgt naar 4,2% in 2027 en naar 4,3% in 2028, maar dat is nog steeds betrekkelijk laag. De stijging komt vooral doordat het aantal banen minder snel groeit dan het aantal mensen dat wil werken. Van grootschalig baanverlies is geen sprake.
Wel neemt de spanning op de arbeidsmarkt af. Het aantal vacatures per werkloze daalt licht. Dat betekent dat het voor werkzoekenden iets lastiger wordt om snel een baan te vinden.
Conclusie: herstel na groeivertraging, maar met onzekerheid
De groei van de Nederlandse economie vertraagt dit jaar. De oorlog in het Midden-Oosten en de ontwikkeling van de energieprijzen blijven bepalend voor het vooruitzicht in de komende periode. In de raming dalen de energieprijzen vanaf 2027 weer. Daardoor nemen het vertrouwen en de bestedingen toe. Maar als energie langer duur blijft, kunnen groei en inflatie verder onder druk komen te staan, wat in twee scenario’s inzichtelijk is gemaakt. De komende jaren vragen om balans. Overheid, bedrijven en huishoudens moeten omgaan met hogere kosten en meer onzekerheid, terwijl investeringen nu en in de toekomst nodig blijven om de economie te verduurzamen en de arbeidsproductiviteitsgroei te verhogen. Dat maakt de economische vooruitzichten gematigd, maar niet somber.
Benieuwd naar alle cijfers: Voorjaarsraming 2026
Deze raming gaat uit van het regeerakkoord van het kabinet-Jetten. Aangezien het een minderheidscoalitie betreft, is minder zeker dan voorheen of het voorgenomen beleid volledig wordt uitgevoerd. In beginsel nemen we alle maatregelen uit het regeerakkoord mee, tenzij sprake is van aantoonbare parlementaire weerstand vóór 21 mei 2026 (het moment waarop deze raming is afgesloten). De voorgestelde verhoging van de AOW-leeftijd is daarom niet meegenomen. Naast het regeerakkoord is ook het recente energiesteunpakket in de raming meegenomen.
Bron: DNB
Fintool
info@fintool.nl
085 111 89 99