In deze zaak bij de Rechtbank Gelderland draait het om de vaststelling van de omvang van de legitieme portie van een onterfde zoon (legitimaris) na het overlijden van zijn vader. De kern: hoe groot is de legitimaire massa (saldo nalatenschap + meetellende giften − bepaalde schulden) en tellen vermeende bevoordelingen/giften aan de andere zoon mee? Daarnaast speelt een praktische vraag: kan de moeder worden verplicht tot het vestigen van een hypotheek als zekerheid voor de (niet-opeisbare) vordering uit legitieme portie?
Feiten van de zaak (hoofdlijnen)
Juridische vraag (centrale kwestie)
Hoe wordt de legitieme portie van de onterfde zoon vastgesteld, en moeten de door hem gestelde bevoordelingen/giften aan (met name) de andere zoon worden meegenomen in de legitimaire massa? Subvraag: is er voldoende basis om moeder te verplichten zekerheid te stellen via hypotheekvestiging, terwijl de omvang/voorwaarden van die hypotheek nog niet vaststaan?
Uitspraak van de rechtbank (samenvatting + kernoverwegingen)
Vaststelling: wél belang bij waardebepaling, maar (nu) geen opeisbaarheid
De rechtbank maakt duidelijk dat de onterfde zoon door zijn beroep op de legitieme geen erfgenaam wordt en niet meeverdeelt. Hij heeft een geldvordering uit hoofde van de legitieme (in deze constellatie: richting de moeder). Belangrijk: de vordering is op dit moment niet opeisbaar door de testamentaire niet-opeisbaarheidsclausule, maar hij heeft wél belang bij vaststelling van de waarde van zijn aanspraak.
Rekenkern: legitieme = 1/6 van de legitimaire massa
De rechtbank past de systematiek toe:
Giften/benadeling: rechtbank vindt géén relevante giften die moeten worden opgeteld
De onterfde zoon had meerdere posten opgevoerd als “gift” of bevoordeling (o.a. grond/perceeltransactie, pompinstallatie, marktrechten/goodwill, roerende zaken/inventaris). De rechtbank wijst dit in hoofdzaak af en komt tot de slotsom dat:
Gevolg: ook de vordering tot “vergoeding van ingekorte giften” (richting de andere zoon) haalt het niet: er is niets om in te korten bij hem.
Zekerheidstelling/hypotheek: vordering afgewezen als “te onbepaald”
De rechtbank ziet dat er “in principe” gesproken is over het opheffen van beslag tegen het vestigen van een hypotheek van € 100.000, maar:
Uitkomst in cijfers
De rechtbank stelt vast:
Bron: Rechtspraak
Fintool
info@fintool.nl
085 111 89 99