MijnFintool

Nieuws

Legitieme portie, (gestelde) giften en zekerheidstelling

In deze zaak bij de Rechtbank Gelderland draait het om de vaststelling van de omvang van de legitieme portie van een onterfde zoon (legitimaris) na het overlijden van zijn vader. De kern: hoe groot is de legitimaire massa (saldo nalatenschap + meetellende giften − bepaalde schulden) en tellen vermeende bevoordelingen/giften aan de andere zoon mee? Daarnaast speelt een praktische vraag: kan de moeder worden verplicht tot het vestigen van een hypotheek als zekerheid voor de (niet-opeisbare) vordering uit legitieme portie?

Feiten van de zaak (hoofdlijnen)

  • Vader (erflater) overlijdt op 8 mei 2023.
  • Erflater heeft bij testament (7 december 2022) zijn nalatenschap geregeld:
    • De eisende zoon is onterfd als erfgenaam (wel legitimaris).
    • In het testament is ook een legaat aan de onterfde zoon opgenomen dat “meeloopt” met de systematiek van de (quasi) wettelijke verdeling.
    • Moeder is executeur en afwikkelingsbewindvoerder.
    • Er is een afvullegaat opgenomen (successierechtelijke optimalisatie) en bepalingen over niet-opeisbaarheid van legitieme aanspraken en inkortingsvolgorde (eerst bij de echtgenote).
  • De onterfde zoon wil:
    1. vaststelling van de legitimaire massa en zijn legitieme portie,
    2. vergoeding wegens inkorting van (gestelde) giften,
    3. nakoming van een afspraak: opheffing beslag tegen hypotheek/zekerheid (persoonlijke hypotheek van € 100.000 op woning/registergoederen).
  • De andere zoon (en moeder) voeren verweer: o.a. dat van relevante giften/benadeling geen sprake is en dat een hypotheekvordering te onbepaald is.

Juridische vraag (centrale kwestie)
Hoe wordt de legitieme portie van de onterfde zoon vastgesteld, en moeten de door hem gestelde bevoordelingen/giften aan (met name) de andere zoon worden meegenomen in de legitimaire massa? Subvraag: is er voldoende basis om moeder te verplichten zekerheid te stellen via hypotheekvestiging, terwijl de omvang/voorwaarden van die hypotheek nog niet vaststaan?

Uitspraak van de rechtbank (samenvatting + kernoverwegingen)

Vaststelling: wél belang bij waardebepaling, maar (nu) geen opeisbaarheid
De rechtbank maakt duidelijk dat de onterfde zoon door zijn beroep op de legitieme geen erfgenaam wordt en niet meeverdeelt. Hij heeft een geldvordering uit hoofde van de legitieme (in deze constellatie: richting de moeder). Belangrijk: de vordering is op dit moment niet opeisbaar door de testamentaire niet-opeisbaarheidsclausule, maar hij heeft wél belang bij vaststelling van de waarde van zijn aanspraak.

Rekenkern: legitieme = 1/6 van de legitimaire massa
De rechtbank past de systematiek toe:

  • legitimaire massa = waarde goederen nalatenschap + meetellende giften − bepaalde schulden,
  • delen door het aantal “achtergelaten personen” (hier in essentie: echtgenote + 2 kinderen),
  • legitieme portie legitimaris is de helft van zijn versterferfdeel → hier 1/6 van de legitimaire massa.

Giften/benadeling: rechtbank vindt géén relevante giften die moeten worden opgeteld
De onterfde zoon had meerdere posten opgevoerd als “gift” of bevoordeling (o.a. grond/perceeltransactie, pompinstallatie, marktrechten/goodwill, roerende zaken/inventaris). De rechtbank wijst dit in hoofdzaak af en komt tot de slotsom dat:

  • er geen sprake is van giften die bij de legitimaire massa moeten worden opgeteld, óf
  • de gestelde voordelen onvoldoende onderbouwd zijn, óf
  • het om gebruikelijke, niet bovenmatige giften gaat die buiten beschouwing blijven.

Gevolg: ook de vordering tot “vergoeding van ingekorte giften” (richting de andere zoon) haalt het niet: er is niets om in te korten bij hem.

Zekerheidstelling/hypotheek: vordering afgewezen als “te onbepaald”
De rechtbank ziet dat er “in principe” gesproken is over het opheffen van beslag tegen het vestigen van een hypotheek van € 100.000, maar:

  • over de clausules/voorwaarden van die hypotheek moest nog worden onderhandeld,
  • er is geen bewijs dat daarover uiteindelijk overeenstemming is bereikt,
  • daardoor is de vordering tot hypotheekvestiging te onbepaald om toe te wijzen.

Uitkomst in cijfers
De rechtbank stelt vast:

  • legitimaire massa: € 624.482 (met een correctiemechanisme als bepaalde belastingaanslagen later verminderen),
  • legitieme portie: € 104.080,33 (zelfde correctiemechanisme pro rata).
    De proceskosten worden gecompenseerd (familierelatie).

Bron: Rechtspraak

Modules & dossiers

Opvoerdatum

26 mrt 2026

Laatst gewijzigd

27 mrt 2026

Reacties

Er zijn (nog) geen reacties op dit artikel

Graag eerst inloggen om deze pagina te bekijken.

Permanent Actueel met Fintool?

Als professioneel financieel adviseur moet en wilt u bijblijven en dat het liefst in zo weinig mogelijk (kostbare) tijd. Dat kan nu met Fintool.nl! Meld u nu aan als abonnee en krijg toegang tot de Kennisbank, Rekenmodellen en Helpdesk.
Lees verder

Fintool bv © 2003/2026. Alle rechten voorbehouden.
Lees graag de leveringsvoorwaarden en het privacy reglement.

1
1