De staatssecretaris van Financiën heeft in een kamerbrief gereageerd op de evaluatie van de jaarlijkse schenkingsvrijstelling tussen ouder en kind. In de brief wordt bevestigd dat het kabinet geen aanleiding ziet om de jaarlijkse ouder-kindvrijstelling af te schaffen of ingrijpend te wijzigen. Volgens het kabinet vervult de vrijstelling nog steeds een duidelijke functie binnen het schenkbelastingstelsel, onder meer doordat ouders hun kinderen op een laagdrempelige manier financieel kunnen ondersteunen zonder dat direct schenkbelasting verschuldigd is.
Wel wordt in de brief benadrukt dat de vrijstelling onderdeel blijft van het bredere fiscale stelsel rond vermogensoverdracht en dat bij toekomstige herzieningen van het belastingstelsel opnieuw kan worden gekeken naar de samenhang met andere regelingen, zoals de algemene schenkvrijstelling en de erfbelasting. Op dit moment zijn er echter geen concrete wetsvoorstellen aangekondigd om de jaarlijkse ouder-kindvrijstelling aan te passen.
De staatssecretaris geeft daarnaast aan dat de evaluatie geen sterke aanwijzingen bevat dat de vrijstelling leidt tot ongewenste fiscale constructies of oneigenlijk gebruik. Daarmee blijft de huidige systematiek voorlopig ongewijzigd.
Praktijkgevolg
Voor de adviespraktijk betekent dit dat de jaarlijkse ouder-kindvrijstelling (art. 33 Successiewet) voorlopig gewoon kan worden toegepast zoals gebruikelijk. Er zijn geen overgangsregelingen of beleidswijzigingen aangekondigd. Wel blijft het raadzaam om bij vermogensoverdrachten rekening te houden met mogelijke toekomstige stelselwijzigingen, omdat schenk- en erfbelasting onderdeel zijn van bredere discussies over belasting op vermogen.
Fintool
info@fintool.nl
085 111 89 99