Daarvan is volgens PriceWaterhouseCoopers sprake voor zover meer premie wordt afgedragen dan passend is bij een pensioen dat wordt opgebouwd volgens de regels van de Wet VPL. Voor de bepaling van het bovenmatige (premie)deel komt een eenvoudige rekenhulp op de internetsite van de Belastingdienst. Een werkgever kan echter ook voor een actuariële berekening kiezen als naar zijn mening de rekenhulp voor zijn regeling tot een te hoge uitkomst leidt. Rond november komt er overigens een internetsite met werkgeversinformatie over het overgangsrecht bij de Wet VPL.
De staatssecretaris antwoordt op een vraag dat hij er geen voorstander van is om het bestaande fiscale regime voor VUT/prepensioen voor alle arbeidsongeschikten die op 1 januari 2005 al recht hadden op een premievrije voortzetting van de pensioenopbouw, na 1 januari 2006 voort te zetten. Hij werpt de vraag op waarom de opbouw van prepensioen voortgezet zou moeten worden als iemand duurzaam volledig arbeidsongeschikt is. Het is dan niet duidelijk welke functie het prepensioen in die situatie zou moeten vervullen.
Ten slotte geeft de staatssecretaris aan dat verstrekte ontslagvergoedingen waaronder stamrechtregelingen die voortvloeien uit een dienstbetrekking die vóór 1 januari 2006 is beëindigd, niet onder de werkingssfeer vallen van zijn beleid om ontslaguitkeringen die in wezen een vermomde VUT-regeling te vormen, te treffen met de VUT-heffing.
Bron: PriceWaterhouseCoopers, 30-09-2005
Fintool
info@fintool.nl
085 111 89 99