Bij brief van 10 januari 2017 heeft de Svb aan appellante, die is geboren op [dd-mm] 1954, een pensioenoverzicht gestuurd. Hierop is vermeld dat appellante, uitgaande van de toenmalige stand van de wetgeving, vanaf [dd-mm] 2021 in aanmerking kan komen voor een ouderdomspensioen op grond van de Algemene Ouderdomswet (AOW) en dat zij, voor de toepassing van die wet, over het tijdvak [dd-mm] 1971 tot en met 13 januari 2016 verzekerd wordt geacht.
Appellante heeft bezwaar gemaakt tegen het onder 1.1 aangeduide pensioenoverzicht, voor zover bij dit overzicht is bepaald dat zij pas vanaf [dd-mm] 2021 – en niet vanaf 1 mei 2019 – in aanmerking kan komen voor een ouderdomspensioen, en voor zover zij bij dit overzicht niet verzekerd is geacht van [dd-mm] 1969 tot [dd-mm] 1971
De vermelding in een pensioenoverzicht van een datum waarop een verzekerde naar verwachting de pensioengerechtigde leeftijd bereikt is niet op rechtsgevolg gericht, zodat daartegen niet kan worden opgekomen. Verder is overwogen dat de verschuiving van de aanvangsleeftijd van de verzekering voor de AOW, die het gevolg is van de inwerkingtreding van artikel 7a van de AOW, in het algemeen niet leidt tot schending van artikel 1 van het Eerste Protocol bij het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden en dat evenmin sprake is van schending van de verdragsrechtelijke discriminatieverboden.
Hoger beroep appellante slaagt niet.
Bron: Centrale Raad van Beroep
Fintool
info@fintool.nl
085 111 89 99