Buy Now, Pay Later-dienstverleners (BNPL) liggen al tijden onder vuur. De mogelijkheid om achteraf te betalen is handig, maar vergroot het risico op problematische schulden. Tot de invoering van de nieuwe Europese richtlijn consumentenkrediet (CCD II) op 20 november 2026, valt BNPL niet onder de strenge regels van consumentenbescherming. Tenminste, als zij voldoen aan de voorwaarden van uitgezonderde kortlopende kredieten. De Geschillencommissie stelt in twee richtinggevende uitspraken, dat BNPL-aanbieder Klarna niet voldoet aan die voorwaarden. Daardoor vallen ook deze kredieten onder de huidige Richtlijn consumentenkrediet en de Wet op het financieel toezicht. Dat brengt allerlei extra verplichtingen met zich mee, waaraan Klarna zich niet hield. Dat heeft grote gevolgen voor deze kredietaanbieder.
Radar besteedde onlangs aandacht aan de positie van consumenten met een aflossingsvrije hypotheek die het einde van de looptijd naderen. In de uitzending werd gesuggereerd dat veel huishoudens straks mogelijk in de problemen komen omdat banken bij verlenging of herfinanciering strenger toetsen volgens de huidige hypotheeknormen.
Tot augustus 2004 was er in ons land de Wet Arbeidsongeschiktheidsverzekering Zelfstandigen (WAZ) als basisvoorziening voor zelfstandigen tegen het arbeidsongeschiktheidsrisico. Vanaf die tijd is er gespeculeerd over een terugkeer van een dergelijke voorziening. De onderhandelende partijen rondom de Wet Toekomst Pensioen (WTP) hebben hierover in 2019 afspraken gemaakt, al waren zelfstandigen zelf daar niet bij betrokken. Eind maart 2026 is uiteindelijk een wetsvoorstel voor de Wet Basisverzekering arbeidsongeschiktheid zelfstandigen (BAZ) naar de Tweede Kamer gestuurd. Er is nog geen zekerheid of de wet in deze vorm wordt aangenomen, maar de mogelijke impact is zodanig, dat het voor de adviseur Inkomen relevant is hier nu al kennis van te nemen.
Deze zaak gaat over buren in een twee-onder-een-kapwoning die ruzie krijgen over scheurvorming en (mogelijk) funderingsherstel, en vooral over de vraag: wanneer kun je de buurman dwingen om mee te werken en mee te betalen?
In Kifid-uitspraak 2026-0261 (bindend advies, 16 maart 2026) draait het niet zozeer om de inhoudelijke kwaliteit van het hypotheekadvies, maar om iets wat in de praktijk minstens zo vaak misgaat: kostencommunicatie. De consument kreeg aan het begin van het traject een financieringsopzet met € 950 advieskosten en € 1.250 bemiddelingskosten (totaal € 2.200). Later werd dat ineens € 3.950 en kwam daar óók nog een aparte dienstverleningsovereenkomst (DVO) van € 28 per maand bij. De kernvraag: mag dat, en zo ja onder welke voorwaarden en met welke bewijsvoering?
Fintool
info@fintool.nl
085 111 89 99