De aanleiding is de kabinetsreactie van 10 juni 2026 op het WODC-onderzoek Draagvlak voor de legitieme portie. Uit het onderzoek blijkt dat de legitieme portie breed wordt gedragen. Van de ondervraagden is 40% in alle gevallen voorstander, 19% altijd tegen en 40% afhankelijk van de omstandigheden voor of tegen. De onderzoekers leiden daaruit af dat algehele afschaffing door een overgrote meerderheid van 80% niet wordt gesteund.
De staatssecretaris volgt die lijn. De vrijheid van een ouder om zelf te bepalen aan wie vermogen bij overlijden wordt nagelaten, wordt erkend als een belangrijk argument. Maar dat argument weegt volgens het kabinet maatschappelijk onvoldoende zwaar om de legitieme portie af te schaffen. De afstammingsband tussen ouder en kind blijft volgens de kabinetsreactie een voldoende grondslag voor deze wettelijke minimumbescherming.
Praktische betekenis voor adviseurs
Voor financieel planners, estate planners en hypotheekadviseurs verandert er civielrechtelijk dus niets aan de basisregel: een kind kan worden onterfd, maar behoudt in beginsel de mogelijkheid om een beroep te doen op de legitieme portie. Dat recht geeft geen erfgenaamschap en geen aanspraak op goederen uit de nalatenschap, maar een geldvordering. In de adviespraktijk blijft het daarom van belang om bij vermogensplanning, schenkingen en testamenten expliciet aandacht te besteden aan:
- de aanwezigheid van kinderen, ook als er geen contact meer is;
- eerdere giften en bevoordelingen;
- de vraag of een kind mogelijk een beroep zal doen op de legitieme portie;
- de gevolgen voor liquiditeit van de nalatenschap;
- de fiscale verwerking, met name in box 3 na opeising.
De Belastingdienst heeft in kennisgroepstandpunt KG:202:2026:4 aangegeven dat erfgenamen in box 3 niet alvast een schuld mogen opnemen zolang de legitimaris de legitieme portie nog niet heeft opgeëist. Pas vanaf het moment van opeising ontstaat voor box 3 een relevante schuld bij de erfgenamen en een bezitting bij de legitimaris.
Geen wetswijziging, ook niet op deelpunten
Het WODC-onderzoek bevatte ook suggesties om de regeling te verbeteren. Genoemd zijn onder meer een erfovereenkomst, vernietiging van een testament wegens misbruik van omstandigheden, een verplichte considerans bij onterving van kinderen en verduidelijking van het recht op inzage en informatie. Het kabinet neemt deze suggesties nu niet over. Volgens de staatssecretaris zijn nut, noodzaak, juridische haalbaarheid en effecten nog onvoldoende verkend. Ook is het draagvlak voor sommige voorstellen verdeeld. Daarom worden op dit moment geen wetswijzigingen voorbereid.
Voor de adviespraktijk betekent dit dat het accent voorlopig niet ligt op nieuwe wetgeving, maar op goede dossiervorming en uitleg aan cliënten. Wie kinderen wil onterven, moet weten dat dit civielrechtelijk niet hetzelfde is als volledig uitsluiten. En wie als erfgenaam een nalatenschap afwikkelt, moet rekening houden met mogelijke claims van legitimissen binnen de wettelijke termijn.
Aandachtspunt bij schenkingen en nalatenschappen
De legitieme portie blijft vooral relevant in familiesituaties waarin bij leven al vermogen is verschoven. Denk aan schenkingen aan één kind, verkoop van een woning onder zakelijke waarde, kwijtscheldingen of andere bevoordelingen. In een recente Fintool-bespreking van Rechtbank Gelderland stond precies die vraag centraal: welke giften tellen mee voor de legitimaire massa en kan zekerheid worden verlangd voor een niet-opeisbare vordering? De kern blijft dat de legitimaire massa wordt berekend aan de hand van de waarde van de nalatenschap, vermeerderd met bepaalde giften en verminderd met bepaalde schulden. In concrete dossiers is de civielrechtelijke kwalificatie van eerdere transacties dus doorslaggevend.
Adviespraktijk
De boodschap voor cliënten blijft genuanceerd: onterven kan, maar niet zonder financiële restpositie voor het kind als dat kind tijdig een beroep doet op de legitieme portie. Bij estate planning verdient het aanbeveling om scenario’s vooraf door te rekenen en duidelijk vast te leggen waarom bepaalde keuzes worden gemaakt. Dat voorkomt niet altijd discussie, maar verkleint wel het risico op verrassingen bij overlijden.
Bron: Rijksoverheid