NHG heeft aangekondigd Norm C.5.2 (“Bepaal de staat van een bestaande woning”) te gaan aanpassen, zodat de staat van de fundering – zoals die blijkt uit het nieuwe taxatierapport – zwaarder en explicieter kan meewegen in de beoordeling van een NHG-aanvraag. Tot het moment dat die norm is doorontwikkeld, hanteert NHG een tijdelijk beoordelingskader met vier keuzerichtingen, waarbij de uiteindelijke beoordeling nadrukkelijk bij de geldverstrekker ligt.
Wat verandert er in het taxatierapport?
Vanaf 1 april 2026 is er een nieuw model taxatierapport Woonruimte. Een belangrijke wijziging: het rapport bevat voortaan concretere informatie over funderingsrisico, gebaseerd op data van het Kennis Centrum Aanpak Funderingsproblematiek (KCAF). Woningen krijgen een risicoklasse A t/m E (A = laagste risico, E = hoogste risico).
NHG: de beoordelingsverantwoordelijkheid ligt bij de geldverstrekker
NHG benadrukt dat de geldverstrekker de verantwoordelijkheid heeft om de funderingsinformatie mee te wegen. Blijkt er funderingsproblematiek of verhoogd risico (en dus mogelijk een “matige of slechte staat”), dan verwijst NHG naar artikel C.5.2 en sluit men aan bij de werkwijze die men al hanteert bij een bouwkundige keuring.
De crux: C.5.2 is (nog) niet specifiek genoeg voor situaties waarin funderingsherstel pas in de toekomst nodig kan zijn. Daarom komt NHG met een toetskader. Tot die tijd geldt een tijdelijke invulling.
Het tijdelijke NHG-beoordelingskader: 4 opties
NHG geeft geldverstrekkers in de tussenperiode de volgende handvatten (samengevat, in dezelfde lijn als de NHG-publicatie):
Wat betekent dit voor advies- en acceptatiepraktijk?
1) Dossieropbouw wordt belangrijker (en eerder in het proces)
Omdat funderingsinformatie nu explicieter in het taxatierapport terugkomt (A–E, betrouwbaarheid/bronduiding), gaat dit vaker een acceptatiepunt worden.
Praktisch: bespreek bij (ver)koop en financieringsopzet eerder in het traject:
2) Bouwdepot of niet? Let op timing van herstel
NHG maakt onderscheid tussen direct noodzakelijke kosten (bouwdepot) en niet-direct te verwachten kosten (toekomstige draagkracht).
Dat vraagt in de praktijk om een scherp gesprek: is er sprake van acute herstelnoodzaak of vooral van risico/monitoring? En: moet de klant nu al extra financiering meenemen, of is het passender om toekomstige bestedingsruimte/voorziening te onderbouwen?
3) Fiscale haakjes (globaal)
Funderingsherstel is in de regel te duiden als onderhoud/verbetering van de eigen woning. Als dit wordt meegefinancierd in een lening die kwalificeert als eigenwoningschuld, kan rente (binnen de bekende voorwaarden) in beginsel aftrekbaar zijn. Bij “later herstel” zonder directe besteding kan de fiscale onderbouwing en het moment van aanwending juist weer relevanter worden. (Werk dit in het dossier uit: doel, besteding, onderbouwing, timing.)
Fintool
info@fintool.nl
085 111 89 99