In een vraag en antwoordbrochure van 7 februari 2022 is aangegeven dat een proefpersonenverzekering (hierna: PV) moet worden gezien als een aansprakelijkheidsverzekering die niet onder de vrijstellingen van artikel 24, eerste lid van de Wet op belastingen van rechtsverkeer (hierna WBR) valt en dus belast is voor de assurantiebelasting.
In deze vraag en antwoordbrochure is onvoldoende onderscheid gemaakt tussen een proefpersonenverzekering enerzijds en een aansprakelijkheidsverzekering onderzoeksinstellingen (hierna: AVO) anderzijds.
Vragen
Antwoorden
Beschouwing
Voor personen die deelnemen aan onderzoek dat valt onder de Wet medisch-wetenschappelijk onderzoek met mensen (hierna: WMOM), moet een verzekering zijn gesloten voor eventueel door het onderzoek veroorzaakte schade.
Ter zake van medisch wetenschappelijk onderzoek wordt niet alleen een PV gesloten maar ook een AVO. Beide verzekeringen vinden hun grondslag in de Wet medisch-wetenschappelijk onderzoek met mensen. Beide typen verzekeringen zijn wettelijk verplicht en moeten door het onderzoeksinstituut worden afgesloten voordat het onderzoek met proefpersonen aanvangt. De nakoming van verplichtingen die voortvloeien uit aansprakelijkheid waarop de AVO ziet, kan overigens ook op andere wijze worden gewaarborgd, zoals door een bankgarantie. Verzekerde bij de PV is de proefpersoon zelf, verzekerde bij de AVO is het onderzoeksinstituut.
Onderscheid tussen PV en AVO
De WMOM bevat regels voor verschillende typen verzekering bij medisch-wetenschappelijk onderzoek met mensen. Het eerste type, de PV, is geregeld in artikel 7, eerste tot en met het vierde lid, WMOM en dekt door het onderzoek veroorzaakte schade door dood of letsel van de proefpersoon. De verzekering dekt schades die zich in ernstigere mate hebben voorgedaan dan was voorzien, of schades in situaties waarin het onwaarschijnlijk werd geacht dat zich een risico zou voordoen. De PV beoogt medische proefpersonen te beschermen tegen onvoorziene medische schade in gevallen waarin het onderzoeksinstituut, de faciliterende instellingen of de arts geen blaam treft, omdat de proef
of de medische behandeling op zichzelf bezien correct is uitgevoerd. De PV heeft voor de proefpersoon dan ook een aanvullend karakter op het gebied van ziekte en inkomen. Aldus wordt voorkomen dat de proefpersoon met lege handen komt te staan als andere verzekeringen geen dekking bieden.
Het tweede type verzekering, de AVO, is geregeld in artikel 7, achtste tot en met het elfde lid, WMOM. Daarin zijn regels vastgelegd ten aanzien van de aansprakelijkheid van de uitvoerder, de verrichter bij medisch-wetenschappelijk onderzoek, en de facilitaire instelling waar ter uitvoering van het wetenschappelijk onderzoek verrichtingen plaatsvinden. Bij letsel of overlijden van een proefpersoon zal er, in beginsel, een civielrechtelijke aansprakelijkheid ontstaan jegens het onderzoeksinstituut. Deze verzekering dekt het vermogensrisico dat het onderzoeksinstituut door deze aansprakelijkheid loopt.
Van assurantiebelasting vrijgestelde PV
In artikel 24, eerste lid, onderdeel b, WBR is een vrijstelling van assurantiebelasting opgenomen voor ongevallen-, invaliditeits- en arbeidsongeschiktheidsverzekeringen. In artikel 24, eerste lid, onderdeel c, WBR is een vrijstelling opgenomen voor ziekte en ziektekostenverzekeringen, waaronder zorgverzekeringen als bedoeld in de Zorgverzekeringswet. Achterliggende gedachte bij deze vrijstellingen is dat deze vormen van verzekeringen een zodanig sterk sociaal karakter hebben dat het voor de hand ligt, dat deze niet worden belast met assurantiebelasting (Kamerstukken II, 1969/70, nr. 3, p. 20). De verschillende typen verzekeringen die in de vrijstellingsbepalingen zijn genoemd, zijn niet nader gedefinieerd of afgebakend. De PV heeft de proefpersoon rechtstreeks als verzekerde en dekt tot een bepaald maximum de schade die voortvloeit uit het onderzoek, zoals inkomensschade, ziektekosten en kosten van hulpmiddelen en voorzieningen.
Op grond van een redelijke wetstoepassing is de PV, gezien het doel en de aard van deze verzekering, vrijgesteld op grond van artikel 24, eerste lid, onderdeel b of c, WBR.
Met assurantiebelasting belaste AVO
Anders dan de PV is de AVO een aansprakelijkheidsverzekering. Het onderzoeksinstituut (de verzekeringnemer) is wettelijk verplicht een dergelijke verzekering af te sluiten als zij niet op andere wijze voldoende zekerheid kan stellen dat haar verplichtingen ter zake van aansprakelijkheid kunnen worden nagekomen. Bij letsel of overlijden van een proefpersoon zal, in beginsel, een civielrechtelijke aansprakelijkheid ontstaan jegens het onderzoeksinstituut. De AVO dekt het vermogensrisico dat het onderzoeksinstituut door deze aansprakelijkheid loopt. Om die reden worden zulke verzekeringen niet aangemerkt als ongevallen-, invaliditeits- en arbeidsongeschiktheidsverzekeringen, als bedoeld in artikel 24, eerste lid, onderdeel b, WBR, en evenmin aangemerkt als ziekte- of ziektekostenverzekeringen als bedoeld in artikel 24, eerste lid, onderdeel c, WBR. De AVO is dan ook niet vrijgesteld van assurantiebelasting.
Bron: Belastingdienst
Fintool
info@fintool.nl
085 111 89 99