MijnFintool

Nieuws

Kifid over premievrijstelling bij AO

In deze uitspraak van de Commissie van Beroep Kifid (2026-0011) staat een veelvoorkomende situatie centraal: een klant denkt dat bij zijn overlijdensrisicoverzekering (ORV) premievrijstelling bij arbeidsongeschiktheid is geregeld, terwijl die dekking niet op de polis staat. De klant verwijt de adviseur dat die dekking wél is toegezegd, maar de adviseur kan dat niet aantonen omdat er geen gespreksnotities zijn.

De kernvraag: wat betekent het ontbreken van dossiervorming voor de zorgplicht van de adviseur én voor de vraag of er schade is?

Feiten van de zaak

De belangrijkste feiten in kort bestek:

  • De partner van de consument sluit via de adviseur een ORV op het leven van de consument.
    • Ingangsdatum: 1 juni 2022
    • Looptijd: 20 jaar
    • Verzekerd kapitaal: € 750.000
    • Maandpremie: € 304,67, verhoogd door een medische opslag.
  • De consument wordt arbeidsongeschikt en ontvangt vanaf 28 juli 2023 een WIA-uitkering.
  • Daarna vraagt hij premievrijstelling wegens arbeidsongeschiktheid aan, maar de verzekeraar wijst dit af: deze dekking is niet aangevraagd en dus niet meeverzekerd.
  • De consument stelt dat hij en zijn partner wél hebben gevraagd om premievrijstelling en dat de adviseur heeft gezegd dat hij dit zou regelen. Hij eist daarom vergoeding van alle resterende premies, in totaal € 68.327.
  • Vast staat dat de adviseur geen gespreksnotities meer heeft van de adviesgesprekken.
  • De Geschillencommissie vond eerder dat de adviseur zijn zorgplicht niet had geschonden, mede omdat uit offerte en polis duidelijk blijkt dat premievrijstelling niet is meeverzekerd en de verzekeraar aangaf dat hij een aanvraag toch had afgewezen.

De consument gaat tegen dat oordeel in beroep bij de Commissie van Beroep.

Juridische vraag
De Commissie van Beroep beantwoordt in essentie twee vragen:

  1. Zorgplicht / dossiervorming
    Heeft de adviseur zijn zorgplicht geschonden, nu hij geen gespreksnotities heeft en daardoor niet kan aantonen wat er over premievrijstelling bij AO is besproken?

  2. Schade / causaliteit
    Zelfs als er sprake is van een zorgplichtschending: is dan aannemelijk dat de consument de gewenste dekking voor premievrijstelling bij AO had kunnen afsluiten en aanspraak op uitkering had gehad? Alleen dan is er schade.

Uitspraak van de Commissie van Beroep

Zorgplicht: ontbreken van gespreksnotities telt zwaar

De Commissie begint met de algemene norm van art. 7:401 BW: de adviseur moet handelen als een redelijk bekwaam en redelijk handelend vakgenoot, en de belangen van zijn klanten zorgvuldig behartigen. Vervolgens komt het cruciale punt:

  • Er zijn geen gespreksnotities. Daardoor kan de Commissie niet reconstrueren wat er precies is besproken over de wensen, mogelijkheden en met name de mogelijkheid van premievrijstelling bij arbeidsongeschiktheid.
  • De Commissie vindt dat de gevolgen van het ontbreken van die notities voor rekening van de adviseur komen.
  • Daarom gaat de Commissie er bij wijze van veronderstelling van uit dat de adviseur de consument niet adequaat heeft voorgelicht en dus niet de vereiste zorgvuldigheid heeft betracht.

Met andere woorden:

geen dossier = zwakke bewijspositie = veronderstelde zorgplichtschending.

Geen schade: premievrijstelling was niet verzekerbaar

Daarmee is de adviseur echter niet automatisch schadeplichtig. De Commissie kijkt vervolgens naar het hypothetische scenario: wat als de adviseur wél goed had geadviseerd en premievrijstelling had besproken en aangevraagd? Belangrijke overwegingen:

  • In de aanvullende voorwaarden premievrijstelling staat dat geen recht op premievrijstelling bestaat als de verzekerde al arbeidsongeschikt is op de ingangsdatum.
  • Arbeidsongeschiktheid wordt gedefinieerd als (gedeeltelijk) niet in staat zijn met gangbare arbeid te verdienen wat gezonde personen met vergelijkbare achtergrond verdienen, als rechtstreeks gevolg van ziekte/gebrek en objectief medisch vast te stellen.
  • Vast staat dat de consument op het moment van afsluiten al een Ziektewetuitkering ontving en later een WIA-uitkering, en dat de verzekeraar mede daarom een forse medische opslag heeft toegepast.

De consument betoogt nog dat er “alleen een arbeidsconflict” was en geen echte arbeidsongeschiktheid, maar hij onderbouwt dat niet. Daarom neemt de Commissie aan dat hij op de gewenste begindatum arbeidsongeschikt was. Gevolg:

  • De verzekeraar zou volgens de voorwaarden geen dekking voor premievrijstelling bij AO hebben verleend.
  • Ook een andere redelijk handelende verzekeraar zou zo’n dekking niet hebben geaccepteerd, omdat het in strijd zou zijn met art. 7:925 BW: het verzekerd risico (hier: arbeidsongeschiktheid) moet bij ingaan van de verzekering onzeker zijn.

Daarom concludeert de Commissie:

  • Niet aannemelijk dat de consument de dekking ooit had kunnen krijgen.
  • Dus kan niet worden aangenomen dat hij schade heeft geleden.
  • Het beroep is ongegrond; de vordering tot vergoeding van € 68.327 wordt afgewezen.

Bron: Kifid

Modules & dossiers

Opvoerdatum

01 feb 2026

Laatst gewijzigd

03 feb 2026

Reacties

Er zijn (nog) geen reacties op dit artikel

Graag eerst inloggen om deze pagina te bekijken.

Permanent Actueel met Fintool?

Als professioneel financieel adviseur moet en wilt u bijblijven en dat het liefst in zo weinig mogelijk (kostbare) tijd. Dat kan nu met Fintool.nl! Meld u nu aan als abonnee en krijg toegang tot de Kennisbank, Rekenmodellen en Helpdesk.
Lees verder

Fintool bv © 2003/2025. Alle rechten voorbehouden.
Lees graag de leveringsvoorwaarden en het privacy reglement.

1
1