Een consument wilde bij ABN AMRO Schadeverzekering N.V. diverse schadeverzekeringen afsluiten. Die producten worden uitsluitend via ABN AMRO Bank (als tussenpersoon onder de naam ABN AMRO Verzekeringen) aangeboden. Daarbij gold één harde voorwaarde: alleen wie óók een betaalrekening bij de bank aanhoudt, kan (de meeste) verzekeringen afsluiten. De consument vond dat koppelverkoop en eiste óf afschaffing van de rekeningplicht, óf een blijvend gratis betaalrekening.
De Geschillencommissie Kifid komt in bindend advies tot een duidelijk oordeel: deze constructie is niet verboden. De vordering wordt afgewezen.
Wat speelde er precies?
Kifid formuleert de kernvraag: mag de bank de betaalrekening als voorwaarde stellen voor het kunnen afsluiten van verzekeringen bij de verzekeraar?
Juridisch kader: IDD en Wft (koppelverkoop ≠ altijd verboden)
Kifid zet eerst het relevante kader uit de IDD (Richtlijn 2016/97/EU) uiteen:
1) Pakketverkoop met informatieplicht (art. 24 lid 1 IDD)
Als een verzekeringsproduct samen met een ander product/dienst als pakket wordt aangeboden, geldt vooral een informatieplicht: de klant moet o.a. kunnen zien of onderdelen ook los verkrijgbaar zijn (en welke kosten bij welke onderdelen horen).
2) Verzekering als “nevenproduct”: soms wel keuzevrijheid verplicht (art. 24 lid 3 IDD)
Als de verzekering een aanvulling is op een goed of dienst (denk aan telefoon-/fiets-/reisverzekering bij aankoop), moet de klant doorgaans het hoofdproduct óók zonder verzekering kunnen afnemen. Dit is in NL geïmplementeerd in o.a. art. 4:63a Wft (verzekeraars) en art. 4:75a Wft (bemiddelaars).
Belangrijke uitzondering: die keuzevrijheid geldt níet als het hoofdproduct een betaalrekening is (zoals gedefinieerd in de Payment Accounts Directive).
Waarom Kifid dit géén verboden koppelverkoop vindt
Kifid erkent dat dit in de praktijk voelt als “gedwongen” combineren: wie de verzekering wil, moet ook de betaalrekening “afnemen”. Maar vervolgens komt de kernoverweging:
En de eis “dan moet de betaalrekening gratis zijn”?
Ook daar is Kifid helder over: een bank heeft in beginsel beleidsvrijheid om productkosten vast te stellen; de commissie treedt daar niet in. De consument onderbouwde onvoldoende waarom de rekening kosteloos zou moeten zijn als de bundel op zichzelf is toegestaan.
Praktische betekenis voor de adviespraktijk
1) Verwachtingsmanagement bij klanten: “mag dit?” is vaak “ja, tenzij…”
Deze uitspraak onderstreept dat “koppelverkoop” in het dagelijks taalgebruik snel als “verboden” wordt gezien, terwijl de wet vooral situatie-afhankelijk werkt:
2) Relevantie bij (eigen woning) dossier: opstal/inboedel en bankrelatie
In de eigenwoningpraktijk komt dit vooral terug bij:
3) Let op het onderscheid: “rekening als hoofdproduct” vs. “verzekering als nevenproduct”
De IDD/Wft-regels die keuzevrijheid afdwingen, zijn vooral geschreven voor het scenario waarin de verzekering het bijproduct is. In deze zaak was de dynamiek omgekeerd: de bank stelde juist de rekening als toegangseis voor de verzekering. Kifid ziet daarin geen wettelijke “knip” die dit verbiedt.
Tot slot
Deze Kifid-uitspraak is vooral een reality check: niet elke vorm van bundeling is verboden koppelverkoop. Voor adviseurs zit de winst in het vroegtijdig signaleren van bundelvoorwaarden (zoals een rekeningplicht), het meenemen van alle kosten in de vergelijking én het paraat hebben van alternatieven voor klanten die “niet willen bankieren om te mogen verzekeren”.
Bron: Kifid
Fintool
info@fintool.nl
085 111 89 99