In Kifid Commissie van Beroep (CvB) 2026-0008 (21 januari 2026) staat een klassiek thema centraal: overkreditering bij hypotheekverstrekking en de vraag welke norm je gebruikt om te bepalen of een hypotheek “verantwoord” was. De consument vond dat de bank in 2005 had moeten toetsen met een minimale toetsrente van 6% en niet met de (lage) aangeboden rente van 3,7%, waardoor hij volgens hem te veel heeft kunnen lenen. De Geschillencommissie wees de klacht af, maar in beroep krijgt de consument (grotendeels) gelijk.
Feiten van de zaak
De kernfeiten (kort en praktisch):
Juridische vraag
De centrale vraag is tweeledig:
Uitspraak van CvB Kifid: wat beslist en waarom?
Beroep gegrond: toetsingskader was (te) “betaalbaarheids-gericht”
De consument klaagde in beroep dat de Geschillencommissie vooral keek of de feitelijke maandlasten betaalbaar waren. De CvB maakt duidelijk: het gaat juist om de vraag of de lening binnen de normatieve leencapaciteit viel (toetsen volgens normen), niet achteraf of het “toevallig is goed gegaan”.
Zorgplicht bank: ook in 2005 al onderzoek- en waarschuwingsplicht
Er was in 2005 nog geen specifieke wettelijke overkrediteringsregeling voor hypotheken, maar de zorgplicht bracht wel mee dat de bank inkomen/vermogen moest uitvragen en bij risico op onverantwoord lenen moest waarschuwen.
Belangrijk: de bank blijft zélf verantwoordelijk; aanwezigheid van een tussenpersoon ontslaat niet van die plicht (de CvB verwijst daarbij naar HR-jurisprudentie).
GHF 2003 wél van toepassing; “maatwerk”-label is niet genoeg
De bank verdedigde zich met: dit was een maatwerkhypotheek, dus de GHF-normen hoefden niet te gelden. De CvB gaat daar niet in mee:
Overkreditering vastgesteld: € 71.000 te veel
De CvB combineert twee normlagen:
Toegepast op het inkomen van consument leidde dat tot max. circa € 142.000 leencapaciteit. Omdat feitelijk € 213.000 is verstrekt, is sprake van overkreditering van € 71.000. De bank had moeten waarschuwen; dat gebeurde niet → zorgplichtschending.
Schade: rente terug (verleden) + rentevrij (toekomst) over het teveel
De CvB wijst niet alles toe (geen kwijtschelding hoofdsom), maar wel substantieel:
Slotsom: uitspraak Geschillencommissie wordt vernietigd; beroep is gegrond
Praktische tips
Documenteer “maatwerk” inhoudelijk, of gebruik het label niet.
Als je (bank/adviseur) afwijkt van standaardnormen, leg dan vast waarom dit uitzonderlijk is (type object/ondernemersfinanciering/afwijkend risicoprofiel) en hoe dat past binnen het normenkader. Een losse offerte-zin is aantoonbaar kwetsbaar.
Toets altijd met de juiste toetsrente en onderliggende normlaag (GHF/acceptatiebeleid).
In deze zaak was het verschil tussen 3,7% en minimum 6% beslissend. Zorg dat in het dossier duidelijk staat met welke toetsrente is gerekend en waarom (incl. eventuele minimum-toets).
Verifieer cruciale klantgegevens óók als er een intermediair tussen zit.
De CvB (in lijn met HR) onderstreept dat de bank niet blind op intermediair-informatie mag varen. Voor de praktijk: “bewijsbaar plausibel” dossier (loonstroken, werkgeversverklaring, vaste lasten, etc.) blijft essentieel.
Relevante uitspraken en vergelijkbare situaties
Hieronder staan echt inhoudelijk verwante bronnen/uitspraken (zorgplicht/overkreditering/toetsrente/rol tussenpersoon):
Kifid Geschillencommissie 2025-0619 (31 juli 2025) – eerdere instantie in dezelfde zaak (afwijzing; discussie toetsrente/maatwerk).
Kifid CvB 2019-015 (6 mei 2019) – overkreditering/toetsrente en acceptatienormen (relevant omdat de CvB in 2026-0008 hier ook naar verwijst).
HR 16 juni 2017, ECLI:NL:HR:2017:1107 – bijzondere zorgplicht bank en waken tegen overkreditering (ook vóór latere specifieke regelgeving).
HR 14 december 2018, ECLI:NL:HR:2018:2298 – zorgplicht geldt óók met tussenpersoon; bank mag niet zonder meer afgaan op aangeleverde gegevens.
Kifid 2021-0027 (bindend) – gebruikt HR 2017:1107 bij overkreditering/zorgplicht in hypotheekcontext (handig als extra Kifid-lijn).
Impact voor financieel adviseurs
“Normatief toetsen” wint het van “het ging toch goed?”
De CvB maakt helder dat je bij overkreditering niet wegkomt met: “de maandlasten waren destijds betaalbaar”. Het gaat om toetsing aan de destijds geldende normen (zelfregulering + acceptatiebeleid) en de vraag of de klant bij correcte toetsing überhaupt deze lening had kunnen krijgen.
Praktisch gevolg voor adviseurs:
“Maatwerk” is geen vrijbrief – en kan juist een risico-label worden
Adviseurs gebruiken “maatwerk” soms als synoniem voor: “we hebben iets creatiefs gedaan”. Deze uitspraak maakt dat gevaarlijk: als het feitelijk** betreft, kan “maatwerk” zonder inhoudelijke onderbouwing juist tegen je werken (want het suggereert normafwijking).
Dossiervorming: bewijs dat je de klant hebt beschermd
De CvB koppelt overkreditering direct aan de plicht om te waarschuwen voor risico’s. Voor adviseurs betekent dit:
Bron: Kifid
Fintool
info@fintool.nl
085 111 89 99