MijnFintool

Nieuws

Uitspraak CvB Kifid: Overkreditering door bank gegrond verklaard

In Kifid Commissie van Beroep (CvB) 2026-0008 (21 januari 2026) staat een klassiek thema centraal: overkreditering bij hypotheekverstrekking en de vraag welke norm je gebruikt om te bepalen of een hypotheek “verantwoord” was. De consument vond dat de bank in 2005 had moeten toetsen met een minimale toetsrente van 6% en niet met de (lage) aangeboden rente van 3,7%, waardoor hij volgens hem te veel heeft kunnen lenen. De Geschillencommissie wees de klacht af, maar in beroep krijgt de consument (grotendeels) gelijk.

Feiten van de zaak

De kernfeiten (kort en praktisch):

  • September 2005: consument vraagt via een hypotheekadviseur een hypotheek aan. Op het aanvraagformulier staat handgeschreven: “bijgevoegd toetsingsformulier o.b.v. maatwerk!!” en bij overige verplichtingen: “N.V.T.”
  • 8 september 2005: bank biedt een hypotheekofferte aan van € 213.000 met 3,7% rente en 6 jaar rentevast. In de offerte staat ook: de GHF is van toepassing én: “deze offerte betreft maatwerk …”
  • Consument tekent; de hypotheek komt tot stand. Later klaagt hij: overkreditering en vraagt zelfs kwijtschelding totale schuld (primair).

Juridische vraag

De centrale vraag is tweeledig:

  1. Moest de bank in 2005 de leencapaciteit toetsen volgens de (zelfregulerende) normen van de GHF 2003 en haar eigen acceptatienormen (incl. minimale toetsrente 6%)?
  2. En zo ja: wat is de juiste schadeafwikkeling als daardoor overkreditering is ontstaan?

Uitspraak van CvB Kifid: wat beslist en waarom?

Beroep gegrond: toetsingskader was (te) “betaalbaarheids-gericht”

De consument klaagde in beroep dat de Geschillencommissie vooral keek of de feitelijke maandlasten betaalbaar waren. De CvB maakt duidelijk: het gaat juist om de vraag of de lening binnen de normatieve leencapaciteit viel (toetsen volgens normen), niet achteraf of het “toevallig is goed gegaan”.

Zorgplicht bank: ook in 2005 al onderzoek- en waarschuwingsplicht

Er was in 2005 nog geen specifieke wettelijke overkrediteringsregeling voor hypotheken, maar de zorgplicht bracht wel mee dat de bank inkomen/vermogen moest uitvragen en bij risico op onverantwoord lenen moest waarschuwen.
Belangrijk: de bank blijft zélf verantwoordelijk; aanwezigheid van een tussenpersoon ontslaat niet van die plicht (de CvB verwijst daarbij naar HR-jurisprudentie).

GHF 2003 wél van toepassing; “maatwerk”-label is niet genoeg

De bank verdedigde zich met: dit was een maatwerkhypotheek, dus de GHF-normen hoefden niet te gelden. De CvB gaat daar niet in mee:

  • De GHF 2003 geldt (op grond van art. 2) voor elke hypothecaire financiering die als standaardproduct aan consumenten openbaar wordt aangeboden/verstrekt.
  • “Maatwerk” is in de begrippenlijst niet uitgewerkt; en uit de toelichting volgt eerder dat “maatwerk” ziet op niet-standaard situaties (zoals winkelpand/kantoorgebouw, praktijkfinanciering arts).
  • Hier ging het om een consument in loondienst met een reguliere eigen-woning-hypotheek (SNS-producten). Dus: juist het type lening waarvoor de GHF is geschreven.
  • Conclusie: alleen “maatwerk” in de offerte zetten is onvoldoende; er moet een inhoudelijke rechtvaardiging zijn, die de bank niet gaf.

Overkreditering vastgesteld: € 71.000 te veel

De CvB combineert twee normlagen:

  • GHF 2003: leencapaciteit bepalen op basis van ten minste de lasten van een 30-jarige annuïtaire lening, ook als de werkelijke lasten anders zijn (bijv. aflossingsvrij).
  • Interne acceptatienormen bank (2005): bij rentevast ≥ 5 jaar mocht wel de offerte-rente worden gebruikt, maar met minimum 6%.

Toegepast op het inkomen van consument leidde dat tot max. circa € 142.000 leencapaciteit. Omdat feitelijk € 213.000 is verstrekt, is sprake van overkreditering van € 71.000. De bank had moeten waarschuwen; dat gebeurde niet → zorgplichtschending.

Schade: rente terug (verleden) + rentevrij (toekomst) over het teveel

De CvB wijst niet alles toe (geen kwijtschelding hoofdsom), maar wel substantieel:

  • Bank moet de rente terugbetalen die consument sinds oktober 2005 tot “heden” heeft betaald over € 71.000, plus wettelijke rente daarover.
  • Bank moet bepalen dat consument vanaf heden geen rente meer betaalt over die € 71.000 (rentevrijstelling toekomst).
  • Extra schade wegens “niet kunnen overstappen” / “te hoge rente t.o.v. markt” wijst de CvB af omdat onvoldoende is onderbouwd dat dit méér is dan € 6.500 die al was betaald.
  • Kwijtschelding van de (rest)schuld over € 71.000 wijst de CvB af (o.a. geen aanwijzingen dat woningwaarde tekortschiet).

Slotsom: uitspraak Geschillencommissie wordt vernietigd; beroep is gegrond

Praktische tips

  1. Documenteer “maatwerk” inhoudelijk, of gebruik het label niet.
    Als je (bank/adviseur) afwijkt van standaardnormen, leg dan vast waarom dit uitzonderlijk is (type object/ondernemersfinanciering/afwijkend risicoprofiel) en hoe dat past binnen het normenkader. Een losse offerte-zin is aantoonbaar kwetsbaar.

  2. Toets altijd met de juiste toetsrente en onderliggende normlaag (GHF/acceptatiebeleid).
    In deze zaak was het verschil tussen 3,7% en minimum 6% beslissend. Zorg dat in het dossier duidelijk staat met welke toetsrente is gerekend en waarom (incl. eventuele minimum-toets).

  3. Verifieer cruciale klantgegevens óók als er een intermediair tussen zit.
    De CvB (in lijn met HR) onderstreept dat de bank niet blind op intermediair-informatie mag varen. Voor de praktijk: “bewijsbaar plausibel” dossier (loonstroken, werkgeversverklaring, vaste lasten, etc.) blijft essentieel.

Relevante uitspraken en vergelijkbare situaties

Hieronder staan echt inhoudelijk verwante bronnen/uitspraken (zorgplicht/overkreditering/toetsrente/rol tussenpersoon):

Impact voor financieel adviseurs

“Normatief toetsen” wint het van “het ging toch goed?”

De CvB maakt helder dat je bij overkreditering niet wegkomt met: “de maandlasten waren destijds betaalbaar”. Het gaat om toetsing aan de destijds geldende normen (zelfregulering + acceptatiebeleid) en de vraag of de klant bij correcte toetsing überhaupt deze lening had kunnen krijgen.

Praktisch gevolg voor adviseurs:

  • Als je in dossiers (zeker oudere) ziet dat er is gerekend met een lage rente zonder minimum-toets, is dat een risicosignaal.
  • In klantgesprekken over oversluiten/klachten: het gesprek gaat vaak niet over “betaalbaarheid”, maar over “had dit zo verstrekt mogen worden?”.

“Maatwerk” is geen vrijbrief – en kan juist een risico-label worden

Adviseurs gebruiken “maatwerk” soms als synoniem voor: “we hebben iets creatiefs gedaan”. Deze uitspraak maakt dat gevaarlijk: als het feitelijk** betreft, kan “maatwerk” zonder inhoudelijke onderbouwing juist tegen je werken (want het suggereert normafwijking).

Dossiervorming: bewijs dat je de klant hebt beschermd

De CvB koppelt overkreditering direct aan de plicht om te waarschuwen voor risico’s. Voor adviseurs betekent dit:

  • Leg vast welke scenario’s zijn besproken (renteherziening, inkomensdaling, life-events).
  • Leg vast waarom een hogere lening tóch verantwoord was (als dat zo is) én op welke normgrond (en niet alleen “klant wilde het”).

Bron: Kifid

Modules & dossiers

Opvoerdatum

30 jan 2026

Laatst gewijzigd

30 jan 2026

Reacties

Er zijn (nog) geen reacties op dit artikel

Graag eerst inloggen om deze pagina te bekijken.

Permanent Actueel met Fintool?

Als professioneel financieel adviseur moet en wilt u bijblijven en dat het liefst in zo weinig mogelijk (kostbare) tijd. Dat kan nu met Fintool.nl! Meld u nu aan als abonnee en krijg toegang tot de Kennisbank, Rekenmodellen en Helpdesk.
Lees verder

Fintool bv © 2003/2025. Alle rechten voorbehouden.
Lees graag de leveringsvoorwaarden en het privacy reglement.

1
1