Stel, een belegger wil twee jaar eerder stoppen met werken. Hij denkt voldoende te hebben aan de koopkracht van zijn huidige salaris en houdt rekening met een inflatie van 2,5%. Hij belegt jaarlijks 12% van zijn huidige brutoloon via de levensloopregeling. Als we rekenen met een rendement van 8% op zijn beleggingen, dan duurt het 12,5 jaar voordat hij zijn doel heeft bereikt. Hij moet dus een half jaar na zijn 50ste met beleggen beginnen.
Stel dat Bos’ voorgestelde beperking van de levensloopregeling onderdeel wordt van het volgende kabinetsbeleid. Dezelfde belegger besluit om jaarlijks 12% van zijn huidige netto-inkomen te gebruiken. Hij gaat het vermogen via dezelfde beleggingen in box 3 opbouwen. Aangezien het geld fiscaal onbelast kan worden opgenomen, moet de pot met geld in box 3 op zijn 63ste groot genoeg zijn om 2 jaar lang het huidige nettosalaris te kunnen opbrengen - natuurlijk ook hier rekening houdend met inflatie.
Het grote verschil ten opzichte van beleggen via levensloop zit 'm dan in de jaarlijkse vermogensrendementsheffing ter grootte van 1,2%. Zijn beleggingsrendement is ruwweg gelijk aan 8 minus 1,2%, ofwel 6,8%. Hoe lang duurt het dan tot zijn doelstelling is gerealiseerd? Het antwoord is 13,5 jaar! Ofwel, hij moet een half jaar voor zijn 50ste beginnen. Dat lijken geen verschillen die veel slapeloze nachten zullen opleveren.
In deze analyse is geen rekening gehouden met de heffingskorting, de aftrekbare (hypotheek)kosten en de aftrek tegen het marginale tarief en belasting tegen het gemiddelde tarief. Duidelijk is echter dat de effecten van fiscale aftrekmogelijkheden minder groot zijn dan vaak wordt verondersteld. Vaak zijn andere factoren voor het behalen van het doel veel belangrijker. In dit geval, het rendement op de beleggingen.
Bron: Het Financieele Dagblad
Fintool
info@fintool.nl
085 111 89 99