Het College Deskundigheid Financiële Dienstverlening (CDFD) wil vanaf 1 april 2027 niet alleen actuele ontwikkelingen toetsen in de PE- en Bijzondere examens, maar ook onderwerpen waarvan blijkt dat financieel adviseurs deze onvoldoende beheersen. Opvallend voor hypotheekadviseurs is dat de complexiteit van de eigenwoningregeling expliciet als zo'n aanvullend onderwerp wordt genoemd.
Het is de eerste keer dat het CDFD adviseert om naast nieuwe ontwikkelingen ook bestaande kennis opnieuw in de PE-examens op te nemen vanwege een mogelijk kennishiaat. Naast de eigenwoningregeling gaat het om de arbeidsongeschiktheidsverzekering voor ondernemers en de bedrijfsschadeverzekering.
Waarom de eigenwoningregeling?
De aanleiding is volgens het CDFD concreet. Uit resultaten van de initiële Wft-examens blijkt dat vragen over deze onderwerpen relatief vaak fout worden beantwoord. Dat geldt niet alleen voor kandidaten die zakken: ook kandidaten die het examen als geheel halen, beantwoorden deze vragen regelmatig onjuist. Het CDFD leidt daaruit af dat een deel van de adviseurs de materie slechts beperkt of onvoldoende beheerst.
Dat is relevant voor de adviespraktijk. Een fout bij de toepassing van de eigenwoningregeling kan langdurige fiscale gevolgen hebben voor de klant. Denk bijvoorbeeld aan een leningdeel dat niet of slechts gedeeltelijk als eigenwoningschuld kwalificeert, een verkeerd toegepaste aflossingsstand of fiscale gevolgen die pas aan het licht komen wanneer partners uit elkaar gaan.
Het CDFD stelt daarom dat opname in het PE-examen gerechtvaardigd is wanneer een onderwerp binnen de Wft-module past, objectief relevant is voor het klantbelang én kan worden onderbouwd dat de kennis bij adviseurs onvoldoende aanwezig is.
Vooral partners met een eigenwoningverleden vragen aandacht
Volgens de toelichting op het CDFD-advies zal bij de eigenwoningregeling onder meer aandacht zijn voor situaties waarin partners een verschillend eigenwoningverleden hebben, de fiscale gevolgen van een relatiebreuk en het voortzetten van een aflossingsstand. Van kandidaten wordt verwacht dat zij de regels niet alleen kennen, maar deze ook correct kunnen toepassen in praktijksituaties.
Juist die combinatie maakt de eigenwoningregeling complex. Bij partners kunnen bijvoorbeeld meerdere fiscale grootheden naast elkaar spelen: een eigenwoningreserve, een resterende aflossingsstand, een bestaande eigenwoningschuld onder het overgangsrecht en een nieuwe eigenwoningschuld. Vervolgens moet worden bepaald welk deel van de financiering bij welke partner fiscaal thuishoort en aan welke aflossings- en renteaftrekvoorwaarden dat leningdeel moet voldoen.
Dat is bovendien geen theoretische exercitie. De uitkomst kan bepalend zijn voor de omvang van de renteaftrek en voor de leningstructuur die in het hypotheekadvies wordt vastgelegd.
Relatiebreuk maakt een eerdere keuze opnieuw relevant
Ook relatiebeëindiging wordt expliciet genoemd. Dat is begrijpelijk: bij verkoop van de gezamenlijke woning of uitkoop van een partner moet opnieuw worden vastgesteld wat er fiscaal met de bestaande eigenwoningschulden gebeurt.
Een financieringsstructuur die bij aankoop correct is opgezet, moet daarom ook bij een latere scheiding kunnen worden herleid. Welke schuld hoorde bij welke partner? Welke resterende looptijd geldt? Is sprake van een aflossingsstand en bij wie behoort die? En welke gevolgen ontstaan voor een nieuwe eigen woning?
Fintool heeft aan deze onderwerpen de afgelopen periode al uitgebreid aandacht besteed. De keuze van het CDFD sluit daarmee aan bij vraagstukken die in de dagelijkse hypotheekpraktijk aantoonbaar relevant zijn.
Geen extra examenvragen
Het opnemen van aanvullende onderwerpen betekent volgens het CDFD niet dat het PE-examen zwaarder of langer wordt. Het aantal examenvragen blijft gelijk. Het college wil met de wijziging vooral bereiken dat de examens relevanter en praktijkgerichter worden. Adviseurs die de materie al voldoende beheersen, zouden daarom geen extra voorbereiding nodig moeten hebben.
De systematiek verandert daarmee echter wel op een belangrijk punt. Tot nu toe lag bij de jaarlijkse actualisatie vooral de nadruk op nieuwe wetgeving, beleid, jurisprudentie en andere recente ontwikkelingen. Vanaf 2027 kan ook bestaande materie opnieuw in een PE-examen verschijnen wanneer uit examenresultaten of externe publicaties blijkt dat daarin een relevant kennistekort bestaat.
Dat maakt permanente educatie feitelijk breder: niet alleen wat is er veranderd?, maar ook welke essentiële kennis blijkt in de praktijk onvoldoende te worden beheerst?
Advies is nog geen definitieve exameninhoud
Van belang is dat het CDFD-document een advies aan de minister van Financiën betreft. De voorgestelde exameninhoud vanaf 1 april 2027 is daarmee nog niet definitief. Het CDFD adviseert daarnaast twee toetstermen te laten vervallen en negen toetstermen aan te passen. Die aanpassingen moeten onder meer zorgen voor verduidelijking en een betere aansluiting bij de adviespraktijk.
Voor hypotheekadviseurs is het signaal ondertussen helder: kennis van de eigenwoningregeling blijft niet beperkt tot oude examenstof. Met name een verschillend eigenwoningverleden van partners, de aflossingsstand en de gevolgen van relatiebeëindiging verdienen blijvende aandacht.
De hieronder vermelde Fintool-artikelen laten zien dat de drie door het CDFD uitgelichte onderdelen al nadrukkelijk in de Fintool Kennisbank zijn behandeld.
Bron: CDFD
Fintool
info@fintool.nl
085 111 89 99