Per 1 oktober 2026 geldt een herziene Code rechtstreeks verzekerde regelingen. De aanpassing houdt verband met de Wet toekomst pensioenen (Wtp). De Code is in lijn gebracht met het nieuwe pensioenstelsel en bevat onder meer wijzigingen vanwege de nieuwe soorten pensioenovereenkomsten en de klachtenregeling.
De minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid heeft de gewijzigde Code op 21 september 2026 goedgekeurd. Het besluit en de herziene Code zijn op 30 september 2026 gepubliceerd in de Staatscourant. De nieuwe versie is op 1 oktober 2026 in werking getreden.
Wat is de Code rechtstreeks verzekerde regelingen?
De Code is opgesteld door het Verbond van Verzekeraars en de Stichting van de Arbeid en geeft nadere invulling aan goed pensioenbestuur bij pensioenregelingen die rechtstreeks bij een verzekeraar zijn ondergebracht. De Code bestaat al sinds 1 juli 2014 en werd eerder, na een evaluatie, per 1 februari 2019 aangepast. De herziening van 2026 is specifiek ingegeven door de invoering van de Wtp. De Code vormt een aanvulling op wet- en regelgeving en bestaande zelfregulering, zoals de Gedragscode Verzekeraars en de Governance Principes. Het gaat dus niet om een afzonderlijke pensioenregeling, maar om aanvullende normen voor de wijze waarop werkgevers en verzekeraars met rechtstreeks verzekerde pensioenregelingen omgaan.
Waarom was aanpassing nodig?
Sinds de invoering van de Wtp zijn de mogelijke pensioencontracten veranderd. De herziene Code houdt daarom expliciet rekening met onder meer:
Daarmee sluit de terminologie van de Code weer aan op de Pensioenwet zoals deze na invoering van de Wtp luidt.
Voor rechtstreeks verzekerde regelingen is dat relevant omdat de taakverdeling anders is dan bij een pensioenfonds. De inhoud van de pensioenregeling wordt in belangrijke mate bepaald door de arbeidsvoorwaardelijke afspraken tussen werkgever en werknemers. In de uitvoeringsovereenkomst wordt vervolgens vastgelegd hoe de verzekeraar die regeling uitvoert. De verzekeraar heeft daardoor niet dezelfde beleidsruimte als een pensioenfonds.
Verplichtingen voor werkgever en verzekeraar
De Code bevat aanvullende verplichtingen op vijf terreinen:
1. Toeslagverlening
Wanneer de werkgever tijdens de looptijd invloed kan uitoefenen op bijvoorbeeld depotvorming, beleggingen in verband met winstdeling of andere resultaten van de pensioenverzekering, moet hierover verantwoording worden afgelegd.
De verzekeraar moet de werkgever jaarlijks inzicht geven in relevante behaalde resultaten. De werkgever informeert daarover vervolgens onder meer de ondernemingsraad en, indien aanwezig en van toepassing, de vereniging van pensioengerechtigden.
2. Informatie en communicatie
De verzekeraar moet de werkgever informeren over wijzigingen in wet- en regelgeving die gevolgen hebben voor de pensioen- of uitvoeringsovereenkomst. De werkgever heeft vervolgens een rol bij het informeren van de ondernemingsraad en de vereniging van pensioengerechtigden.
Dit punt is in de huidige Wtp-transitie extra relevant. Werkgevers die hun pensioenregeling nog moeten aanpassen, kunnen zich niet beperken tot overleg met de verzekeraar: ook de interne besluitvorming en communicatie verdienen aandacht.
3. Advies en zeggenschap
De vereniging van pensioengerechtigden moet in de in de Code genoemde gevallen gelegenheid krijgen om te adviseren over de uitvoeringsovereenkomst.
Daarnaast moet de werkgever advies inwinnen over het niveau van de serviceverlening dat met een verzekeraar wordt afgesproken. Wordt een advies niet of niet volledig gevolgd, dan moet het besluit worden gemotiveerd.
4. Intern toezicht
Ook het interne toezicht bij de verzekeraar krijgt aandacht. Het interne toezicht moet kritisch kijken naar het functioneren van bestuur en directie voor zover dat betrekking heeft op rechtstreeks verzekerde regelingen. De betreffende rapportage moet bovendien kosteloos opvraagbaar zijn.
5. Klachtenregeling
De klachtenregeling is als gevolg van de Wtp nadrukkelijker in de Code verwerkt.
Een verzekeraar moet beschikken over een laagdrempelige en oplossingsgerichte interne klachtenregeling. De Code maakt deze niet alleen toegankelijk voor de wettelijk genoemde deelnemers en pensioengerechtigden, maar ook voor werkgevers, ondernemingsraden en verenigingen van pensioengerechtigden. De werkgever moet via de uitvoeringsovereenkomst over deze klachtenregeling worden geïnformeerd. Deelnemers moeten via het pensioenreglement op de regeling worden gewezen. Klachten moeten helder, begrijpelijk en binnen een redelijke termijn worden behandeld. Voor individuele geschillen met een pensioenverzekeraar kunnen deelnemers na het doorlopen van de interne klachtenprocedure terecht bij Kifid.
Niet alle bepalingen gelden voor iedere contractvorm
Bij de toepassing van de Code is van belang dat een aantal bepalingen niet relevant is voor regelingen waarbij geen pensioen direct in rentevorm wordt opgebouwd. De Code noemt onder meer kapitaalovereenkomsten, beschikbare premieregelingen op basis van beleggingen of gegarandeerd kapitaal, flexibele premieovereenkomsten en premie-uitkeringsovereenkomsten. Voor deze contractvormen zijn verschillende bepalingen over toeslagverlening en het hoorrecht van gepensioneerden niet of minder relevant. Dat hangt samen met het karakter van deze regelingen: de deelnemer kan op de pensioendatum in bepaalde situaties zelf de uitvoerder van de pensioenuitkering selecteren en vervolgens afspraken maken over de uitkeringsfase.
Aandachtspunt voor pensioenadviseurs
Voor adviseurs is de gewijzigde Code vooral een nuttige checklist naast de Pensioenwet en de Wtp-transitieregels. Bij de aanpassing of verlenging van een rechtstreeks verzekerde pensioenregeling is het verstandig niet uitsluitend te kijken naar premiepercentages, compensatie en de gekozen contractvorm. Ook vragen rond governance moeten worden meegenomen:
De Wtp-transitie is daarmee niet alleen een arbeidsvoorwaardelijk en fiscaal traject. Ook de uitvoering, zeggenschap, informatievoorziening en klachtenafhandeling moeten aansluiten op het nieuwe stelsel.
Conclusie
De herziening van de Code rechtstreeks verzekerde regelingen per 1 oktober 2026 brengt de governanceafspraken voor verzekerde pensioenregelingen in lijn met de Wtp. De aanpassingen zijn op onderdelen technisch, maar voor werkgevers, verzekeraars en pensioenadviseurs praktisch relevant. Vooral bij lopende Wtp-transities verdient het aanbeveling om naast de pensioenovereenkomst en uitvoeringsovereenkomst ook de verplichtingen uit de herziene Code langs te lopen.
Bron: Staatscourant 2026, nr. 34368, gepubliceerd 30 september 2026.
Fintool
info@fintool.nl
085 111 89 99