De staatssecretaris van Financiën ziet geen aanleiding om de per 31 maart 2026 vervallen herstelregeling voor een te hoge lijfrentepremie of -inleg opnieuw in te voeren. Ook de oude regeling voor een foutieve overboeking naar een lijfrenterekening keert niet in haar oorspronkelijke vorm terug. Voor dat laatste probleem wordt echter nog wel onderzocht of een nieuwe, veel beperktere goedkeuring mogelijk is bij evidente vergissingen met rekeningnummers. Dat blijkt uit de antwoorden op Kamervragen van het lid Oosterhuis (D66) van 24 september 2026.
Daarmee komt nadere duidelijkheid over een wijziging waar Fintool in april al aandacht aan besteedde. In het Verzamelbesluit lijfrenten en andere periodieke uitkeringen van 31 maart 2026 zijn twee voor de adviespraktijk belangrijke goedkeuringen vervallen: onderdeel 2.4 voor herstel van een foutieve overboeking naar een lijfrenterekening of lijfrentebeleggingsrecht en onderdeel 2.5 voor geruisloze terugstorting van een te hoge premie of inleg.
Waarom is de herstelmogelijkheid geschrapt?
Onderdeel 2.4 dateerde uit de periode waarin bancaire lijfrenteproducten relatief nieuw waren. Financiële instellingen konden destijds onvoldoende voorkomen dat een klant bijvoorbeeld geld dat voor een gewone spaarrekening was bedoeld, per ongeluk naar de geblokkeerde lijfrenterekening overmaakte.
Volgens de staatssecretaris veranderde het gebruik van de goedkeuring in de loop der jaren. Verzoeken betroffen steeds vaker betalingen die al langer geleden waren gedaan. Omdat het beleid nauwelijks beperkingen kende, kreeg de regeling volgens hem kenmerken van een spijtoptantenregeling. Daarnaast waren er signalen dat stortingen vóór de jaarwisseling en terugbetalingen daarna gebruikt konden worden om vermogen tijdelijk buiten box 3 te brengen. Inmiddels hebben verschillende financiële instellingen hun geblokkeerde rekeningen bovendien verder afgeschermd, waardoor een onbedoelde storting moeilijker moet worden.
Voor onderdeel 2.5 speelt iets anders. De wet bevat al een beperkte saldomethode voor premies en inleg die niet in aftrek zijn gebracht. Tot € 2.269 per kalenderjaar kan daarmee worden voorkomen dat later ook dit reeds uit netto-inkomen gefinancierde bedrag opnieuw wordt belast. Daarnaast zijn met de Wet toekomst pensioenen de jaar- en reserveringsruimte aanzienlijk verruimd. Volgens de staatssecretaris is daardoor minder snel sprake van een storting boven de beschikbare aftrekruimte.
Hoe vaak ging het eigenlijk mis?
De cijfers geven enige schaal aan de problematiek. In 2025 ontving de Belastingdienst in totaal 582 verzoeken voor een foutieve overboeking die pas na drie maanden werd hersteld en voor geruisloze terugstorting van een te hoge premie of inleg. In datzelfde jaar werden 657.694 overboekingen naar lijfrenteproducten aangegeven.
Het aantal foutieve overboekingen dat binnen drie maanden rechtstreeks door een financiële instelling werd hersteld, is daarin niet opgenomen; daarvan beschikt de Belastingdienst niet over gegevens. Sinds het vervallen van de goedkeuringen waren ten tijde van de beantwoording 48 verzoeken ontvangen.
Geen overgangsrecht en weinig ruimte via de hardheidsclausule
Voor bestaande gevallen is geen afzonderlijk overgangsrecht getroffen. Volgens de staatssecretaris biedt de wettelijke beperkte saldomethode in beginsel voldoende verzachting voor niet-afgetrokken premies en inleg.
Ook een beroep op de hardheidsclausule biedt volgens de beantwoording geen oplossing. De fiscale gevolgen van het niet langer voldoen aan de voorwaarden voor een lijfrente zijn door de wetgever voorzien. Er kan evenmin bezwaar worden gemaakt tegen de beleidswijziging zelf of tegen het enkele feit dat een foutieve storting is gedaan. Tegen een aanslag waarin een (fictieve) afkoop is verwerkt staat uiteraard wel bezwaar open.
De interne beslisnota formuleert de consequentie scherp: zonder de voormalige goedkeuringen kan een terugstorting leiden tot behandeling als afkoop van het lijfrenteproduct. In die nota wordt een gecombineerde belasting- en revisierentedruk van maximaal 69,5% genoemd.
Toch een opening voor een echte vergissing
Voor adviseurs is vooral het antwoord over onderdeel 2.4 van belang. De staatssecretaris wil de oude, ruime goedkeuring niet herstellen, maar is wel bereid te onderzoeken of een nieuwe goedkeuring mogelijk is voor overboekingen naar verkeerde rekeningnummers.
Aan zo'n regeling zouden strikte voorwaarden worden verbonden. Daarbij vindt de staatssecretaris het noodzakelijk dat financiële instellingen adequate maatregelen treffen om abusievelijke overboekingen zoveel mogelijk te voorkomen. De interne nota bevestigt dat deze verkenning onderdeel is van de gekozen beleidslijn.
Dat nuanceert de conclusie dat de "herstelmogelijkheid niet terugkomt": onderdeel 2.5 lijkt definitief verleden tijd en onderdeel 2.4 komt niet in zijn oude vorm terug, maar voor aantoonbare overboekingsfouten staat de deur nog op een kier. De oude regelingen worden niet opnieuw ingevoerd, terwijl voor evidente vergissingen een beperktere tegemoetkoming wordt onderzocht.
Gevolgen voor de adviespraktijk
Voorlopig kan een adviseur er dus niet van uitgaan dat een verkeerd of te hoog gestort bedrag fiscaal geruisloos kan worden teruggehaald. Juist vóór de storting moet daarom worden gecontroleerd hoeveel jaar- en reserveringsruimte beschikbaar is en naar welk rekeningnummer wordt overgeboekt.
Ontdekt een klant toch een fout, dan is het verstandig eerst de precieze feiten vast te leggen: datum en bedrag van de storting, beschikbare aftrekruimte, oorzaak van de fout, type lijfrenteproduct en de handelwijze van aanbieder of tussenpersoon. Een terugbetaling moet niet zonder meer worden uitgevoerd zolang niet duidelijk is wat daarvan de fiscale kwalificatie is.
Daarnaast blijft onderdeel 2.2 van het huidige verzamelbesluit relevant. Voor een in de overeenkomst opgenomen mogelijkheid tot opzegging of ontbinding gedurende maximaal 30 dagen bestaat onder voorwaarden nog wel goedkeurend beleid. Dat is echter een andere situatie dan het simpelweg terughalen van een te hoge of verkeerd geboekte storting.
Bron: Rijksoverheid
Fintool
info@fintool.nl
085 111 89 99