MijnFintool

Nieuws

Papieren schenking: ongespecificeerde rentebetaling niet automatisch pro rata toerekenen

Een papieren schenking kan fiscaal aantrekkelijk zijn, maar blijft gevoelig voor uitvoering. De hoofdregel is bekend: bij een schuldigerkenning uit vrijgevigheid moet de schenker jaarlijks daadwerkelijk ten minste 6% rente betalen. Gebeurt dat niet, dan kan artikel 10 Successiewet 1956 ertoe leiden dat de schenking bij overlijden alsnog als fictieve verkrijging in de erfbelasting wordt betrokken.

Het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden heeft op 4 augustus 2026 drie samenhangende uitspraken gedaan over de vraag hoe een ongespecificeerde rentebetaling moet worden toegerekend bij meerdere papieren schenkingen. In alle zaken had erflater in 2019 en 2020 telkens € 100.000 op papier geschonken. In beide notariële akten was vastgelegd dat jaarlijks achteraf 6% rente moest worden betaald.

De feitelijke betalingen waren beperkt. Op 2 december 2020 werd € 7.000 overgemaakt onder de omschrijving “Rente leningen”. Na overlijden volgde op 17 november 2021 nog € 10.389 met de omschrijving “Rente 2021 schuldigerkenningen”. In 2023 werd nog € 1.300 nabetaald. Volgens de inspecteur waren de rentebetalingen onvoldoende gespecificeerd. Daarom rekende hij de betaling van € 7.000 evenredig toe aan de schuldigerkenningen uit 2019 en 2020. Gevolg: beide schenkingen zouden voor de erfbelasting volledig onder artikel 10 SW vallen.

Het Hof volgt die benadering niet. Volgens het Hof moet artikel 10 SW per vermogensbestanddeel worden beoordeeld: per schuldigerkenning moet worden bekeken of voldoende en tijdig rente is betaald. Als bij meerdere schuldigerkenningen een rentebetaling niet is gespecificeerd en het betaalde bedrag lager is dan de totale verschuldigde rente, moet de betaling worden toegerekend aan de afzonderlijke schuldigerkenningen. Daarbij grijpt het Hof aan bij artikel 6:43 lid 2 BW: de betaling wordt eerst zoveel mogelijk toegerekend aan de oudste verbintenis. In deze zaak was dat de schuldigerkenning uit 2019.

Dat oordeel is praktisch van belang. De inspecteur stelde dat uit het betalingskenmerk exact moest blijken op welke rentetermijn of schuldigerkenning de betaling zag. Het Hof vindt dat te streng. Ook uit de totstandkomingsgeschiedenis van artikel 10 SW volgt volgens het Hof niet dat de betalingsomschrijving volledig gespecificeerd moet zijn.

Voor de schenking op papier uit 2019 pakt dit gunstig uit. De betaling van € 7.000 wordt eerst toegerekend aan de rente op de oudste schuldigerkenning. Daardoor zijn de rente over de korte periode in 2019, de inhaalrente en de rente over 2020 voldaan. De betaling van € 10.389 na overlijden wordt vervolgens eveneens eerst toegerekend aan de oudste verbintenis, zodat ook de rente over 2021 voor de schuldigerkenning 2019 tijdig is ingehaald.

Voor de schuldigerkenning uit 2020 loopt het anders af. Na toerekening aan de oudste schuldigerkenning resteert van de betaling uit 2020 slechts € 860,60 voor de rente over de tweede schuldigerkenning, terwijl over de periode 21 oktober 2020 tot en met 31 december 2020 € 1.180,33 verschuldigd was. Ook bleef volgens het Hof over 2021 nog € 32,92 te weinig betaald. De nabetaling van € 1.300 in 2023 kwam te laat om dit gebrek te herstellen.

Het beleidsbesluit van 18 oktober 2016 blijft daarbij bepalend. Daarin staat dat alle al verstreken rentetermijnen op het moment van overlijden moeten zijn betaald. Voor de op het moment van overlijden nog lopende rentetermijn kan betaling of verrekening na overlijden nog meetellen, maar alleen als de rentetermijn maximaal één jaar is. Voor te laat betaalde rente vóór overlijden is daarnaast samengestelde rente verschuldigd.

De uitkomst is dus genuanceerd. Het Hof bevestigt de uitspraak van de rechtbank: de inspecteur mocht niet beide papieren schenkingen volledig als fictieve verkrijging aanmerken. Tegelijkertijd slaagt het incidentele hoger beroep van de belanghebbenden niet volledig, omdat de rente op de tweede schuldigerkenning niet volledig en tijdig is voldaan. De rechtbankuitspraak blijft in stand.

Praktijkbelang
Voor de adviespraktijk bevestigt deze uitspraak dat papieren schenkingen nog steeds nauwkeurig administratief onderhoud vragen. Jaarlijks betalen blijft noodzakelijk. Een postume betaling kan alleen uitkomst bieden voor de lopende rentetermijn, niet voor oude achterstanden. Tegelijkertijd biedt het Hof enige ruimte: een betalingsomschrijving hoeft niet tot op de euro te specificeren op welke schuldigerkenning of rentetermijn de betaling ziet. Bij meerdere schulden kan toerekening aan de oudste verbintenis doorslaggevend zijn.

Het blijft daarom verstandig om bij papieren schenkingen niet alleen de notariële akte goed vast te leggen, maar ook jaarlijks tijdig te betalen, bedragen exact te berekenen en in de omschrijving duidelijk te vermelden waarop de betaling betrekking heeft. Dat voorkomt discussie, ook al stelt het Hof nu paal en perk aan een te formele benadering van de inspecteur.

Bron: Rechtspraak

Trefwoorden

papieren schenking; schuldigerkenning; erfbelasting; artikel 10 Successiewet; 6%-rente

Modules & dossiers

Opvoerdatum

07 sep 2026

Laatst gewijzigd

09 sep 2026

Reacties

Er zijn (nog) geen reacties op dit artikel

Graag eerst inloggen om deze pagina te bekijken.

Permanent Actueel met Fintool?

Als professioneel financieel adviseur moet en wilt u bijblijven en dat het liefst in zo weinig mogelijk (kostbare) tijd. Dat kan nu met Fintool.nl! Meld u nu aan als abonnee en krijg toegang tot de Kennisbank, Rekenmodellen en Helpdesk.
Lees verder

Fintool bv © 2003/2026. Alle rechten voorbehouden.
Lees graag de leveringsvoorwaarden en het privacy reglement.

1
1