MijnFintool

Nieuws

Geactualiseerd Box 3-besluit: banktegoeden, tegenbewijs en vruchtgebruik

De Staatssecretaris van Financiën heeft het Box 3-besluit geactualiseerd. Het nieuwe besluit van 4 september 2026, nr. 2026-2613, vervangt het besluit van 7 mei 2024 en verwerkt onder meer de Wet tegenbewijsregeling box 3. Daarmee maakt het beleidsbesluit nu expliciet onderscheid tussen situaties waarin het forfaitaire rendement geldt en situaties waarin de belastingplichtige met tegenbewijs het werkelijke rendement in aanmerking neemt. Het besluit is op 5 september 2026 in werking getreden.

Belastingschulden: vermindering banktegoeden blijft beperkte goedkeuring
Hoofdregel blijft dat belastingschulden, met uitzondering van erfbelastingschulden, niet als schulden in box 3 worden meegenomen. Dat kan onredelijk uitpakken wanneer een belastingplichtige tijdig een verzoek om een voorlopige aanslag inkomstenbelasting heeft gedaan, maar de Belastingdienst de aanslag zo laat oplegt dat betaling vóór de box 3-peildatum redelijkerwijs niet meer mogelijk is. In dat geval mag het bedrag dat op de niet tijdig opgelegde voorlopige aanslag is betaald buiten de waarde van de banktegoeden op de peildatum blijven. Het bedrag is begrensd tot wat uiteindelijk op de aanslag is verschuldigd.

Voor de praktijk blijft de timing belangrijk. Een verzoek om een voorlopige aanslag moet uiterlijk acht weken vóór het einde van het kalenderjaar zijn ingediend. Wordt aangifte gedaan, dan geldt een termijn van dertien weken vóór het einde van het kalenderjaar. Daarnaast moet op de peildatum voldoende banktegoed aanwezig zijn; de vermindering mag niet leiden tot een negatief banktegoed.

Een vergelijkbare goedkeuring geldt voor schenkbelasting. Wie kort na een schenking aangifte schenkbelasting doet en de Belastingdienst ondanks tijdige indiening de aanslag pas na de peildatum oplegt, mag de verschuldigde schenkbelasting onder voorwaarden in mindering brengen op de banktegoeden in box 3. De aangifte schenkbelasting moet uiterlijk acht weken vóór het einde van het kalenderjaar van schenking zijn ingediend. Ook hier geldt: alleen verminderen tot nihil, niet daaronder.

Tegenbewijsregeling: rente blijft werkelijk rendement
De actualisatie is vooral relevant door de koppeling met de tegenbewijsregeling box 3. Voor het forfaitaire stelsel werkt de goedkeuring via verlaging van de banktegoeden op de peildatum. Voor het werkelijke rendement ligt dat anders: bij toepassing van de tegenbewijsregeling wordt voor banktegoeden gekeken naar de in het kalenderjaar genoten rente. De goedkeuring verlaagt dat werkelijke rendement dus niet.

Dat onderscheid is praktisch van belang. Een cliënt kan in de aangifte de banktegoeden op 1 januari verminderen vanwege een niet tijdig opgelegde aanslag, maar bij een beroep op werkelijk rendement blijft de ontvangen rente over die banktegoeden onderdeel van het box 3-rendement.

Verkoop oude eigen woning vóór 1 januari, aankoop nieuwe woning ná 1 januari
Het besluit bevat ook een verduidelijking voor doorstromers op de woningmarkt. Verkoopt een belastingplichtige de oude eigen woning vóór de jaarwisseling en wordt de nieuwe eigen woning pas ná 1 januari geleverd, dan staat de verkoopopbrengst op de peildatum vaak tijdelijk op een bankrekening. Onder het forfaitaire box 3-stelsel behoort dat banktegoed op 1 januari tot box 3, ook als het geld kort daarna wordt gebruikt voor de aankoop van de nieuwe woning. De herkomst en het toekomstige bestedingsdoel zijn daarbij niet doorslaggevend.

Het besluit geeft het voorbeeld van een belastingplichtige die € 300.000 verkoopopbrengst tijdelijk op een spaarrekening zet en op 31 maart gebruikt voor de aankoop van een nieuwe woning. In het forfaitaire stelsel valt het bedrag op 1 januari in box 3. Bij toepassing van de tegenbewijsregeling wordt echter aangesloten bij het werkelijke rendement; in het voorbeeld is dat € 1.500 rente tot en met 31 maart 2026.

Voor hypotheekadviseurs is dit een herkenbaar aandachtspunt. Bij verkoop, echtscheiding, tijdelijke huur en aankoop rond de jaarwisseling kan de box 3-peildatum tot onverwachte belastingheffing leiden. Fintool besprak recent een vergelijkbare situatie waarin Rechtbank Gelderland oordeelde dat een verkoopopbrengst op 1 januari tot box 3 bleef behoren, ook al was het bedrag bestemd voor levering van een nieuwe woning kort na de peildatum.

Vruchtgebruik en bloot eigendom: twee praktische versoepelingen
Het besluit bevat verder beleid voor erfrechtelijke vruchtgebruiksituaties. Bij bepaalde verkrijgingen krachtens erfrecht wordt bij de langstlevende vruchtgebruiker de volledige waarde in aanmerking genomen en wordt de bloot eigendom bij het kind niet in box 3 belast. Voor deze defiscalisering is juridisch gevestigd vruchtgebruik vereist. In de praktijk kan vestiging na overlijden echter niet altijd vóór de eerste box 3-peildatum worden afgerond. Daarom keurt de staatssecretaris goed dat de defiscalisering met terugwerkende kracht geldt vanaf de datum van overlijden, mits het vruchtgebruik binnen twee jaar na overlijden wordt gevestigd.

Daarnaast is er een goedkeuring voor vruchtgebruik in box 3 met een metterwoonclausule. Normaal eindigt zo’n recht bij overlijden of eerder wanneer de vruchtgebruiker de woning metterwoon verlaat, bijvoorbeeld bij opname in een verzorgingstehuis. De waardering zou dan moeten plaatsvinden op het bedrag waarvoor het vruchtgebruik zou kunnen worden aangekocht. Uit praktische overwegingen mag onder voorwaarden worden gewaardeerd volgens de regels voor een van het leven afhankelijk vruchtgebruik. Voorwaarde is dat vruchtgebruiker en bloot eigenaar beiden een beroep op de goedkeuring doen en dat zowel vruchtgebruik als bloot eigendom voor hen tot box 3 behoren. Deze goedkeuring geldt ook voor een recht van gebruik en bewoning met een metterwoonclausule.

Aandachtspunten voor de adviespraktijk
Voor adviseurs zijn vooral drie signalen relevant. Ten eerste: controleer tijdig of een cliënt rond 1 januari banktegoeden aanhoudt voor inkomstenbelasting of schenkbelasting. Alleen bij tijdige actie en voldoende banktegoed kan de goedkeuring uitkomst bieden. Ten tweede: beoordeel bij doorstromers rond de jaarwisseling niet alleen de financiering, maar ook de box 3-peildatum en een mogelijk beroep op werkelijk rendement. Ten derde: leg bij erfrechtelijke vruchtgebruiksituaties vast of het vruchtgebruik tijdig juridisch wordt gevestigd en of beide partijen bij een metterwoonclausule dezelfde waarderingsgoedkeuring willen toepassen.

Bron: Rijksoverheid

Modules & dossiers

Opvoerdatum

07 sep 2026

Laatst gewijzigd

07 sep 2026

Reacties

Er zijn (nog) geen reacties op dit artikel

Graag eerst inloggen om deze pagina te bekijken.

Permanent Actueel met Fintool?

Als professioneel financieel adviseur moet en wilt u bijblijven en dat het liefst in zo weinig mogelijk (kostbare) tijd. Dat kan nu met Fintool.nl! Meld u nu aan als abonnee en krijg toegang tot de Kennisbank, Rekenmodellen en Helpdesk.
Lees verder

Fintool bv © 2003/2026. Alle rechten voorbehouden.
Lees graag de leveringsvoorwaarden en het privacy reglement.

1
1