Vanaf 24 augustus kunnen gecertificeerd financieel planners hun stem uitbrengen voor de FFP Innovatie Award 2026. Dit jaar dingen veertien ingezonden innovaties mee, waaronder de Fintool AI-Helpdesk van Fintool B.V. De stemronde loopt tot en met 16 september. De innovatie met de meeste stemmen van CFP®-professionals plaatst zich rechtstreeks voor de finale. Daarnaast wijst een onafhankelijke vakjury twee andere finalisten aan. De finalisten presenteren hun innovatie op 14 oktober; de uiteindelijke winnaar wordt op 27 oktober bekendgemaakt tijdens het FFP Stakeholdersdiner in Mereveld in Utrecht.
Oproep aan FFP-abonnees van Fintool
Bent u CFP®-professional? Dan vragen wij u om uw stem uit te brengen op de Fintool AI-Helpdesk.
Niet omdat AI “nieuw” is, maar omdat de financiële adviespraktijk behoefte heeft aan AI die de Nederlandse fiscale en financiële werkelijkheid begrijpt. Generieke AI-systemen kunnen indrukwekkend formuleren, maar schieten juist tekort zodra het gaat om onderwerpen als de eigenwoningregeling, bijleenregeling, overgangsrecht, renteaftrek, box 1/box 3, scheiding, vergoedingsrechten, NHG of complexe hypotheekstructuren.
De Fintool AI-Helpdesk is daarvoor ontwikkeld: als praktische, vakinhoudelijke ondersteuning voor financieel planners die snel willen toetsen, structureren en verdiepen. De AI-Helpdesk is specifiek getraind op Fintool-inhoud, fiscale actualiteit, praktijkcasussen en helpdeskhistorie. Fintool beschrijft de AI-Helpdesk als een oplossing die is afgestemd op de dagelijkse adviespraktijk en waarmee antwoorden desgewenst kunnen worden doorgezet voor een deskundige second opinion.
Waarom deze innovatie ertoe doet
Een financieel planner heeft niet genoeg aan een algemeen antwoord. In veel dossiers zit het verschil in één detail: is er sprake van een bestaande eigenwoningschuld of nieuw recht? Is er een eigenwoningreserve? Hoe werkt de aflossingseis? Is sprake van draagplicht of alleen van eigendom? Wat gebeurt er bij verbreking van samenwoning, overlijden, huwelijk, scheiding of herfinanciering?
De Fintool AI-Helpdesk helpt juist op dat niveau. Niet als vervanging van de financieel planner, maar als vakinhoudelijke sparringpartner die een casus kan ontleden, scenario’s kan vergelijken en aandachtspunten kan benoemen. Dat sluit ook aan bij de gedachte achter de FFP Innovatie Award: innovaties zichtbaar maken die bijdragen aan betere, toegankelijkere en toekomstbestendige financiële planning.
Meer informatie staat op de pagina Fintool AI Helpdesk.
|
Voorbeeld: vraag en antwoord uit de adviespraktijk Vraag financieel planner Twee ongehuwde samenwoners kopen samen een woning van € 900.000, ieder voor 50%. Partner A heeft een aflossingsvrije eigenwoningschuld uit 2010 van € 100.000 met mogelijk overgangsrecht. Partner B heeft een annuïtaire eigenwoningschuld uit 2016 van € 236.000. Beiden verkopen hun oude woning en brengen eigen middelen in. Welke aanvullende gegevens zijn nodig om de fiscale eigenwoningschuld, renteaftrek, draagplicht en gewenste leningstructuur correct vast te stellen? Werk dit uit als adviesroute voor een financieel planner, inclusief aandachtspunten voor notaris, hypotheekadviseur en klantdossier.
Antwoord AI-Helpdesk Bij ongehuwde samenwoners is de eerste hoofdvraag of zij de woning willen financieren volgens de wettelijke regeling of via een draagplichtovereenkomst (DPO). Dat keuzeverschil is beslissend voor de fiscale uitwerking van de eigenwoningschuld, de renteaftrek en de draagplicht per leningdeel. Zonder die keuze kan de financieel planner de structuur niet correct vaststellen. De context laat zien dat juist bij ongehuwde partners met verschillend eigenwoningverleden deze keuze vooraf expliciet moet worden gemaakt.
De tweede groep benodigde gegevens betreft de verkoop- en aankoopcijfers per partner. Per partner is nodig: de verkoopprijs van de oude woning, de hoogte van de af te lossen eigenwoningschuld, en daarmee de eigenwoningreserve (EWR). Verder zijn de totale verwervingskosten van de nieuwe woning nodig, inclusief eventuele bijkomende kosten en verbouwingskosten, omdat de maximale eigenwoningschuld wordt bepaald door verwervingskosten minus de aanwezige EWR’s. In de vraag staat wel dat beiden eigen middelen inbrengen, maar niet hoeveel per persoon; juist dat bedrag is essentieel voor de fiscale en civielrechtelijke uitwerking.
Voor partner A zijn aanvullende gegevens nodig om het overgangsrecht correct toe te passen. Vast moet staan dat de schuld uit 2010 inderdaad een bestaande eigenwoningschuld (BEWS) is, wat de resterende duur van de renteaftrek is, en of dit werkelijk zijn eerste en enige eigenwoningschuld is geweest. In de aangeleverde voorbeelden is dat bij aankoop in 2026 nog 14 jaar renteaftrek, maar dat geldt alleen als de feiten exact gelijk zijn. Ook moet duidelijk zijn of A zijn BEWS volledig wil voortzetten en of de gewenste leningstructuur daarbij aansluit.
Voor partner B zijn aanvullende gegevens nodig over de aflossingsstand. Nodig zijn de oorspronkelijke schuld, het actuele nog resterende bedrag, de ingangsdatum van de schuld en de nog resterende aflossingsduur. In de aangeleverde voorbeelden leidt een annuïtaire schuld uit 2016 van oorspronkelijk € 300.000 en resterend € 236.000 in 2026 tot een aflossingsstand van € 236.000 met nog 20 jaar resterende looptijd. Als de feiten afwijken, verandert direct de maximaal aftrekbare rente en de vereiste looptijd van het nieuwe leningdeel.
Daarna moet de planner de eigendom- en schuldverhouding exact vastleggen. De vraag noemt een eigendomsverhouding van 50/50, maar voor de fiscale uitwerking is ook nodig of men wil lenen in een gelijke schuldverhouding of juist met een afwijkende onderlinge draagplicht. Bij de wettelijke regeling volgt het schuldaandeel in beginsel het eigendomsaandeel, terwijl bij een DPO het eigenwoningverleden juist per persoon gescheiden kan blijven. Dat is een cruciaal beslispunt, omdat anders box 1, box 3, aflossingsregimes en latere vermogensverdeling door elkaar kunnen gaan lopen.
Als de partners kiezen voor de wettelijke regeling dan zijn nodig: de maximale gezamenlijke EWS, het schuldaandeel per persoon, de verdeling van eventueel overgangsrecht via de KAN-bepaling, de toepassing van individuele aflossingsstanden, het restant dat weer in 30 jaar mag worden afgelost, en daarna de fiscale 50/50-toerekening in elk leningdeel. Uit de aangeleverde voorbeelden volgt dat A’s BEWS van € 100.000 dan op basis van 50/50 kan worden verdeeld in € 50.000 voor A en € 50.000 voor B, ieder met nog 14 jaar renteaftrek. B’s aflossingsstand blijft vervolgens aan B kleven en moet op haar eigen schuldaandeel worden toegepast.
Als de partners kiezen voor een draagplichtovereenkomst, zijn andere aanvullende gegevens doorslaggevend. Dan moet per partner worden vastgesteld welk deel van de totale financiering hij of zij in fiscale zin draagt, zodat ieder het eigen eigenwoningverleden behoudt. In die route zijn per persoon nodig: maximale EWS, toepasselijk overgangsrecht, aflossingsstand, resterende 30-jaarsruimte en vervolgens de precieze draagplicht per leningdeel. De context laat zien dat bij een DPO geen vorderingen of schulden tussen partners ontstaan als ieder precies het schuldaandeel houdt waarop hij of zij recht heeft.
Voor de gewenste leningstructuur zijn daarnaast praktische voorkeuren nodig die fiscaal relevant zijn. De context noemt als voorbeelden de wens tot voortzetting van KEW of juist lage aanvangslasten via aflossingsvrij, en laat zien dat een puur annuïtaire oplossing het fiscale probleem wel kan oplossen maar niet altijd past bij de klantwens. Ook is van belang of men bereid is om een deel van de lening in annuïtaire vorm af te sluiten om box 1-renteaftrek veilig te stellen. Zonder deze inventarisatie kan de hypotheekvorm technisch kloppen, maar inhoudelijk niet aansluiten op de behoefte van de klant.
Aandachtspunten voor de notaris De notaris heeft ten minste duidelijkheid nodig over de eigendomsverhouding, de keuze voor wel of geen DPO, en de omvang van de eigen inbreng per partner. Als een DPO wordt gebruikt, moet per leningdeel worden vastgelegd wie de schuld in fiscale zin draagt, ook al zijn beide partners hoofdelijk aansprakelijk tegenover de geldverstrekker. Verder is het belangrijk dat de notariële vastlegging aansluit op de feitelijke geldstromen, zodat civielrecht en fiscaliteit niet uiteenlopen. De context biedt geen nadere uitwerking van modelclausules of standaardformuleringen; die informatie is hier dus niet beschikbaar.
Aandachtspunten voor de hypotheekadviseur De hypotheekadviseur moet weten welk deel van de financiering BEWS, NEWS met resterende aflossingsstand of nieuw 30-jaars annuïtair deel is. Ook moet worden bewaakt dat de gekozen leningdelen niet onbedoeld leiden tot een box 3-lening doordat een partner een aflossingsvrij deel krijgt zonder passend overgangsrecht. De context laat juist zien dat gezamenlijk afsluiten van een aflossingsvrij leningdeel zonder juiste fiscale toedeling tot renteaftrekproblemen leidt. Daarnaast moet de adviseur klantwensen zoals lage aanvangslasten of voortzetting van bestaande opzet afwegen tegen de fiscale grenzen.
Aandachtspunten voor het klantdossier In het klantdossier hoort een volledige onderbouwing van de feiten, de keuze tussen wettelijke regeling en DPO, en de berekening van elk leningdeel. Ook moet zijn vastgelegd waarom de gekozen structuur past bij de doelen van de klant, bijvoorbeeld maximale renteaftrek, behoud van overgangsrecht of het gescheiden houden van eigenwoningverleden. Neem daarnaast bewijsstukken op van de oude hypotheek, de verkoopafrekeningen en de hoogte van de eigen middelen per partner. Daarmee kan later worden aangetoond dat de fiscale behandeling, draagplicht en leningstructuur zorgvuldig en consistent zijn vastgesteld.
Samenvattend advies De financieel planner kan deze casus pas correct uitwerken als hij per partner beschikt over de exacte EWR, de precieze status van BEWS of NEWS, de resterende renteaftrek- en aflossingstermijnen, de hoogte van de eigen inbreng, en de bewuste keuze voor wettelijke regeling of DPO. Daarna moet de leningstructuur worden vertaald naar concrete leningdelen en afgestemd met notaris en hypotheekadviseur. Voor ongehuwde partners is vooral de keuze voor een DPO of wettelijke regeling bepalend voor de fiscale uitkomst. Zonder die aanvullende gegevens is een definitieve vaststelling van eigenwoningschuld, renteaftrek, draagplicht en optimale leningstructuur niet verantwoord mogelijk.
Controle Kernvraag beantwoord: de aanvullende gegevens zijn uitgewerkt en geplaatst in een praktische adviesroute voor de financieel planner. De uitwerking sluit aan op de aangeleverde informatie over wettelijke regeling, KAN-bepaling, aflossingsstand en draagplichtovereenkomst. Waar detailinformatie niet in de stukken stond, is dat expliciet aangegeven. |
Praktische conclusie
Behandel dit niet als één gezamenlijke hypotheekvraag, maar als twee individuele fiscale posities binnen één gezamenlijke aankoop. Leg vast wie welk deel van de schuld draagt, welk deel onder overgangsrecht valt, welk deel onder het nieuwe recht valt en welke looptijd en aflossingseis per leningdeel gelden. Laat de notaris, fiscalist en geldverstrekker tijdig aansluiten als de draagplicht afwijkt van de eigendomsverhouding.
Dit is precies het soort casus waarbij een financieel planner behoefte heeft aan een snelle, gestructureerde analyse: niet alleen “ja” of “nee”, maar een overzicht van de fiscale route, de risico’s en de aandachtspunten voor het adviesdossier.
Stem mee
Heeft u als FFP-planner de persoonlijke stemlink via Inkesta ontvangen? Breng dan vóór 16 september uw stem uit op de Fintool AI-Helpdesk. Daarmee helpt u een innovatie verder die financieel planners in hun dagelijkse adviespraktijk concreet ondersteunt.
Fintool
info@fintool.nl
085 111 89 99