Staatssecretaris Eerenberg van Financiën ziet geen aanleiding om de expatregeling verder te versoberen of af te schaffen vanwege de druk op de woningmarkt. Dat schrijft hij in reactie op een oproep van de PvdA Haarlem, mede namens verschillende fracties uit gemeenteraden in de Metropoolregio Amsterdam, om de expatkorting — de voormalige 30%-regeling — volledig af te schaffen. De brief is mede namens de minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening verzonden.
De kern van de reactie is dat het kabinet de zorgen over oneerlijke concurrentie op de woningmarkt begrijpt, maar dat het beschikbare onderzoek geen belangrijke rol van de expatregeling bij het woningtekort laat zien. Bovendien is in het Coalitieakkoord 2026–2030 opgenomen dat de expatregeling niet verder wordt versoberd. Taxence vat de lijn van het kabinet samen als: geen reden tot verdere versobering vanwege de woningmarkt.
Woningmarkteffect volgens SEO beperkt
De staatssecretaris verwijst naar de evaluatie van SEO Economisch Onderzoek over de periode 2016–2022. SEO kwalificeert de expatregeling als een regeling met groot belang voor de Nederlandse economie. Daarbij is ook gekeken naar de invloed op huur- en koopprijzen.
Volgens de Kamerbrief komen door de expatregeling jaarlijks gemiddeld 11.168 extra kennismigranten naar Nederland, waarvan 5.339 in Amsterdam wonen. SEO schat het aan de expatregeling toe te rekenen effect op de Amsterdamse woningmarkt op circa 0,9% hogere huren en 1,8% hogere koopprijzen. Voor andere gemeenten is het effect volgens het kabinet nog lager. Het kabinet stelt daarom dat er geen bestaand onderzoek bekend is waaruit blijkt dat de expatregeling een belangrijke oorzaak is van het woningtekort.
Voor de adviespraktijk is dit onderscheid belangrijk. De regeling kan in individuele gevallen wél invloed hebben op de bestedingsruimte van een koper of huurder, maar het kabinet ziet op macroniveau geen doorslaggevend woningmarkteffect.
Extra bestedingsruimte erkend, maar niet doorslaggevend
De kritiek vanuit gemeenten ziet vooral op de vraag of expats door de fiscale tegemoetkoming meer ruimte hebben om hogere huren of koopprijzen te betalen. Het kabinet erkent dat de expatregeling de bestedingsruimte van sommige buitenlandse werknemers vergroot ten opzichte van een situatie zonder regeling.
Tegelijkertijd benadrukt de staatssecretaris dat de regeling in essentie een belastingvrije forfaitaire vergoeding is voor extraterritoriale kosten: extra kosten die een uit het buitenland aangeworven werknemer maakt doordat hij of zij in Nederland komt werken. Nederlandse werknemers hebben die kosten niet. Vanuit dat perspectief moet de regeling volgens het kabinet juist zorgen voor een gelijkere uitgangspositie.
Wel blijkt uit de SEO-evaluatie dat de forfaitaire vergoeding gemiddeld hoger kan zijn dan nodig is om de werkelijke extraterritoriale kosten te dekken. Voor een deel van de gebruikers ontstaat daardoor extra bestedingsruimte. Dat kan in individuele woningtransacties relevant zijn, maar het kabinet vindt dit nadeel onvoldoende zwaar wegen om de regeling verder te beperken.
Belang voor vestigingsklimaat
Het kabinet legt de nadruk op het belang van de expatregeling voor werkgevers die internationaal talent willen aantrekken. Volgens de Kamerbrief hebben Nederlandse bedrijven en instellingen deze kenniswerkers nodig voor onder meer de kenniseconomie, de energietransitie en de circulaire economie. Werkgevers verwachten die vraag niet volledig met binnenlands aanbod te kunnen invullen.
Een verdere versobering zou volgens SEO bovendien negatieve effecten kunnen hebben op het investeringsniveau van bedrijven in Nederland. Ook bevindt Nederland zich, na toepassing van de expatregeling, internationaal in de middenmoot wat betreft belastingdruk op kennisintensieve arbeid. Een verdere beperking zou Nederland volgens het kabinet minder aantrekkelijk kunnen maken ten opzichte van concurrerende landen.
Daarnaast wijst het kabinet op het budgettaire effect. SEO berekende dat de expatregeling per saldo gemiddeld € 128,5 miljoen per jaar aan netto belastingopbrengsten oplevert. Daarbij zijn indirecte effecten, zoals extra btw-opbrengsten door bestedingen en mogelijke werkgelegenheidseffecten, nog niet meegenomen.
Relevantie voor hypotheekadvies
Voor hypotheekadviseurs is de discussie niet alleen fiscaal-politiek. De 30%-regeling kan ook praktisch doorwerken in de beoordeling van inkomen, leencapaciteit en netto besteedbaar inkomen. In eerdere Fintool-helpdeskvragen is al aan bod gekomen dat de 30%-regeling op zichzelf geen beperking vormt voor de hypotheekrenteaftrek. De aftrekpost wordt volgens de reguliere eigenwoningregels behandeld. Wel vraagt de tijdelijke duur van de regeling aandacht bij maximale hypotheekverstrekking en betaalbaarheid op langere termijn.
Daarmee ligt het adviesaccent niet bij de vraag of de expatregeling de hypotheekrenteaftrek beperkt, maar bij de bestendigheid van het inkomen. De fiscale tegemoetkoming is tijdelijk, terwijl de hypotheeklast doorgaans langdurig is. Bij een hoge financiering kan het wegvallen of aflopen van de regeling gevolgen hebben voor de netto maandlasten en de toekomstige betaalbaarheid.
Monitoring blijft
Het kabinet houdt vast aan de expatregeling, maar erkent dat er zorgen leven over de ervaren oneerlijke concurrentie op de woningmarkt. De staatssecretaris schrijft dat het kabinet deze zorgen serieus neemt en de woningmarkt blijft monitoren. Vooralsnog leidt de Kamerbrief echter tot één duidelijke conclusie: de expatregeling wordt niet verder versoberd vanwege woningmarkteffecten.
Voor de financiële adviespraktijk betekent dit dat de regeling voorlopig relevant blijft bij klanten die als kennismigrant of expat naar Nederland komen. Daarbij blijft maatwerk nodig: niet zozeer vanwege een bijzondere beperking in de eigenwoningregeling, maar vanwege de tijdelijke aard van de fiscale tegemoetkoming en de invloed daarvan op de betaalbaarheid.
Bron: Rijksoverheid
Fintool
info@fintool.nl
085 111 89 99