MijnFintool

Nieuws

Standpunt over aanvulling WGA-hiaatverzekering gepubliceerd

De Kennisgroep loonheffing algemeen heeft een standpunt ingenomen over de vraag of een aanspraak op een aanvulling op een WGA-uitkering belast loon vormt en of de werkgever de op de werknemer verhaalde premie in mindering moet brengen op het bruto- of het nettoloon van de werknemer. Het standpunt KG:204:2022:46 wordt hierbij ingetrokken.

Aanleiding
De toepasselijke cao verplicht een werkgever om zijn werknemers een hiaatverzekering voor de Werkhervatting Gedeeltelijk Arbeidsgeschikten (hierna: WGA) aan te bieden ter dekking van het financiële risico bij arbeidsongeschiktheid. De hiaatverzekering voorziet, onder voorwaarden, in een recht van de werknemer op een aanvulling op een WGA-uitkering. De werkgever verhaalt (een gedeelte van) de verschuldigde premie voor de WGA-hiaatverzekering op het loon van de werknemer.

Vragen

  1. Vormt de aanspraak op een aanvulling op een WGA-uitkering loon in de zin van de Wet op de loonbelasting 1964 (hierna: Wet LB 1964)?
  2. Moet de werkgever de op de werknemer verhaalde premie voor de WGA-hiaatverzekering in minder brengen op het bruto- of het nettoloon?

Antwoorden

  1. Nee, de aanspraak op een aanvulling op een WGA-uitkering behoort op grond van artikel 11, eerste lid, onderdeel f, Wet LB 1964 niet tot het loon.
  2. De werkgever moet de op de werknemer verhaalde premie voor de WGA-hiaatverzekering in mindering brengen op het brutoloon van de werknemer.

Beschouwing

Betekenis begrippen

Wat voor de loonbelasting is vermeld, geldt overeenkomstig voor de andere loonheffingen:

  • Premie volksverzekeringen: artikel 8, tweede lid, van de Wet financiering sociale verzekeringen (hierna: Wfsv);
  • Premies werknemersverzekeringen: artikel 16 Wfsv;
  • Bijdrage Zorgverzekeringswet (hierna: Zvw): artikel 42 en 43 Zvw.

Aangesloten wordt bij de term werkgever. Met werkgever wordt bedoeld de werkgever in de zin van de werknemersverzekeringswetten en de inhoudingsplichtige in de zin van de Wet LB 1964.

Wet- en regelgeving

  • Op grond van artikel 10, tweede lid, Wet LB 1964 behoren tot het loon aanspraken om na verloop van tijd of onder een voorwaarde een of meer uitkeringen of verstrekkingen te ontvangen.
  • De aanspraak ingevolge de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (hierna: WIA) behoort niet tot het loon op grond van artikel 11, eerste lid, onderdeel e, Wet LB 1964.
  • Werkgevers zijn op grond van artikel 34, eerste lid, Wfsv verplicht tot het betalen van een gedifferentieerde premie voor de Werkhervattingskas (hierna: Whk). Onderdeel van de gedifferentieerde premie Whk is de premie voor de WGA.
  • De werkgever mag op grond van artikel 34, tweede lid, Wfsv maximaal 50% van de gedifferentieerde premie Whk verhalen op de werknemer.
  • Op grond van artikel 11c Wet LB 1964 wordt het loon niet verlaagd met de op de werknemer verhaalde gedifferentieerde premie Whk.
  • De aanspraak die naar aard en strekking overeenkomt met een aanspraak ingevolge de WIA behoort niet tot het loon op grond van artikel 11, eerste lid, onderdeel f, Wet LB 1964.
  • De ingehouden premie voor een aanspraak die naar aard en strekking overeenkomt met een aanspraak ingevolge de WIA behoort niet tot het loon op grond van artikel 11, eerste lid, onderdeel j, sub 2°, Wet LB 1964.

Wetsgeschiedenis
Hierna volgt een aantal passages uit de wetsgeschiedenis over de fiscale behandeling van aanspraken ingevolge de werknemersverzekeringen respectievelijk aanvullende verzekeringen.

“Met de in onderdeel C.2 opgenomen vervanging van artikel 11, eerste lid, onderdeel b, van de Wet op de loonbelasting 1964 worden geen inhoudelijke wijzigingen beoogd. In plaats van de oude generieke vrijstelling voor aanspraken ingevolge de sociale-verzekeringswetten - waarop een uitzondering noodzakelijk was voor aanspraken ingevolge de Ziekenfondswet - zijn in het nieuwe onderdeel de aanspraken ingevolge de sociale-verzekeringswetten die in de sfeer van de loonbelasting kunnen opkomen, in een limitatieve opsomming vrijgesteld. Het betreft de in onderdeel c opgenomen aanspraken ingevolge de Ziektewet, de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering en de Werkloosheidswet.”

Kamerstukken II 1992/93, 23046, nr. 3, p. 16-17.

“Het verzekeren van een aanvullend arbeidsongeschiktheidspensioen kan onderdeel uitmaken van een pensioenregeling of een zelfstandige pensioenregeling opleveren. Een zodanige pensioenregeling moet uiteraard voldoen aan de in artikel 11, derde lid, van de Wet op de loonbelasting 1964 gestelde voorwaarden om als een pensioenregeling in de zin van de Wet op de loonbelasting te kunnen worden aangemerkt. Dit betekent dat de invaliditeitsuitkeringen niet mogen uitgaan boven hetgeen naar maatschappelijke opvattingen, mede in verband met diensttijd en genoten beloning, redelijk moet worden geacht. Wordt aan deze voorwaarden voldaan dan zijn de premies voor een aanvullende invaliditeitsuitkering in de vorm van een door de werkgever aan een werknemer toegekende aanspraak niet belast voor zover de premies komen voor rekening van de werkgever, dan wel aftrekbaar als verplichte bijdrage ingevolge een pensioenregeling (artikel 11, eerste lid, onderdeel a en onderdeel i, onder 1, van de Wet op de loonbelasting 1964). Indien door de werkgever een aanspraak op een aanvullende invaliditeitsuitkering aan een werknemer wordt toegekend anders dan via een pensioenregeling in de zin van de loonbelasting, kunnen de premies eveneens niet belast dan wel aftrekbaar zijn indien wordt voldaan aan de voorwaarde dat het gaat om aanspraken die naar aard en strekking overeenkomen met aanspraken ingevolge de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (artikel 11, eerste lid, onderdeel c en onderdeel i, onder 3, van de Wet op de loonbelasting 1964)”.

Kamerstukken II 1992/93, nr. 516, antwoord 4.

“In de memorie van antwoord is aandacht geschonken aan de situatie dat in een sociaal plan zou zijn overeengekomen dat gedurende een bepaalde periode de werkloosheidsuitkering wordt aangevuld tot bij voorbeeld 70% van het laatstgenoten salaris en die aanvulling pas na afloop van de WW-periode van stel zes maanden aan de werknemer wordt verstrekt. In een dergelijke situatie kan een beroep worden gedaan op de vrijstelling van artikel 11, eerste lid, onderdeel c, van de Wet op de loonbelasting 1964. Naar aanleiding van de vraag of dergelijke uitkeringen nog aan nadere voorwaarden omtrent omvang en duur dienen te voldoen, merken wij het volgende op. Teneinde te voldoen aan de voorwaarde dat de aanspraak naar aard en strekking overeenkomt met een aanspraak ingevolge de sociale-verzekeringswetten (uitgezonderd een aanspraak op verstrekkingen ingevolge de Ziekenfondswet), mag de omvang van de uitkeringen niet hoger zijn dan de gederfde inkomsten en mogen de uitkeringen niet langer duren dan de periode dat de inkomsten worden gederfd. Deze criteria zijn toepasbaar bij de WAO (inkomensvervangende uitkering bij arbeidsongeschiktheid), de WW (inkomensvervangende uitkering bij werkloosheid) en de ZW (inkomensvervangende uitkering bij ziekte).”

Kamerstukken II 1993/94, 23046, nr. 10, p. 6.

“Voorgesteld wordt om in artikel 11, eerste lid, onderdeel e, van de Wet op de loonbelasting 1964 op te nemen dat niet tot het loon behoren aanspraken op grond van de Wet WIA. Dit komt overeen met hetgeen nu geldt voor de WAO”.

Kamerstukken II 2004/05, 30118, nr. 3, p. 159-160.

Conclusie
Het is van belang onderscheid te maken tussen de verschillende soorten WGA-verzekeringen.

  • Een aanspraak op een WGA-uitkering behoort op grond van artikel 11, eerste lid, onderdeel e, Wet LB 1964 niet tot het loon voor de loonheffingen.
  • Het loon waarover de loonheffingen worden berekend, wordt op grond van artikel 11c Wet LB 1964 niet verlaagd met het op de werknemer verhaalde deel van de premie. Oftewel, het deel van de gedifferentieerde premie Whk dat op de werknemer wordt verhaald, heeft geen invloed op de omvang van het loon.
  • De aanspraak op een aanvulling op een WGA-uitkering behoort op grond van artikel 11, eerste lid, onderdeel f, Wet LB 1964 eveneens niet tot het loon voor de loonheffingen.
  • Als de verschuldigde premie voor de WGA-hiaatverzekering (deels) wordt verhaald op de werknemer, moet de verhaalde premie op het brutoloon op grond van artikel 11, eerste lid, onderdeel j, sub 2°, Wet LB 1964 in mindering worden gebracht. Oftewel, de ingehouden premie verlaagt het loon waarover de loonheffingen worden berekend.

Let op! INGETROKKEN

Met publicatie van dit standpunt is het standpunt KG:204:2022:46 ingetrokken.

Bron: Belastingdienst

Modules & dossiers

Opvoerdatum

09 jul 2026

Laatst gewijzigd

09 jul 2026

Reacties

Er zijn (nog) geen reacties op dit artikel

Graag eerst inloggen om deze pagina te bekijken.

Permanent Actueel met Fintool?

Als professioneel financieel adviseur moet en wilt u bijblijven en dat het liefst in zo weinig mogelijk (kostbare) tijd. Dat kan nu met Fintool.nl! Meld u nu aan als abonnee en krijg toegang tot de Kennisbank, Rekenmodellen en Helpdesk.
Lees verder

Fintool bv © 2003/2026. Alle rechten voorbehouden.
Lees graag de leveringsvoorwaarden en het privacy reglement.

1
1