MijnFintool

Nieuws

Brusselse dividendvrijstelling kan nieuwe box 3-discussie verder compliceren

De discussie over box 3 is nog niet klaar. Terwijl Nederland werkt aan een nieuw stelsel waarin het werkelijke rendement centraal staat, komt er vanuit Brussel mogelijk een extra complicatie bij. Een conceptvoorstel van eurocommissaris Wopke Hoekstra om de Europese vrijstelling voor dividendstromen tussen ondernemingen te verruimen is daar de aanleiding voor. Daardoor zou beleggen via een bv fiscaal aantrekkelijker kunnen worden dan privé beleggen in box 3.

De kern van de zorg is eenvoudig: als particulier beleggen in box 3 vanaf 2028 wordt belast tegen het werkelijke rendement, terwijl dividendstromen binnen vennootschapsstructuren ruimer worden vrijgesteld of later in de heffing komen, ontstaat opnieuw spanning tussen box 2 en box 3. Dat raakt niet alleen fiscalisten, maar ook financieel planners en hypotheekadviseurs die klanten adviseren over vermogen, overwaarde, beleggingsvastgoed en de keuze tussen privévermogen en een beleggings-bv.

Wat wil Brussel aanpassen?
De bestaande Europese moeder-dochterrichtlijn heeft als doel dubbele belasting op dividenduitkeringen tussen moeder- en dochtermaatschappijen binnen de EU te voorkomen. De Europese Commissie beschrijft dat de richtlijn onder meer dividend en andere winstuitkeringen van dochtermaatschappijen aan moedermaatschappijen vrijstelt van bronbelasting en dubbele belasting bij de moedermaatschappij moet voorkomen. Daarbij geldt nu als uitgangspunt dat sprake is van een moedermaatschappij bij een belang van ten minste 10% in het kapitaal van een vennootschap uit een andere EU-lidstaat.

In het Brusselse concept zou die 10%-grens vanaf 2028 verdwijnen. Dan zouden ook kleinere aandelenbelangen tussen ondernemingen onder de vrijstelling kunnen vallen. Het voorstel is nog niet definitief. Ook uit internationale vakpublicaties blijkt dat het officiële richtlijnvoorstel nog niet was gepubliceerd en dat sprake is van een breder Europees pakket ter vereenvoudiging van directe belastingen voor ondernemingen.

Waarom is dit relevant voor box 3?
Nederland wil per 1 januari 2028 overstappen naar een box 3-heffing op basis van werkelijk rendement. De Tweede Kamer heeft het wetsvoorstel Wet werkelijk rendement box 3 op 12 februari 2026 aangenomen; de Eerste Kamer moet het voorstel nog behandelen. De plenaire behandeling staat volgens de Eerste Kamer gepland op 30 juni 2026.

In het wetsvoorstel wordt als hoofdregel geheven over het werkelijke rendement in box 3 op basis van vermogensaanwas: lopende inkomsten én positieve of negatieve waardeontwikkelingen worden jaarlijks meegenomen. Voor onroerende zaken en aandelen in of winstbewijzen van startende ondernemingen geldt een uitzondering via een vermogenswinstbenadering, dus heffing bij realisatie.

Daar wringt het. Wie privé belegt, krijgt in het nieuwe stelsel te maken met een heffing over werkelijk rendement. In de politieke en fiscale discussie wordt daarbij een tarief van 36% genoemd. Als beleggen via een bv door Europese regels aantrekkelijker wordt, kan dat de neutraliteit tussen privé beleggen en beleggen via een vennootschap aantasten. Beleggen via de bv kan dan fiscaal gunstiger kan worden, omdat belastingheffing pas in beeld komt bij uitkering aan de aandeelhouder.

Geen automatisme, wel een belangrijk signaal
Het is te vroeg om te concluderen dat het Nederlandse box 3-stelsel hierdoor “onderuitgaat”. Daarvoor zijn nog te veel onzekerheden. Het Brusselse voorstel is nog een concept. Voor fiscale wijzigingen op EU-niveau is bovendien politieke besluitvorming nodig, waarbij lidstaten ook oog zullen hebben voor hun nationale belastingopbrengsten.

Maar de waarschuwing is wel relevant. De Nederlandse box 3-discussie is de afgelopen jaren vooral nationaal gevoerd: forfaitair rendement, werkelijk rendement, rechtsherstel, tegenbewijs en uitvoerbaarheid bij de Belastingdienst. Dit Brusselse voorstel laat zien dat de fiscale behandeling van vermogen niet los kan worden gezien van Europese regels voor vennootschappen, dividendstromen en grensoverschrijdende investeringen.

Voor de adviespraktijk betekent dit dat een vergelijking tussen box 3 en een beleggings-bv nog voorzichtiger moet worden gemaakt. Het gaat niet alleen om het tarief, maar ook om het heffingsmoment, de aard van het rendement, kosten, liquiditeit, juridische structuur, box 2-heffing, vennootschapsbelasting en eventuele toekomstige EU-aanpassingen.

Aandachtspunten voor adviseurs
Voor klanten met substantiële beleggingsportefeuilles kan de vraag “privé of via bv?” opnieuw op tafel komen. Toch is het onverstandig om vooruit te lopen op een conceptvoorstel. Een bv-structuur brengt kosten, administratie, juridische verplichtingen en box 2-aspecten mee. Bovendien kan wetgeving nog worden aangepast als arbitrage tussen box 2 en box 3 te groot wordt.

Voor klanten met vastgoed blijft daarnaast de samenloop met de eigenwoningregeling belangrijk. De eigen woning blijft in box 1, maar tijdelijk geparkeerde verkoopopbrengsten, eigenwoningreserves, box 3-schulden en beleggingsvastgoed kunnen in de praktijk tot forse peildatum- en liquiditeitseffecten leiden. In de meegeleverde Fintool-helpdeskexport komen juist dat soort vragen regelmatig terug, onder meer over vermogensbelasting over een tijdelijk geparkeerde eigenwoningreserve, box 1/box 3-leningen en de toetsing van box 3-hypotheken. Een specifiek eerder item over de Brusselse dividendvrijstelling trof ik daarin niet aan.

Conclusie
Het Brusselse conceptvoorstel is nog geen wetgeving, maar het raakt een gevoelig punt: de verhouding tussen box 2 en box 3. Nederland probeert box 3 juridisch houdbaarder te maken door werkelijk rendement te belasten. Als tegelijkertijd beleggen via vennootschappen fiscaal gunstiger of flexibeler wordt, ontstaat een nieuwe prikkel om vermogen anders te structureren. Voor adviseurs is de belangrijkste boodschap daarom niet dat klanten nu massaal naar een bv moeten, maar dat scenario-denken belangrijker wordt. Het nieuwe box 3-stelsel is nog in behandeling, de Europese plannen zijn nog niet definitief en de politieke druk op uitvoerbaarheid en budgettaire opbrengst blijft groot.

Modules & dossiers

Opvoerdatum

22 jun 2026

Laatst gewijzigd

23 jun 2026

Reacties

Er zijn (nog) geen reacties op dit artikel

Graag eerst inloggen om deze pagina te bekijken.

Permanent Actueel met Fintool?

Als professioneel financieel adviseur moet en wilt u bijblijven en dat het liefst in zo weinig mogelijk (kostbare) tijd. Dat kan nu met Fintool.nl! Meld u nu aan als abonnee en krijg toegang tot de Kennisbank, Rekenmodellen en Helpdesk.
Lees verder

Fintool bv © 2003/2026. Alle rechten voorbehouden.
Lees graag de leveringsvoorwaarden en het privacy reglement.

1
1