De Tweede Kamer is begonnen met de behandeling van de Wet werkelijk rendement box 3. Opvallend is de toon: er lijkt een meerderheid voor doorgang, maar veel partijen geven aan dat dit vooral is omdat uitstel duur is en alternatieven (nu) niet uitvoerbaar lijken.
Waar gaat het voorstel in de kern over?
Het wetsvoorstel beoogt vanaf 1 januari 2028 box 3 te baseren op werkelijk rendement. In de uitwerking is dat grotendeels een vermogensaanwasbelasting: je betaalt jaarlijks belasting over lopende opbrengsten én (een deel van) ongerealiseerde waardeveranderingen (dus ook waardestijgingen die nog niet zijn “verzilverd”).
Tegelijk kent het voorstel uitzonderingen:
Waarom “schoorvoetende” steun?
TaxLive vat het politiek gevoel kernachtig samen: veel fracties steunen het voorstel niet omdat ze het ideaal vinden, maar omdat:
Daar komt een harde planning bij. Nextens schrijft dat voor invoering per 1 januari 2028 de Kamer uiterlijk 15 maart 2026 moet beslissen; anders komt 2028 in gevaar en dreigt een begrotingsgat.
Vermogensaanwas vs. vermogenswinst: het echte debat
De politieke spanning zit vooral in de vraag: belasten we jaarlijks waardestijging (aanwas) of pas bij verkoop (winst/realisatie)?
1) Vermogensaanwasbelasting (jaarlijks belasten)
2) Vermogenswinstbelasting (pas belasten bij verkoop)
Nextens noemt ook een stevig prijskaartje: een volledige overstap naar een zuivere vermogenswinstbelasting zou volgens hen in de eerste vijf jaar ongeveer € 5 miljard kosten, terwijl het begrotingsrisico bij niet tijdig aannemen van het voorstel voor 2028 rond € 2,4 miljard ligt.
Uitvoering: Belastingdienst als begrenzing
Naast politiek en budget speelt vooral de uitvoering. TaxLive geeft aan dat de staatssecretaris waarschuwt dat grote ingrepen moeilijk zijn door de capaciteit bij de fiscus; voor uitvoering zouden minstens 900 ambtenaren nodig zijn. Die uitvoeringsrealiteit is ook de reden dat het kabinet al eerder aangaf dat invoering niet naar 2027 kon en daarom naar 2028 is geschoven (onder meer vanwege herstel box 3 en ICT-vernieuwing).
Wat betekent dit nu voor de adviespraktijk?
1) Voor beleggers/relaties in box 3: “cashflow” wordt belangrijker
Als de aanwasbenadering overeind blijft, komt de vraag nadrukkelijker op tafel: waar komt de liquiditeit vandaan om belasting te betalen over waardestijgingen? Denk aan:
2) Voor vastgoed (en ‘eigen woning’-momenten): let op overgangsperiodes en peildatumeffecten
Voor veel Fintool-lezers is vooral de koppeling met wonen relevant:
3) Verwachtingsmanagement: 2028 is het doel, maar het stelsel kan nog “van richting veranderen”
De Kamer lijkt het wetsvoorstel te zien als tussenstap, met nadrukkelijke geluiden om uiteindelijk méér richting realisatieheffing (vermogenswinstbelasting) te gaan. Voor klanten betekent dit: plannen op basis van scenario’s, en voorkomen dat je één fiscale uitkomst als “zeker” verkoopt.
Bron: Taxlive & Nextens & Rijksoverheid
Fintool
info@fintool.nl
085 111 89 99