MijnFintool

Nieuws

Woonlasten na overlijden partner: vooral middenhuur blijkt kwetsbaar

Het Verbond van Verzekeraars waarschuwt dat veel huishoudens financieel kwetsbaar zijn als een partner overlijdt. Opvallend: niet alleen woningeigenaren, maar juist ook huurders – met name jonge gezinnen in de (duurdere) particuliere huursector – lopen het risico dat zij de woonlasten niet meer kunnen dragen.

Wat blijkt uit het onderzoek van het Verbond?
Het Data Analytics Centre van het Verbond analyseerde antwoorden van 2.000 mensen (18–67 jaar) met partner en/of kinderen en maakte voor het eerst een ‘staalkaart’ van financiële kwetsbaarheid bij overlijden.

Een paar conclusies springen eruit:

  • Gezinnen tot 40 jaar: ruim de helft loopt “veel risico” als er geen overlijdensrisicoverzekering (ORV) is. Zonder extra inkomsten of hulp is in die situaties “vrijwel zeker” dat men niet in de huidige woning kan blijven.
  • Particuliere huur: slechts 1 op de 3 heeft een ORV. Van de onverzekerden heeft meer dan 80% geen andere financiële buffers. Het Verbond noemt dit extra risicovol door de gemiddelde maandhuur van € 1.830.
  • Sociale huur: 44% is afdoende verzekerd; bij de onverzekerden is ongeveer driekwart kwetsbaar of zelfs zeer kwetsbaar door gebrek aan alternatieve voorzieningen.
  • Koopwoningen: het beeld is “minder ongunstig”, maar nog steeds relevant: 36% van de woningeigenaren heeft geen ORV; binnen die groep loopt bijna 30% een hoog risico, doordat ook andere buffers tekortschieten.

De kernboodschap van het Verbond is dat het gesprek over “wat als één inkomen wegvalt?” niet alleen bij hypotheken hoort, maar óók bij het sluiten van (hogere) huurcontracten.

Waarom raakt dit juist huurders (en waarom nu extra)?
In hypotheekadvies is “overlijden/wegvallen inkomen” vaak een herkenbaar risicothema, mede door acceptatieprocessen en het gesprek over woonquote, toetsing en (eventueel) ORV. In de huursector ontbreekt zo’n standaardmoment: een huurcontract wordt geregeld, maar de vraag of de huur met één inkomen nog past, wordt lang niet altijd expliciet gemaakt.

Daar komt bij dat het huidige woningaanbod veel huishoudens richting middenhuur/particuliere huur duwt, met woonlasten die soms nét passen op twee inkomens. Als dan één inkomen wegvalt, is er weinig rek. Het Verbond ziet bovendien dat respondenten vaak aangeven dat ze er “nog niet over nagedacht” hadden of dachten dat het “bij huur niet nodig” was.

Adviesimplicaties: maak het “nabestaanden-woonlasten” gesprek concreet
Voor de adviespraktijk (hypotheek, financiële planning, life events) helpt het om dit onderwerp in drie concrete blokken te knippen:

1) De woonlasten: wat moet er exact doorlopen?

  • Huur: kale huur + servicekosten + energie + gemeentelijke lasten; check ook opzegtermijnen/contractuele verplichtingen.
  • Koop: hypotheeklasten (rente/aflossing), VvE-bijdrage, verzekeringen, onderhoud, OZB/lasten.
  • Maak onderscheid tussen korte termijn (0–6 maanden) en structureel (na 6–12 maanden).

2) De inkomens- en vermogensbronnen na overlijden

  • Nabestaandenpensioen/partnerpensioen (werkgever, pensioenregeling).
  • ANW-hiaat (wel/geen dekking).
  • Spaargeld/beleggingen: is dit “beschikbaar” of al bestemd (buffer, verbouwing, studie kinderen)?
  • ORV: wel/geen; hoogte; looptijd; dalend/constant; gekoppeld aan hypotheek of “los”.

Het Verbond noemt expliciet dat spaargeld/beleggingen, partnerpensioen en ORV kunnen zorgen dat de woonlasten draagbaar blijven.

3) Het gedrag: onbekendheid en uitstel zijn het echte probleem

De belangrijkste frictie is zelden “ik wil dit niet”, maar vaker:

  • “We hebben er nog niet over nagedacht.”
  • “Ik dacht dat het bij huur niet nodig was.”
  • “ORV is vast duur/ingewikkeld.”

Juist hier ligt advieswaarde: normaliseer het gesprek, kwantificeer het risico en maak het behapbaar.

Praktische checklist voor dossier en klantgesprek

  1. Woonlast nu (huur/hypotheek + vaste lasten) en woonlast na overlijden (wat blijft doorlopen?).
  2. Netto-inkomen nabestaande (inclusief partnerpensioen/ANW/deeltijd).
  3. Overbrugging: hoeveel maanden kan men overbruggen met buffers?
  4. ORV: is er dekking, en is die passend qua hoogte/looptijd (kinderen/jaren tot pensioen)?
  5. Scenario-test: “als per volgende maand één inkomen wegvalt, wat gebeurt er?”
  6. Actiepunt: één duidelijke vervolgstap (berekening, polischeck, pensioencheck, update wensen).

Tip voor adviseurs: zet dit als standaard “life event”-paragraaf in het adviesrapport (ook bij huurders die je in de planningpraktijk spreekt). Het Verbond pleit immers juist voor meer aandacht bij het aangaan van woonverplichtingen, niet alleen bij hypotheken.

Tot slot

Dit Verbond-onderzoek is een nuttige reality check: woonzekerheid hangt steeds vaker af van twee inkomens, óók buiten de koopmarkt. Het loont om “nabestaanden-woonlasten” niet als verzekeringsbijzin te behandelen, maar als volwaardig onderdeel van woonlastenadvies.

Bron: Verbond van Verzekeraars

Modules & dossiers

Opvoerdatum

15 feb 2026

Laatst gewijzigd

16 feb 2026

Reacties

Er zijn (nog) geen reacties op dit artikel

Graag eerst inloggen om deze pagina te bekijken.

Permanent Actueel met Fintool?

Als professioneel financieel adviseur moet en wilt u bijblijven en dat het liefst in zo weinig mogelijk (kostbare) tijd. Dat kan nu met Fintool.nl! Meld u nu aan als abonnee en krijg toegang tot de Kennisbank, Rekenmodellen en Helpdesk.
Lees verder

Fintool bv © 2003/2026. Alle rechten voorbehouden.
Lees graag de leveringsvoorwaarden en het privacy reglement.

1
1